Moeizame start sociaal megaplan India

India wil met een sociaal megaplan 25 miljoen werklozen op het platteland aan werk helpen. Corruptie en gebrek aan voorlichting zorgen echter voor een moeizame start van het werkgelegenheidsprogramma.

Het lijkt erop dat de migratie van het platteland naar de steden ondanks het programma onverminderd doorgaat, zegt professor Mahendra Dev van het Centrum voor Economische en Sociale Studies in Hyderabad, de hoofdstad van de staat Andhra Pradesh. Hij stelt meer vragen: Gaat de steun van het Nationale Werkgarantieplan voor het Platteland (NWGP) wel naar de mensen die het echt nodig hebben? En hoeveel geld verdwijnt in de zakken van corrupte ambtenaren?

We hebben vernomen dat veel mensen op het platteland niet weten dat het programma bestaat. Het moet meer publiciteit krijgen, zegt Dev, die ook betrokken was bij de planning van het programma. Op 2 januari gaf de Indiase premier Manmohan Singh in het dorp Bandameeda Palli in het Anantapurdistrict in Andhra Pradesh, het startschot voor het megaproject. Dat werd tegelijkertijd gelanceerd in 200 andere arme plattelandsdistricten. Daarmee dekt het programma ongeveer een derde van India, dat verdeeld is in 600 districten.

Het NWGP heeft als doel om honderd dagen per jaar ongeschoold werk te garanderen aan één gezinslid van een plattelandshuishouden. Het basissalaris is 1,15 euro per dag, hoewel dat van staat tot staat iets kan verschillen. Het is de bedoeling het programma binnen vijf jaar in alle 600 districten te introduceren. Als de regering er niet in slaagt werk te verschaffen, dan kunnen mensen in aanmerking komen voor een werkloosheidsuitkering.

Er is op zichzelf niets mis met een programma dat banen wil creëren en tegelijk de lokale infrastructuur verbeteren, zegt econoom Omkar Goswami. Maar we lopen wel tegen bepaalde problemen aan. Ten eerste is de schatkist zo goed als leeg. Vrijgevigheid leidt tot een stijging het fiscale tekort, met alle gevolgen van dien.

Een tweede probleem schuilt volgens de econoom in het traject dat het geld aflegt. Het meeste geld voor het programma gaat vanuit New Delhi naar hoofdsteden van de diverse staten. Daarvandaan moet het naar districtshoofdkantoren. Tegen de tijd dat het op de bestemming aankomt, is er al heel wat geld weggelekt, zegt Goswami.

Ten minste kwart van de meer dan een miljard Indiërs leeft van minder dan een dollar (83 eurocent) per dag, het bedrag dat internationaal geldt als de armoedegrens. Hun armoede is in de meeste gevallen een gevolg van werkloosheid. De omvang van het werkloosheidsprobleem maakt het uitvoeren van de plannen echter moeilijk. Het aantal werklozen in India is even groot als de bevolking van Europa. Voor het projectjaar 2005-2006 is 4,4 miljard euro gereserveerd. Om het programma in het hele land in te voeren is twee keer zoveel geld nodig. Dev zegt dat de regering vraaggestuurd werkt. Dat betekent dat er geld vrijgemaakt wordt zodra dat nodig is.

Volgens een telling uit 2001 leven 720 miljoen mensen op het Indiase platteland. De werkloosheid was in dat jaar 7,8 procent. Veel werklozen trekken naar de steden, in de hoop daar werk te vinden. India behoort tot de ‘jongste’ landen ter wereld. Twee derde van de Indiërs is jonger dan 35 jaar. Het land moet de komende vijf jaar 60 miljoen banen creëren om te voorkomen dat de huidige werkloosheid verder toeneemt.

Sumir Lal, woordvoerder van de Wereldbank in New Delhi, zegt dat het programma veel potentie heeft. Maar het kwaad kan in de details schuilen, voegt hij eraan toe. Het honorarium moet zodanig zijn dat het alleen de allerarmsten aantrekt. We moeten voorkomen dat we beter geschoolden wegtrekken uit bestaande banen. Lal wijst eveneens op het probleem van corruptie. Hij zegt dat een degelijke evaluatie van het programma noodzakelijk is, voordat het wordt uitgebreid naar de rest van India.

Het NWPG kreeg ook andere kritiek te verduren. De jaarinkomsten van een deelnemer aan het programma liggen niet hoger dan 112 euro, ongeveer 9,30 euro per maand. Als slechts één gezinslid kan meedoen, kan binnen een familie onenigheid ontstaan over de vraag wie in aanmerking komt voor het werk. Dat kan leiden tot discriminatie van vrouwen en gehandicapten.

Dev wijst bovendien op het probleem van vriendjespolitiek. Er is uitgebreide controle op het programma, maar toch krijgen we te horen dat politieke partijen de banen verdelen onder hun eigen aanhang. Het werk moet gaan naar de mensen die het het meest nodig hebben, ongeacht hun politieke overtuiging, zegt hij. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift