Milieuproblemen brengen altijd andere problemen met zich mee

Amparanoïa: milieuproblemen komen nooit alleen. Kyoto: schone gedachten en slechte resultaten

‘Milieuproblemen komen nooit alleen’


Sanchez, de stem en het gezicht van Amparanoïa: ‘Samen met de Spaanse groep Nunca Mais hebben we een song uitgebracht om de vissers van Galicië te steunen na de olieramp met de Prestige. De opbrengst van die single en tournee gaat naar hen. De politiek houdt zich te weinig bezig met het milieu. Alles draait rond economische belangen, maar men vergeet dat alles met alles samenhangt. Milieuproblemen brengen sowieso sociale problemen met zich mee. Ik weet dat de groene partij Agalev in België van het politieke landschap is gevaagd. Mijn verklaring daarvoor is desinformatie. Doordat complexe thema’s op een te simplistische manier worden uitgelegd in de reguliere kranten en televisieprogramma’s, haken mensen af en gaan ze uit angst op extreem-rechtse partijen stemmen. Uiteindelijk is nog maar een minderheid van de bevolking fatsoenlijk geïnformeerd door alternatieve media die ook de achtergronden van een probleem schetsen.’
‘De hele scene van gelijkgezinde groepen rond Manu Chao geeft kracht aan onze ideeën. In 1995 heb ik Manu Chao voor het eerst ontmoet in de Malasaña wijk van Madrid. We hadden dezelfde voorkeur voor een mix van muziekstijlen én we hielden er hetzelfde wereldbeeld op na. Hij heeft me enorm geïnspireerd en in contact gebracht met mensen die heel belangrijk voor me zijn geweest. We hebben samen in kleine clubs gespeeld en meegedaan met de Caravane des Quartiers in Lyon waar gelijkgezinde groepen maatschappelijke thema’s zoals de Baskische zaak en de strijd van de zapatisten in Chiapas aankaartten. Daarna heb ik nog rond de Zapatisten gewerkt: het muzikaal project Soundsystem LaRealidad rond subcomandante Marcos, het album Somos Viento en het debat-muziekfestival Aguascalientes.’
‘Ik wil als muzikant mijn verantwoordelijkheid opnemen. Niet dat ik in één dag alles kan veranderen met mijn muziek, maar ik wil zeggen wat juist is en wat niet, hoe ik de dingen zie. Beetje bij beetje, via kleine overwinningen verandert er dan wel iets. Het is alsof ik een soundtrack schrijf van een film. Die film maak ik niet, maar iedereen samen maakt die film. Bob Marley zong altijd over vrijheid. En nu hoor je zijn muziek over heel de wereld. Elke keer als iemand zijn muziek hoort, denkt die misschien aan vrijheid. Dat is de kracht van muziek.’ (sf)

Schone gedachten


In het kader van het Kyoto-protocol gingen de industrielanden het engagement aan om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Als ruggensteuntje werd het systeem van flexibele mechanismen in het leven geroepen. Het idee erachter: de vermindering van uitstoot moet niet noodzakelijk gerealiseerd worden op eigen bodem. Ons land kan bijvoorbeeld ook schone ontwikkeling in het Zuiden steunen, onder de noemer van het Clean Development Mechanism (CDM). In ruil voor projectondersteuning in het Zuiden –het aanplanten van bomen bijvoorbeeld– verwerven bedrijven koolstofkredieten, die ze kunnen inzetten om de Kyoto-norm te halen.
Bij milieuorganisaties en ngo’s deed de introductie van het CDM heel wat stof opwaaien. Het CDM is een vrijgeleide voor industrielanden om hun koolstofschuld gewoon af te kopen, klinkt het. ‘CDM is een creatieve oplossing voor de industrielanden, die zeker niet bijdraagt tot een duurzaam mondiaal energiebeleid’, aldus Jason Anderson, energiespecialist van het Climate Action Network.
‘Maar het principe bestaat nu eenmaal, en dan is het kwestie om het zo goed mogelijk aan te wenden. Het CDM is echter nieuw, en zit nog volop in de onderzoeksfase. Vandaag bestaat er op wereldvlak geen enkel efficiënt CDM-project, wel enkele prototypes die nog niet werden geëvalueerd. Het is dus nog koffiedik kijken of het CDM een positieve bijdrage kan leveren aan de duurzame ontwikkeling van het Zuiden. Wat we zeker nodig hebben, is een internationaal label, een kwaliteitsgarantie zoals het FSC-label voor houtsoorten. Verder is het CDM enkel zinvol als het nut en de energie-efficiëntie van een project aantoonbaar zijn. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om bomen aan te planten als daar geen nood aan is. En uiteraard mag een project de sociale en economische belangen van lokale gemeenschappen niet ondermijnen.’
‘Goede CDM-projecten zijn diegene die effectief werk maken van hernieuwbare energie in het Zuiden. En die uiteraard bijdragen tot CO2-vermindering en tot duurzame ontwikkeling in het Zuiden’, vult Geert Fremout van het Vlaams Overlegplatform Duurzame Ontwikkeling aan. (td)

Slechte resultaten


SinksWatch, een initiatief van World Rainforest Movement, evalueert sinks (koolstofopslag in biomassa) in het kader van het CDM. De organisatie roept industrielanden alvast op om in twee projecten zeker niet te investeren: de bouw van grote stuwdammen en grootschalige boomaanplantingen. Beide projecten zijn allerminst duurzaam te noemen, een vereiste van het CDM.
  1. In bepaalde regio’s in India worden meer dan honderd hydro-projecten gepland, onder meer in Manipur, het Future Power House van India’, zegt CORE, een Indiase mensenrechten-ngo. ‘Voor de lokale bevolking zijn de sociaal-economische gevolgen en de gevolgen voor het leefmilieu nefast. Regio’s worden drooggelegd, en de lokale bevolking wordt platgewalst door de bedrijven die gebieden opkopen. Recent kocht een privé-bedrijf zelfs een rivier die door ruraal gebied stroomt. Daarmee verloor de bevolking zijn drinkwater, het is hen zelfs verboden om zich nog langer te wassen in de rivier. Dat zijn natuurlijk rampen.’
  2. Via het Plantar-project in Brazilië, een project gesteund door Electrabel, worden 23.000 ha eucalyptusbomen geplant voor de productie van houtskool. De introductie van de monocultuur heeft een negatieve impact op de sociale, economische en culturele belangen van lokale gemeenschappen. De milieu-ngo Fase vraagt –samen met vele andere Braziliaanse organisaties– aandacht voor deze problematiek. ‘Het project heeft niets te maken met duurzame ontwikkeling, al wordt om de bevolking te mobiliseren het tegenovergestelde verkondigd’, aldus Fase. ‘Zelfs voor wat betreft het milieu zijn de resultaten negatief: drooglegging, vervuiling van het al schaarse drinkwater via herbiciden en pesticiden, en verarming van de bodem. De arbeidsomstandigheden op de plantages zijn zeer slecht: arbeiders leveren veel te zwaar werk tegen een zeer laag salaris. De continue blootstelling aan pesticiden en rook bedreigt hun gezondheid. Bovendien vinden wij het onaanvaardbaar dat Plantar wordt gesteund door het Prototype Carbon Fun. Dit PCF wil de bedrijfswereld stimuleren om projecten te steunen die bijdragen tot de vermindering van CO2-uitstoot en aan duurzame ontwikkeling. Het fonds –onder auspiciën van de Wereldbank– wordt gefinancierd door privé-ondernemingen, die zo hun koolstofkredieten verwerven.’ ‘Electrabel beschikt niet over de expertise om de PCF-projecten zelf te evalueren’, reageert Jean-Claude Steffens, verantwoordelijke bij Electrabel voor het PCF. ‘Dat is de taak van de beheerder van het fonds, de Wereldbank. Wij vinden Plantar een goed project, maar staan zeker open voor dialoog.’ (td)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur