Muziek uit een multicultureel verleden

Muziek is niet in staat om de wereld te veranderen. Wie België van de racistische ondergang wil redden, moet méér doen dan een concert van een Noord-Afrikaanse popgroep bijwonen. Toch kan muziek de erfenis van een eeuwenlange, multiculturele ervaring bewaren en doorgeven. Kan de schoonheid van dat verleden onze harten en geesten openen en de aanzet geven tot een nieuwe renaissance?
Amina Alaoui is een wonder van vrouw. Of, ten minste, een betoverende zangeres. Ik heb haar tweemaal zien en horen optreden, enkel begeleid op guiterne en op zarb (handtrom). Zo’n concert van Amina Alauoi is een oefening in verdieping en verstilling. Er gebeurt bijna niets op het podium. Niemand vraagt ‘do you feel allright’, er is geen spel met licht of geluid. Alaoui danst alleen met haar sierlijke handen. En met haar beweeglijke stem. Zelf omschrijft ze de muziek die ze brengt als kantwerk, ‘gebaseerd op een lied dat in de verf gezet wordt door het te vermengen met vreugde en nostalgie.’ Bijna niemand in de zaal begrijpt de poëtische, religieuze of volkse teksten. Toch voelt iedereen dat het over de liefde gaat. ‘Er zijn drie soorten liefde’, verduidelijkte de zangeres tijdens een concert, ‘de onbereikbare, de onvervulde en de onvolmaakte.’ Alleen al voor zo’n opmerking zou een mens zich verplaatsen naar een Cultureel Centrum. Maar je krijgt veel meer. Ontroering, herkenning én uitdaging. Want Amina Alaoui is niet alleen een verbluffend sterke zangeres -die beseft dat ware kracht getoond wordt door beheersing- ze is ook taalwetenschapper -Arabisch, Spaans, Frans en Engels. Ze studeerde in Granada en daar werd ze gebeten door de microbe van de Arabo-Andalusische muziek. Haar onderzoekswerk naar de geschiedenis en betekenis van die muziekvorm loopt als een onhoorbare melodielijn doorheen haar optredens. Amina Alaoui heeft een roeping: ze wil de wereld kennis laten maken met één van de mooiste, maar weinig bekende periodes uit de Europese geschiedenis.

De onbekende Renaissance

‘Het was geen bezetting die erkenning probeerde af te dwingen door militaire macht, het was een nieuwe maatschappij die overal haar sterke wortels plantte. In deze vruchtbare vermenging van volkeren en rassen bestonden alle ideeën en gewoonten, alle ontdekkingen die tot dan toe gedaan waren in de wereld, alle kunsten, alle wetenschappen, elke vorm van vernuftigheid, elke uitvinding, elke klassieke discipline: alles bestond er zij aan zij en samen gaven al deze elementen de aanzet tot weer nieuwe ontdekkingen en nieuwe creatieve energieën.’ De Spaanse schrijver Blasco Ibáñez kwam een eeuw geleden woorden te kort om zijn bewondering uit te drukken voor de Arabo-Andalusische beschaving. ‘De fijnste en weelderigste beschaving van de Europese Middeleeuwen’, schreef hij. De Arabo-Andalusische periode loopt van 756 tot 1492. Steden als Cordoba, Sevilla en Granada zetten de traditie van tolerantie en wetenschappelijke ambitie voort die aan de islamitische hoven van Bagdad ontstaan was. Het Moorse Spanje groeide zo uit tot wereldcentrum op het vlak van wetenschap en cultuur. In de achtste eeuw definieerde een uit Bagdad gevluchte muzikant, Ziryâb of ‘de merel’- de poëtische en muzikale contouren van wat later zou uitgroeien tot de Arabo-Andalusische muziek. Hij deed dat door Griekse en Perzische muzikale modi, Byzantijnse toonaarden, Arabische modulaties en Berberse ritmes te verweven met Romaanse grondlagen. In diezelfde periode gaven joodse, islamitische en katholieke wetenschappers, theologen en staatsmannen samen vorm aan ‘Al-Andalus’: een gedeelde droom van een humane, want op God georiënteerde, wereld. Op die manier legden ze ook de fundamenten voor de Renaissance. Geen wonder dat heel wat hedendaagse Europeanen en Noord-Afrikanen dwepen met die ‘gouden tijd’: het opgepoetste beeld van toen staat in schril contrast met het door racisme en fundamentalisme bevlekte heden.

De grote vergeettruc

Op de hoesaantekeningen van ‘Alcántara’, de pas verschenen nieuwe cd van Amina Alaoui, waarschuwt de zangeres tegen overdreven romantiek: ‘Er waren in die periode ook verschillende heroveringsoorlogen tussen islamitische en katholieke koninkrijken; er waren dodelijke broedertwisten; er was rivaliteit voor de macht; er waren tijden van achteruitgang en van fundamentalisme; er was decadentie.’ Ze had er kunnen aan toevoegen dat er ook vreselijk veel verdeeldheid was tussen de steden en regio’s van ‘Al-Andalus’. Die verdeeldheid maakte het de katholieke koningen van Spanje makkelijker om het hele schiereiland stuk voor stuk te heroveren. Tot in 1492 het laatste Moorse bolwerk, Granada, viel en in de zeventiende eeuw alle moslims en joden uit Spanje verdreven werden. Sindsdien lijkt ‘Al-Andalus’ verdwenen in het zwarte gat van de officiële geschiedschrijving. Het christelijke Europa verkiest de cowboyverhalen uit de kruistochtentijd om zich een beeld te vormen van de islam en wil dus liever niet herinnerd worden aan de tolerante islam uit Andalusië. Ook in de moslimmemorie staat de Arabo-Andalusische periode niet hoog aangeschreven. Daar leeft de idee dat ‘Al-Andalus’ ten onder is gegaan aan decadentie, wat het rechtstreekse gevolg zou zijn van -te veel- tolerantie en wetenschappelijk vorsingswerk. Sinds de verovering van Byzantium door de Ottomanen werd het ideaalbeeld van positieve verdraagzaamheid in de moslimwereld vervangen door een soort oorlogsgeloof, waarin hiërarchische structuur, militaire macht en verwerping van de kritisch-wetenschappelijke geest de bovenhand haalden.

In Spanje is de Arabo-Andalusische muziek ondergedoken in allerlei volkse en hoofse muzieksoorten die wij nu gewoon als Spaans beschouwen. De emigranten namen hun poëzie en muziek mee naar de andere kant van de Middellandse Zee, als nostalgische herinneringen aan een ervaring die nooit meer terug zou keren. Joodse migranten vertrokken richting Marokko of Turkije en trokken later door tot in de Balkan. Zij bewaarden hun eigen, sefardische tradities en koesteren die tot vandaag. In Marokko, Algerije en Tunesië werden de Moorse liederen mondeling doorgegeven van de ene generatie op de volgende. Zo ontstonden in elk van die Noord-Afrikaanse landen eigen Arabo-Andalusische tradities: al-Ala in Marokko, al-Ghurnâtî in Algerije, Ma’lûf in Tunesië. Op die manier blijven er stukjes Arabo-Anadalusische weelde toegankelijk voor ons, vierhonderd jaar na de massale uittocht uit Spanje. Rachid Aous, uitgever van de eerste cd-rom over deze muziek, vindt dat niet zo vanzelfsprekend. ‘De Arabo-Andalusische muziek wordt veel te vaak onderwezen op basis van papegaaienwerk’, zegt hij, ‘waarbij het veel belangrijker geacht wordt om de meester zo getrouw mogelijk te imiteren dan om een eigen interpretatie toe te voegen. Die meesters bewaken hun kennis aan gedichten en muzikale wijzen zo jaloers, dat er toch al veel verloren ging.’ Met andere woorden: het pakje werd vierhonderd jaar lang doorgegeven, maar niemand beseft nog tenvolle wat erin zit. Zelfs de taal waarin de Noord-Afrikaanse Arabo-Andalusische liederen gezongen worden is vaak niet toegankelijk voor zangers of publiek.

Gezien van op de brug

‘Vroeger kende ik mijn gezel niet / als wij hetzelfde geloof niet deelden / Vandaag is mijn hart tot alle beelden in staat: / het is de steppe voor de gazelle, klooster voor de monniken / tempel voor de godenbeelden, Kaâba voor de bedevaarders / tafelen van de Torah en Heilig Boek van de Koran / De liefde alleen is mijn religie’, zingt Amina Alaoui in haar zelf gecomponeerde ode aan Ibn Arabi, één van de Andalusische topgeleerden. Ze zingt het in het Arabisch, zodat tenminste haar Marokkaanse landgenoten herinnerd worden aan de mystieke schoonheid van de islam. Als ze in België optreedt, moeten de Vlamingen de boodschap opdelven uit de klankkleur en uit de stiltes die tussen de versregels in een heilige ruimte suggereren. We worden daarbij geholpen door de zangeres die enkele keren een kleine toelichting geeft bij het repertoire dat ze brengt. Op die manier bouwt Alaoui aan een gezongen brug tussen Europa en Noord-Afrika, tussen islam en christendom, tussen verleden en toekomst.



De cd ‘Alcántara’ (letterlijk: ‘De Brug’) verscheen bij Auvidis en wordt in België verdeeld door AMG.

De cd-rom ‘Nûba Raml Al-Mâya’ bevat een uur muziek en liederen (door Saad Eddine Elandaloussi), 100 bladzijden historische achtergrond, Arabische en vertaalde teksten én partituren. Info: Editions El-Ouns, 4 Rue des Patriarches, 75005 Paris. 00.33.143.362.330.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur