Moestuinieren voor de nationale veiligheid

Door de fors opgelopen rekeningen voor voedselimport willen de regeringen in de Caraïben dat mensen opnieuw zelf voedsel gaan verbouwen. Mensen worden massaal aangezet om een eigen moestuin aan te leggen. Iedereen wordt gemobiliseerd met de slogan: ‘Van de grond in je bord.’

  • Groundswell International Groundswell International

In Jamaica, Haïti, de Bahama’s, Antigua en Barbuda en verschillende andere eilandstaten is het voorbije decennium de rekening van de voedselimporten dramatisch de hoogte ingegaan. ‘We kampen echt met een voedselcrisis’, zegt Hilson Baptiste, de minister van Landbouw van Antigua en Barbuda. ‘In elk van de landen stijgt de bezorgdheid over de vraag hoe we onze bevolking kunnen voeden.’ In diverse eilandstaten wil de overheid nu definitief komaf maken met deze situatie en het roer helemaal omgooien door iedereen aan het moestuinieren te zetten. Ook vanuit het besef dat klimaatverandering de schaarste in de toekomst nog zal doen toenemen.

Honger in het paradijs

De Caraïben behoren tot de meest vruchtbare gebieden ter wereld wanneer het op landbouw aankomt. De contradictie van vandaag heeft alles te maken met de ontwikkelingen van de vrije markt in de regio. In een land als Haïti is de landbouwsector jarenlang systematisch afgebouwd, omdat het land door liberale handelsakkoorden met de VS gedwongen werd zijn importheffingen af te bouwen.Daardoor konden de lokale boeren vaak niet meer concurreren met de ingevoerde producten, die niet zelden ondersteund waren met overheidssubsidies.

Jamaica heeft altijd veel voedsel ingevoerd en verbouwde zelf vooral bananen en suikerriet. Maar vooral sinds de jaren negentig is die import nog drastisch toegenomen. Veel Jamaicaanse boeren hebben toen hun schop opgeborgen en hun grond verkocht, omdat ze niet konden concurreren op de markt. In Jamaica steeg tussen 1991 en 2001de import van voedingswaren en drank 2,5 maal, tot 378 miljoen euro en nadien verdubbelde die nog eens tot meer dan 750 miljoen euro vandaag.

In 2008 kwam de eerste voedselcrisis, die in de Caraïben nog verscherpt werd door de hevige orkanen die jaarlijks de regio teisteren. Jamaica merkte ook dat sommige landen hun uitvoer inhielden, om hun eigen bevolking te voeden. De Jamaicanen geven vandaag de helft van hun inkomen uit aan voeding.

Iedereen boer

Hun grenzen weer sluiten is voor deze landen op de korte termijn geen optie, omwille van bestaande overeenkomsten. Maar er zijn andere manieren om de factuur naar beneden te krijgen. In plaats van de grote agro-industrie ter hulp te roepen, hebben de overheden van Jamaica, Haïti, de Bahama’s, en andere landen in de regio, de bevolking gemobiliseerd om opnieuw hun eigen voedsel te verbouwen en zo die importkost drastisch naar omlaag te halen.

Voor de overheid is dit een kwestie van “nationale veiligheid”. Op conferenties en meetings krijgen mensen ingeprent dat voedselzekerheid voortaan de topprioriteit is. Elk huis, elke school, zelfs ziekenhuizen en gevangenissen worden aangemaand een moestuin aan te leggen. De strategie lijkt aan te slaan, want her en der lopen er campagnes die geïmporteerd voedsel en calorierijke snacks afschilderen als “een bedreiging” terwijl lokaal gewonnen voedsel als “verstandig” en “verantwoord” wordt voorgesteld. Winkels maken reclame met lokaal geproduceerd voedsel.

Elk huis, elke school, zelfs ziekenhuizen en gevangenissen, worden aangemaand een moestuin aan te leggen.
Tien jaar geleden al startte de regering van Jamaica een nationale campagne onder de slogan: “Kweek wat wij eten en eet wat wij kweken”. Voedselzekerheid is een essentieel onderdeel van het Vision 2030 beleidsplan. De overheid heeft ook al duizenden kits met moestuinzaden uitgedeeld. Vierhonderd scholen in Jamaica hebben inmiddels een moestuin die door studenten en leerkrachten wordt onderhouden.

In Antigua en Barbuda worden studenten regelmatig op expeditie gestuurd om avocado’s, mango- of sinaasappelbomen te gaan planten. Moestuinieren en koken is in vele scholen een onderdeel van het dagelijkse programma. Sommige mensen hebben ook een kippenkwekerij in coöperatief verband.

Een leerkracht uit Kingston, Jacqueline Lewis, vertelt hoe voor veel kinderen uit achtergestelde gezinnen en met een lage schoolmotivatie, het werken in de tuin een stimulans is om te komen, omdat ze op die manier iets concreets kunnen doen en omdat ze bovendien vaak wat lekkers te eten krijgen, bereid met zelf gekweekte producten. Jongeren krijgen opnieuw zin in het boeren, omdat ze daarin werkzekerheid kunnen vinden

Return on investment

In Antigua en Barbuda zijn ze volgens de minister van Landbouw Baptiste goed op weg om dit jaar de helft van hun voedselbehoeften te dekken met eigen productie. In 2009 was dit slechts 20 procent.

Voor Jamaica loopt het moeilijker om de importrekening omlaag te krijgen maar toch produceert het land inmiddels 79 procent van de eigen aardappelconsumptie. Er blijven nog grote problemen te overwinnen, omdat het Jamaica ontbreekt aan industrie voor afgewerkte producten en aan uitgestrekte gronden voor het verbouwen van granen, onder meer ook voor veeteelt, omdat die gronden ingenomen zijn door suikerriet. Het ministerie van Landbouw werkt momenteel een project uit voor een grootschalig agropark om aan een aantal noden op dat vlak tegemoet te komen.

Intussen wordt ook de omkadering verder uitgebouwd. De Bahama’s krijgen binnenkort een Universiteit voor Voedingswetenschappen, om nieuwe landbouwmethodes aan te leren. Haïti bouwt een reeks silo’s voor de aanleg van strategische voedselreserves en Jamaica overweegt investeringen in het maken van sappen en bewaartechnieken voor het voedsel.

‘We hebben veel handen die geen werk hebben en grond die bewerkbaar is, die twee gegevens moeten we samen brengen’, zegt Roger Clarke, de Jamaicaanse minister van Landbouw die van rurale ontwikkeling een topprioriteit heeft gemaakt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift