Multiculturele pleegzorg

Een puberende pleegzoon die de moskee bezoekt. Een pleegmoeder die twee menu’s op tafel zet: één mét en één zonder varkensvlees. Een natuurlijke moeder die wil dat haar kind van de pleegouders nieuwe en geen afgedragen kleren krijgt, want binnen haar cultuur duidt dat op "goede verzorging"… Het aantal pleegkinderen met een niet-Vlaamse achtergrond groeit in Vlaanderen.
‘Ik ben van Antwerpen en zij zijn van een boerengat. Natuurlijk is er een verschil.’ Voor de Liberiaanse Hawa vormt de stilte van het dorp de grootste cultuurclash met haar pleeggezin. Hawa is net zestien, mama van de drie maanden oude Ilya, en heeft sinds november vorig jaar ‘t stad geruild voor Sint-Lenaarts, een onooglijk stipje op de Vlaamse kaarten. In het opvangcentrum De Stroming, waar ze vijf maanden verbleef, kon ze als jonge moeder niet blijven. Teruggaan naar haar Liberiaanse familie in Antwerpen was geen optie, het alternatief was pleegopvang bij een Vlaams gezin met vier kinderen, tussen dertien en eenentwintig jaar. ‘De Mutsaard (de pleegzorgdienst, nvdr) belde ons op met de vraag of we een crisisopvang zagen zitten voor een hoogzwanger meisje’, vertelt pleegmoeder Hilde Antonissen, ‘We kregen een week bedenktijd en na een kennismakingsgesprek ging de hele familie akkoord. Onze kinderen vonden de humor van Hawa wel oké.’
Met Hawa is de familie Van den Heuvel niet aan haar proefstuk. Ze hebben al een elftal pleegkinderen opgevangen: crisisopvang, langdurige opvang, kinderen met Congolese, Marokkaanse of Belgische wortels. Dat maakt het altijd anders. Ook dit keer. Hawa heeft temperament. Samen met een eigen wil en haar nieuwe status als moeder, geeft dat geregeld vonken. ‘Ik ben een puber in de ergste graad’, verkondigt Hawa met een grijns.
‘Eerst wou ik niet naar een pleeggezin, maar ik had geen keus: het centrum voor ongehuwde jonge moeders was volzet. Nu ben ik blij dat ik hier zit, maar het blijft enorm aanpassen. Van mijn acht jaar tot ik naar De Stroming ging, woonde ik bij mijn “stiefmama”, één van de vier vrouwen van mijn papa. Mijn echte mama woont nog altijd in Liberia. Bij mijn stiefmama deed ik wat ik wilde, net als de rest van de familie. Ik at wanneer het me uitkwam, ging weg zonder iemand iets te vragen. Hier is alles anders: altijd samen aan tafel, veel meer controle, altijd alles willen uitpraten.’
Voor Hawa is het enorm wennen aan deze nieuwe structuur en aan de verantwoordelijkheid voor Ilya die haar pleegmoeder van haar vraagt. Toch wil ze haar Vlaamse pleegfamilie niet ruilen voor een Liberiaans gezin. Haar ervaring en achtergrond hebben haar beeld over Liberianen gekleurd. ‘Ik ben Liberiaanse, geen Belg. Maar ik heb het gehad met de Afrikanen. Allemaal dezelfde.’ Dat ze de enige moslim is binnen haar pleegfamilie, geeft geen problemen. ‘Behalve één keer, toen ik zo’n honger had dat ik -zonder het te weten- op een pizza ben gevlogen waar ham op zat. Dat vond ik erg, maar ik ben zeker niet zo’n diepgelovige moslima die vijf keer per dag bidt en enkel halal geslacht vlees wil eten.’
Hawa’s islamitische levensbeschouwing vormt geen probleem voor het opvangproces, zegt Hilde Antonissen. Het enige verschil merk je aan tafel, het gezinsmenu is aangepast naar meer kip. ‘We hebben ook een Marokkaans moslimmeisje gehad die een hoofddoek droeg, iets wat ze tegenover ons gênant vond. Het maakte haar verlegen. En bij vrienden van onze kinderen lokte haar hoofddoek soms wel reacties uit.’

Pleegzorg op Marokkaanse leest


De pleegzorgdienst Dunya kent de cultuurproblemen die met pleegzorg verbonden zijn. ‘Dunya is gestart vanuit de groeiende vraag van Marokkaanse ouders -een grote groep in Antwerpen- naar opvang voor hun kinderen in cultuureigen en islamitische gezinnen’, vertelt Samira Aissaoui, consulente bij Dunya. ‘De consulenten van de comités Bijzondere Jeugdzorg kennen ons intussen’, zegt coördinator Karolien Vandijck.
‘Zij bemiddelen voor vrijwillige plaatsing, zonder dat de jeugdrechtbank eraan te pas komt. Het vertrouwen tussen ouders en pleegouders is al broos: je kind aan een ander overlaten is een moeilijke stap. Een andere taal en andere gebruiken maken de drempel nog hoger.’ Voor de Marokkaanse ouders, maar in de eerste plaats voor hun kind is het vaak gemakkelijker dat het terechtkomt in een vertrouwde omgeving, waar de feestdagen dezelfde waarde hebben, waar het dagelijkse leven sterk op het hunne gelijkt. Via kanalen als De Streekkrant, De Zondagskrant, het internet en recent via moskeebezoeken maakt Dunya zijn project bekend. Vandaag zijn al vijftig Marokkaanse gezinnen aangesloten bij Dunya. Het is een uniek project in Vlaanderen -zelfs in Nederland, waar doelgroepenwerking veel meer geïntegreerd is in de sociale hulpverlening, bestaat een soortgelijke opvangdienst niet.

Een wereld van verschil


Bij De Mutsaard zijn maar twee Marokkaanse pleeggezinnen aangesloten. Plannen om kinderen meer in een cultuureigen omgeving op te vangen staan voorlopig nog in de kinderschoenen. Voor vraag en uitleg rond culturele en religieuze verschillen, kunnen pleeggezinnen terecht bij de begeleiders van hun pleegzorgdienst. De grootste opgave binnen de pleegzorg is sowieso het leren delen van ouderschap, zegt Daniëlle Decorte.
Botsingen tussen culturen en religies vragen bij dit proces extra energie en flexibiliteit, van de pleegouders, maar ook van de natuurlijke ouders. Moslims die hun kind zien terechtkomen in een opvanggezin met een hond als huisdier, zijn daar niet altijd gelukkig mee, want binnen de islam wordt de hond als onrein gezien. Praten en bemiddelen helpt om te leren omgaan met rituelen, taboes, seksualiteit. Soms gaat het dieper. ‘Een tijd geleden wou een pleegkind met islamitische ouders, die in een katholieke pleegomgeving terechtkwam, zijn vormsel doen’, vertelt Decorte. ‘Die jongen zat gewrongen tussen twee leefwerelden: zijn pleegouders en zijn mama die hij niet wou kwetsen. Opgroeien tussen twee gemeenschappen is voor pubers extra moeilijk.’
Decorte schat dat de helft van de 250 pleegkinderen die ze begeleiden minstens één ouder heeft van niet-Vlaamse afkomst. Naast de Marokkaanse en Turkse jongeren, groeit het aantal nationaliteiten, kinderen van asielzoekers en niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. ‘Pleegzorg verandert, net zoals onze samenleving. Elk pleegkind heeft een eigen verhaal en achtergrond, met andere gebruiken en levensvisies, die niet per se aan een nationaliteit of religie vasthangen. Ook de Vlaamse cultuur is een bonte mix.’

IN EEN ANDER NEST

In 2004 telde Vlaanderen 5050 kinderen die in aanmerking komen voor pleegzorg. 4529 kinderen vonden opvang bij 3489 pleeggezinnen. In de statistieken houdt de Federatie van de Vlaamse pleegzorg geen rekening met afkomst of religie. Hoeveel derdegeneratiekinderen van Marokkaanse afkomst of met islamitisch geloof in de pleegzorg zitten, is moeilijk terug te vinden.
Info: www.pleegzorgvlaanderen.be, www.demutsaard-jeugdzorg.be, www.opvang.be (Dunya)


Reageer op dit artikel via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness