Minimumloon wordt politieke thriller in Maleisië

De Maleisische regering zal pas op 1 mei duidelijkheid verschaffen over de invoering van een nationaal minimumloon. Werkgevers waarschuwen dat de maatregel vier miljoen banen op de helling zet. Maar niets doen is geen optie in een verkiezingsjaar.

De Maleisische regering denkt aan een minimumloon van 220,5 euro per maand. De officiële armoedegrens bedraagt in Maleisië 186 euro per maand, maar veel arbeiders verdienen veel minder dan dat bedrag.

Maleisië kampt met een brede loonkloof. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de VN verdient de rijkste 20 procent van de bevolking 70 procent van de totale loonmassa, terwijl de armste 60 procent het moet stellen met een vijfde van al dat geld. De invoering van een minimumloon lijkt dus wenselijk en haalbaar.

Voordeel voor Chinese concurrenten

Maar volgens de Federatie van Maleisische Werkgevers kan de maatregel 200.000 kleine en middelgrote bedrijven failliet doen gaan. Ze zouden de concurrentie met bedrijven uit China, India en andere Aziatische landen niet meer aankunnen. Dat zou vier miljoen mensen werkloos maken, op een totale bevolking van amper 28 miljoen mensen.

Minister van Human Resources Subramaniam Sinnapan noemt die schatting “verkeerd en alarmistisch”. Maar premier Najib Razak heeft een aankondiging over de kwestie toch uitgesteld tot 1 mei.

Druk van de oppositie

Najib staat voor een dilemma. Maleisië houdt dit jaar parlementsverkiezingen, en het minimumloon afblazen zou het regerende Nationaal Front duur te staan kunnen komen. Bij de verkiezingen van 2008 kozen veel arbeiders van kleine en middelgrote bedrijven voor de oppositieformatie Pakatan Rakyat, wat tot een historisch slecht resultaat voor het Nationaal Front leidde.

De druk op premier Najib nam nog toe toen de door de oppositie geregeerde deelstaat Selangor vanaf begin dit jaar een minimumloon van 367 euro invoerde. Selangor moest wel 73,5 miljoen dollar opzij zetten om staatsbedrijven te helpen de hogere lonen uit te betalen.

Steun voor arme gezinnen

Op nationaal vlak probeerde premier Najib het ongenoegen over de lage lonen tot hiertoe te temperen door steunmaatregelen voor arme gezinnen. De regering heeft al bijna 490 miljoen euro uitgetrokken voor het steunprogramma ‘Eén Maleisië’ en heeft beloofd met nog meer geld over de brug te komen als de economische situatie verbetert.

Volgens Denison Jayasooria, de directeur van de Sociale Strategische Stichting, een overheidsdenktank, kan een minimumloon Najib veel stemmen opleveren en kan de maatregel ook helpen de sociale vrede te bewaren en de economie uit het slop te halen.

Voorbeelden uit de buurlanden

In veel van de buurlanden waarvoor de ondernemers angst hebben, staan bedrijven en overheden ook onder druk om hogere lonen te betalen. Landen als Thailand en Indonesië zijn van plan het loonniveau op trekken om de inkomenskloof te verkleinen en politieke onrust te voorkomen. In Cambodja, Sri Lanka en Bangladesh pleiten activisten ook voor minimumlonen. En China wil zijn minimumloon de komende vijf jaar geleidelijk met 13 procent optrekken.

Experts zijn van oordeel dat landen als Maleisië uiteindelijk moeten zien te ontsnappen uit een economie die vooral op basis van lage kosten probeert te concurreren. Een goed voorbeeld is het kleine buurland Singapore, dat met specifieke kennis en vaardigheden in de elektronicasector, de scheepsbouw en de machinebouw relatief gezien veel meer toegevoegde waarde creëert.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift