Musharraf krijgt onvoldoende van Wereldbank

Bij zijn aantreden in oktober 1999 beloofde Pervez
Musharraf de armoede in zijn land terug te dringen en te zorgen voor
economische stabiliteit en een hervorming van het overheidsapparaat.
Tweeëneenhalf jaar later, aan de vooravond van zijn tweede ambtstermijn,
spreekt de Pakistaanse president van een economisch succesverhaal, maar
experts van de Wereldbank relativeren dat sterk.


Musharraf noemt drie economische successen: het tekort op de begroting kromp
dit jaar van 7 tot 5,3 procent van het bruto nationaal product, de
buitenlandse geldreserves zijn gegroeid met 5,3 miljard dollar en de
buitenlandse schuld van Pakistan wordt herschikt. Volgens economisten bij de
Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF) is dat echter vooral te
danken aan de Amerikaanse economische steun die na 11 september op gang kwam
in ruil voor de cruciale Pakistaanse steun aan de militaire operatie in
Afghanistan.

Zonder 11 september zou de Pakistaanse economie de dieperik in zijn
gegaan, zegt een woordvoerder van de Wereldbank in Islamabad. Pakistan, zo
stelt de Wereldbank, kon zijn begrotingstekort vooral terugdringen door
minder te investeren in ontwikkeling. Het budget daarvoor zakte in 2001 tot
een dieptepunt. De groei van de buitenlandse geldreserves werd evenmin
veroorzaakt door hervormingen of een beter presterende export. Het
exportcijfer zakte dit jaar tot 7 miljard dollar, aldus Wereldbank.

De rechtstreekse buitenlandse investeringen zijn in vergelijking met vorig
jaar met 14 procent gezakt. De aanwas van de geldreserves wordt veroorzaakt
door kunstmatige factoren zoals de 1,6 miljard buitenlandse hulp die
Pakistan ontving na 11 september, zegt een liever anonieme bron bij de
Wereldbank. Wat vooral tegenvalt, zijn de bedroevende investeringen in de
sociale voorzieningen. In het huidige fiscale jaar zijn de investeringen in
sociale sector al teruggelopen met 15 procent.

Pakistan ontsnapt voorlopig dus niet de economische neergang die eerder werd
ingezet. In een rapport dat vorige maand werd uitgebracht, stelt de
Aziatische Ontwikkelingsbank dat zowel de buitenlandse investeringen als de
belastinginkomsten en de consumptie in de periode 2000-2001 terugliepen. Het
percentage van de bevolking onder de armoedegrens en de indicatoren voor
ontwikkeling toonden geen teken van verbetering.

Bovendien wordt de levensstandaard in Pakistan duurder. Dat blijkt althans
uit een onderzoek dat de Engelstalige krant ‘Dawn’ onlangs publiceerde. De
prijzen van 37 levensnoodzakelijke producten zouden tussen oktober 1999 en
maart 2002 gestegen zijn met 20 percent. De prijzen voor elektriciteit en
gas zijn in die periode gestegen met 15 tot 40 procent. De prijs van
geneesmiddelen is gestegen door de invoering van een belasting van 15
procent. In vrijwel alle sectoren zijn de lonen op hetzelfde niveau
gebleven. Vorig jaar kregen de ambtenaren wel nog een loonsverhoging van 25
procent.

De lonen van de president, de provinciegouverneurs, de ministers en de
rechters in de hoogste juridische organen zijn de afgelopen 30 maanden
gestegen met 100 tot 320 procent. Het aantal Pakistanen dat onder de
armoedegrens van één dollar per dag leeft, bedraagt nog steeds een derde van
de bevolking. Meer dan 45 procent van de Pakistani heeft geen geld voor
elementaire gezondheidszorg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift