Dossier: 

Mijnbouwproject nekt Peruaanse regering

De Peruaanse president Ollanta Humala stuurde eind 2011 zes ministers naar huis en dreigt nu afhankelijker te worden van zijn militaire contacten dan van zijn electorale basis. De spanningen binnen de regering werden veroorzaakt door de aanhoudende protesten tegen het koper- en goudmijnbouwproject Conga, in de noordelijke Andes-regio Cajamarca.

  • CC Elbuenminero De Yanacochamijn, Noord-Peru. Spanningen rond het Congaproject, een grote uitbreiding van de mijn, leidde tot spanningen in de regering van president Humala. CC Elbuenminero

Conga is met 3,7 miljard euro de grootste mijnbouwinvestering ooit in het land en werd in oktober 2010 goedgekeurd onder het vorige staatshoofd, Alan García. Het gaat om een symbooldossier, dat het beleid inzake tientallen sluimerende milieuconflicten opnieuw in de nationale belangstelling plaatst. Duizenden boeren, maar ook de stadsbevolking van Cajamarca, trokken in oktober massaal de straat op en organiseerden ook stakingen, gesteund door de regionale overheid. Zij eisen de annulering van het project, omdat het vier bergmeren zal vernietigen en daarmee de watervoorziening van de streek ernstig zal aantasten. Lima zegt dat Conga nodig is om de economische groei van het land te handhaven.

Kernkabinet stapt op

Onderhandelingen met de regering braken begin december af. Gedurende een tiental dagen was de noodtoestand van kracht in Cajamarca, wat de inzet van het leger en de opschorting van verschillende burgerrechten mogelijk maakte. Bij confrontaties vielen verschillende gewonden. Na afkondiging van de noodtoestand door de president, nam premier Salomón Lerner –nog maar een half jaar in functie– ontslag uit onvrede met de aanpak van de regering. Hij werd opgevolgd door voormalig minister van Binnenlandse Zaken Óscar Valdés, net als Humala een vroegere legerleider.

Samen met Lerner gooide het voltallige kernkabinet de handdoek in de ring, zoals verplicht volgens de Peruaanse grondwet. Humala schoof met de postjes binnen zijn regering en verving zes ministers. Daardoor verdween het delicate evenwicht tussen economische technocraten en een alliantie van allerlei linkse groeperingen waarmee de regering gestart was. Verschillende parlementsleden, analisten en opiniemakers vrezen nu een militarisering en verrechtsing van Humala’s beleid.

Van links-liberaal naar militair

Humala behaalde zijn nipte verkiezingsoverwinning in 2011 met een links-liberaal programma, waarin hij sociale herverdelingen van de welvaart beloofde, naar het voorbeeld van Lula in Brazilië. In augustus keurde het parlement nog een wet goed die voorafgaande raadpleging van inheemse gemeenschappen bij ontginningsprojecten verplicht. Met het verdwijnen van de meeste centrum-linkse ministers uit de regering ziet het er echter naar uit dat Humala stilaan zijn ware, militaire, gelaat toont. De medestanders van de vroegere dictator Fujimori en zijn dochter, waartegen Humala het vorig jaar opnam, reageerden alvast positief op de verschuivingen. (Wies Willems)

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift