Monnikenprotest in Myanmar

In nu al vijf steden in Myanmar, waaronder de voormalige hoofdstad Rangoon, zijn vele honderden boeddhistische monniken op straat gekomen om te protesteren tegen het militaire schrikbewind.
De betogingen genieten de voorzichtige steun van de bevolking en ook de internationale gemeenschap vraagt snelle democratische veranderingen.
Betogingen mogen al een zeldzaamheid zijn in wat vroeger Birma was, protestmarsen door boeddhistische monniken zijn dat des te meer. Het heersende militaire regime staat bekend om zijn erg repressieve aanpak van al wie het niet gunstig gezind is. Het is vandaag exact 19 jaar geleden dat bij betogingen voor meer democratie in 1988 bijna 3.000 burgers en monniken afgeslacht werden door het leger.
De boeddhistische monniken riepen de burgerbevolking op om zich niet aan te sluiten bij de betoging, waarschijnlijk uit vrees voor het gewelddadige optreden van de overheid. Tegen een vreedzame optocht van alleen monniken zou de overheid immers niet kunnen optreden, uit vrees voor mogelijke opstanden .
Monniken genieten in het overwegend boeddhistische Myanmar immers nog altijd erg veel aanzien. “Hen behandelen als dissidenten of als gewone burgers zou voor veel weerstand bij de bevolking zorgen”, zegt Jonathan Head, Zuid-Oost-Azië-correspondent voor de Britse omroep BBC.

“Tégen geweld, vóór het volk”



Khin Ohmar, van de Asia Pacific People’s Partnership on Birma, geeft toelichting bij het engagement van de monniken: “Het is de traditie in Birma dat monniken protesten leiden als er leed en geweld is. Voor hen is het welzijn van de bevolking, vrij van honger en armoede, belangrijk.”
Aanleiding voor de huidige straatprotesten is onder andere het economische wanbeleid van de regering. Die voerde vorige maand onverwacht, en zonder de minste verantwoording, een fikse verhoging van de brandstofprijzen door. Brandstoffen werden vijf keer duurder, met alle gevolgen van dien voor de al arme bevolking.
De monniken willen met hun protest ook een publiekelijke verontschuldiging van de overheid uitlokken voor haar optreden in de stad Pakokku enkele weken geleden. Politie en leger gebruikten daar geweld en waarschuwingsschoten om betogende monniken uit elkaar te drijven. “De militaire junta moet zich verontschuldigen bij de monniken en luisteren naar hun wensen om de vrede te bewaren”, zegt een student die de protesten in Rangoon bijwoonde.

Boycot



De boeddhistische monniken dreigen er bovendien mee aalmoezen van de overheid te weigeren. Die symbolische actie zou voor zowel leger als regering de ultieme vernedering betekenen. Boeddhisten beschouwen het als hun morele plicht om monniken te voorzien van aalmoezen. “Een dergelijke boycot door de monniken gebeurt uitsluitend bij het zien van geweld en onrechtvaardigheid. De aalmoezen van het leger zijn in hun ogen ‘aangetast’”, zegt Khin Ohmar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift