Mislukte onthoofding Iraaks regime toont verdeeldheid in Amerikaanskamp - ANALYSE

Toen Saddam Hoessein donderdagochtend op
televisie verscheen, steeg een zucht van verlichting op in het hoofdkwartier
van het American Enterprise Institute (AEI). Het anonieme kantoorgebouw op
drie straten van het Witte Huis is het hoofdkwartier van de neoconservatieve
fractie onder de haviken die momenteel de dienst uitmaken in Washington.
Voor hen is niet de val van Saddam Hoessein de prioriteit, maar het met
wortel en tak uitroeien van de machtsstructuren van het regime en de Ba’
athpartij. Daarmee tekent zich een eerste latente breuk af met klassieke
nationalistische republikeinen als Dick Cheney en Donald Rumsfeld


Wanneer de verrassingsaanval op het gelegenheidsdoelwit (waar zich naar
verluidt Saddam Hoessein en twee van zijn zonen bevonden) was geslaagd, had
dat de oorlog mogelijk vroegtijdig beëindigt. Dat ware niet naar de zin van
de neoconservatieven, voor wie naar Bagdad gaan gelijk staat met een
grondige hervorming van de politieke structuren. Hun ergst nachtmerrie is
het voortbestaan van een vorm van Saddamisme zonder Saddam.

Dat we Saddam gisteren gemist hebben, is mogelijk een verborgen meevaller,
zo luidde het in een persbericht van het AEI. Net als bij operatie Desert
Storm hangt de overwinning niet af van een goede start maar van waar we
ophouden. In 1991 zorgden de gruwelijke beelden van de platgebombardeerde
Iraakse legerkolonne op de snelweg des doods tussen Basra en Bagdad ervoor
dat Washington zijn offensief voortijdig stopzette, waardoor Saddam in het
zadel bleef.

De hardliners in Washington waren het er snel over eens dat Irak een doelwit
zou worden in de oorlog tegen het terrorisme, bij wijze van spreken nog
voor het stof van de aanslagen in Lower Manhattan was gaan liggen. De
verschillende fracties binnen de haviken hebben echter een andere visie over
wat er moet gebeuren nadat Saddam ten val is gebracht.

Rechtse of nationalistische Republikeinen als vice-president Dick Cheney of
Defensieminister Donald Rumsfeld hebben het vooral gemunt op Saddam Hoessein
en zijn massavernietigingswapens. Wanneer dat achter de rug is, zullen ze
zeggen: ‘Ok, de klus is geklaard, nu als de bliksem wegwezen’, zegt Charles
Kupchan, een specialist in Buitenlandse Zaken en veiligheidsbeleid die
diende in de administratie van president Bill Clinton.

Kupchan voorspelt een conflict met neoconservatieven als Richard Perle en
Paul Wolfowitz, die de dienst uitmaken in adviserende functies. Zij willen
de Ba’athpartij definitief in diskrediet brengen zoals dat gebeurde met de
nazipartij in Duitsland. Na een grondige politieke schoonmaak moet het Iraqi
National Congress van de in ballingschap levende Ahmed Chalabi aan de macht
komen. Chalabi is een vriend van Perle en Wolfowitz en wordt gezien als de
geschikte man om samen met de VS te zorgen voor een zogenaamd ‘domino-effect
’ in de
regio. De neoconservatieven hebben het gemunt op andere regimes in de regio
die vijandig staan tegenover Washington en Tel Aviv, met name Syrië, Iran en
mogelijk Saoedi-Arabië.

De derde fractie onder de haviken is het zogenaamde christelijk rechts,
waarvan George Bush en zijn naaste raadgevers de belangrijkste
vertegenwoordigers zijn. Volgens Kupchan zullen zij eerder geneigd zijn
Rumsfeld en Cheney te volgen in een beperkt naoorlogs engagement.

Deze tegenstelling was ook zichtbaar in Afghanistan. Cheney en Rumsfeld
waren gekant tegen nation-building en het installeren van een vredesmacht
buiten Kaboel, om geen hinder te veroorzaken voor Amerikaanse militaire
operaties tegen terroristen van al-Qaida. De neoconservatieven stellen vast
dat het platteland grotendeels in handen blijft van krijgsheren en dat de
nieuwe Afghaanse regering niet veel meer bestuurt dan Kaboel.

Die toestand leidt geregeld tot kritische artikels in neoconservatieve
nieuwskanalen als het tijdschrift Weekly Standard en de televisiezender Fox,
beide in handen van mediamagnaat Rupert Murdoch, en in de editorialen van de
Washington Post. Perle en co benadrukken dat Washington in Irak de andere
moslimlanden zijn vastberadenheid moet tonen om tabula rasa te maken met het
politieke systeem. In het licht van deze regionale ambities schiet een
onthoofdingsstrategie die enkel de top van het Iraakse regime viseert,
hopeloos tekort.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift