Militanten willen Pakistan zuiveren van Hazara-minderheid

Rukhsana Ahmed voelt zich getroost als ze het graf van haar man Ahmed Ali Najfi bezoekt. “Hier voel ik me rustig”, zegt de 60-jarige weduwe en moeder van vier kinderen, die tot de sjiitische Hazara-gemeenschap behoort.

Haar vredige momenten worden echter verstoord door het toenemend aantal nieuwe graven van Hazara’s in Quetta, de hoofdstad van de provincie Balochistan, waar ongeveer 550.000 leden van de Hazara-minderheid wonen.

“In september 2009 werd mijn man onderweg naar zijn werk aangevallen door gemaskerde mannen. Ze doorzeefden hem met kogels”, zegt ze via de telefoon vanuit Quetta.
 
De moordenaars van de 63-jarige Najfi werden gepakt. Ze behoorden tot de verboden soennitische militante groep Lashkar-e-Jhangvi (LeJ). “De moordenaar gaf openlijk toe dat hij mijn man vermoord had omdat hij sjiiet was”, zegt Rukhsana.

Al Qaeda

Sjiieten van verschillende etnische afkomst maken 20 procent van de Pakistaanse bevolking van 160 miljoen mensen uit. De meerderheid van de Pakistanen is soenniet.
 
De LeJ, die sterke banden heeft met Al Qaeda en Tehrik e-Taliban Pakistan, is een gezworen vijand van de sjiieten en beschouwt ze als afvalligen. De LeJ wil Pakistan zuiveren van alle sjiieten, inclusief de 966.000 Hazara’s, afstammelingen van de Mongolen die ooit vochten in het leger van de Mongoolse heerser Dzjengis Khan.
 
Het elimineren van de Pakistaanse Hazara’s vertoont sterke gelijkenissen met de vervolging waarmee deze bevolkingsgroep eerder te maken had in Afghanistan onder de taliban. Toen Amerikaans en NAVO-troepen in 2001 Afghanistan binnenvielen, werd het taliban-bewind omver geworpen.

De Hazara’s in Pakistan vluchtten ongeveer 120 jaar geleden uit Afghanistan, omdat ze vervolgd werden door de soennitische Pathanen in dat land. In Pakistan bleken ze wel welkom en ze wisten er belangrijke politieke posities te verwerven.
 
Momenteel worden de Hazara’s in Pakistan echter vervolgd vanwege hun etnische afkomst en hun verleden dat zich kenmerkt door conflicten met soennieten.

Perzisch

“Wat langer dan een eeuw geleden met de Hazara’s in Afghanistan gebeurde, gebeurt nu opnieuw in Pakistan. Religie wordt gebruikt om ze te vervolgen”, zegt Irfan Ali van de Mensenrechtencommissie voor Sociale Rechtvaardigheid en Vrede in Quetta.
 
“We zijn gemakkelijk te herkennen vanwege onze Mongoolse gezichtstrekken”, zegt Abdul Khaliq, leider van de Democratische Hazara Partij (HDP). Hazara’s spreken daarnaast meestal Perzisch in plaats van Balochi, Pathaans of Urdu, de Pakistaanse nationale taal.

Geweld tegen sjiieten bereikte een hoogtepunt in juli. Op 10 juli kwamen twee mensen om bij een aanval op een bus met sjiitische pelgrims die op weg was naar Iran. Bij de aanval raakten elf mensen gewond. Op 18 juli werden achttien sjiieten vermoord in Quetta. Elf van de slachtoffers waren Hazara’s.

Twee dagen eerder, op 16 juli, werd Syed Abrar Hussain Sha, een Hazara-bokser die Pakistan in 1984 en 1998 bij de Olympische Spelen vertegenwoordigde, doodgeschoten in Quetta. 

Noordelijke Alliantie

“We hebben de ene begrafenis na de andere. Er komt geen einde aan”, zegt Khaliq, wiens voorganger bij de HDP, Hussain Ali Yusufi, door de LeJ werd vermoord in 2008.

In de loop der jaren, zegt Rukhsana, provinciaal secretaris van de vrouwenafdeling van de regerende Pakistaanse Volkspartij, is de top van de gemeenschap systematisch uitgemoord. In de afgelopen tien jaar werden ongeveer vijfhonderd Hazara’s vermoord in Balochistan. Meer dan 1500 Hazara’s raakten gewond.

“Als je kijkt naar de lijst met vermoorde Hazara’s, zie je artsen, ingenieurs, docenten, studenten en politici, maar ook gewone winkeliers en verkopers”, zegt Khaliq. “Wij zijn een liberale, open-minded en goed opgeleide gemeenschap, vergeleken bij de Balochistanen en Pathanen”, zegt Rukhsana.

Volgens Amjad Hussain, een correspondent van Dawn News, een particuliere tv-zender, vertrekken steeds meer jonge Hazara’s omdat ze geen toekomst meer zien in Pakistan.

Hussain denkt dat militanten en ook de Pakistaanse inlichtingendienst die aanvankelijk de taliban steunde, de Hazara’s straffen voor hun sympathie voor de Noordelijke Alliantie en de Amerikaanse troepen in Afghanistan. De Noordelijke Alliantie in Afghanistan vocht voor de Amerikaanse inval in het land tegen de taliban.

Het is ook mogelijk dat leden van de verslagen Afghaanse taliban die onderdak vonden in de Pakistaanse provincie Balochistan, wraak nemen op de gemeenschap.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift