Moesson stuurt aardbevingsslachtoffers terug naar kampen

Ruim 6.000 slachtoffers van de aardbeving in Kasjmir zijn moeten terugkeren naar de tentenkampen waar ze vorig jaar in oktober al werden opgevangen. Nog veel meer mensen kunnen volgen. Door de hevige moessonregens dreigen in het rampgebied aardverschuivingen en overstromingen.
“Aardverschuivingen bemoeilijken het werk van de hulporganisaties, vooral dan de hulp aan afgelegen dorpen”, zegt Kilian Kleinschmidt die het werk van de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) in Pakistan coördineert. De UNHCR leidt de internationale inspanningen om de aardbevingsslachtoffers in Pakistan van hulpgoederen te voorzien.

Veel wegen zijn onderbroken en sommige hulpverleners kunnen geen kant meer uit. Er was een noodscenario om aardbevingsslachtoffers in geval van ontij over te brengen naar een aantal makkelijk te bereiken opvangkampen. Maar er dreigen op meer dan 160 plaatsen aardverschuivingen, en dat bezorgt Kleinschmidt en zijn Pakistaanse collega’s van de Autoriteit voor Heropbouw en Rehabilitatie na de Aardbeving (ERRA), slaaploze nachten.

Pakistan heeft elk jaar met moessonregens te maken, maar de gevolgen zijn dit jaar extra verraderlijk”, legt Kleinschmidt uit. “De bergflanken zijn onstabiel geworden door de aardbeving van vorig jaar. Er zitten overal scheuren, en de grond is losgekomen.”

Het is onmogelijk te voorspellen waar en wanneer er aardmassa’s in beweging zullen komen, zegt majoor Ahsan Ali van de ERRA. “Maar we hebben de gevaarlijkste gebieden ontruimd.” Uit zeker 23 dorpen zouden de mensen zijn weggehaald.

De aardbevingsslachtoffers vinden het noodplan van de Pakistaanse regering onvoldoende. Majoor Ali werpt op dat hij en zijn collega’s twee weken voordat de moesson inzette al instructies kregen van superieuren. “Gebieden waar aardverschuivingen mogelijk zijn werden al meteen na de aardbeving in kaart gebracht. Op de 160 gevaarlijke plaatsen werden maanden geleden al studies uitgevoerd. Het is oneerlijk te zeggen dat we onvoorbereid waren.”

Zwaar materieel om aarde en rotsen uit de weg te ruimen is ter plaatse. Volgens Ali worden de problemen die kleinere aardverschuivingen veroorzaken, dezelfde dag nog opgelost. “En de brug over de Kunhar die werd weggespoeld door de watervloed, werd in een recordtijd van vier dagen hersteld.”

Maar Kleinschmidt maakt zich zorgen. “De meeste vluchtelingen die zijn teruggekeerd naar hun dorpen, leven nog altijd in heel precaire omstandigheden.” Ook sommige tentenkampen worden bedreigd. In Balakot zijn twee kleinere kampen overstroomd, waardor 180 gezinnen in de problemen kwamen. Volgens Kleinschmidt heeft het Pakistaanse leger niet genoeg materiaal om alle problemen aan te pakken.

De aardbeving van 8 oktober 2005 maakte 200.000 mensen dakloos in het noorden van Pakistan. De meerderheid daarvan werd opgevangen in tentenkampen. Meer dan 147.000 van die mensen zijn intussen naar hun dorpen teruggekeerd om hun huizen weer op te bouwen. In de kampen bleven nog ongeveer 27.000 mensen over. Dat aantal kan weer verdubbelen als het weer niet snel verbetert.

Intussen werkt de Pakistaanse regering samen met de VN en niet-gouvernementele hulporganisaties aan plannen voor de winter. De koude maakt het leven in de bergen dan nog veel erger.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift