‘Muziek verzacht de zeden. Niet’

Hoe komt iemand uit de wereld van de experimentele hedendaagse muziek terecht in de frontlinies van de hedendaagse conflicten en armoede? En wat leert hij uit die culturele en humanitaire omzwervingen over mens en muziek? Een portret van Lukas Pairon, doctoraal onderzoeker aan de UGent en oprichter van Ictus Ensemble, Music Fund en de Derde Partij.

  • Brecht Goris Lukas Pairon: 'Musicerende jongeren kunnen in Gaza botsen met de grimmige dogmatiek van de machthebbers: in Kinshasa moeten ze oproeien tegen de volkomen desinteresse van de overheid.' Brecht Goris

De Koninginnegalerij in hartje Brussel wordt in toeristische folders aangeprezen als de mooiste plek om te fotograferen in de hoofdstad. Binnen in dat glazen handelspaleis, in een smaakvol ingerichte, kleine studio op de tweede verdieping, houdt Lukas Pairon kantoor als directeur van Music Fund. Met die organisatie slaagde hij er de voorbije elf jaar in zo’n drieduizend instrumenten in te zamelen en te herstellen, en er daarvan al zo’n tweeduizend te bezorgen aan muziekscholen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Kinshasa, Maputo (Mozambique) en Tétouan (Marokko). De vraag kwam oorspronkelijk van muziekscholen in de Palestijnse Bezette Gebieden, waar Pairon en zijn ensemble voor hedendaagse muziek Ictus betrokken geraakt waren bij de opleiding van muzikanten.

Het duurde twee jaar eer hij die vraag in een collecte omzette, in een partnerschap met Oxfam België. Het was meteen een eclatant succes: op negentig plaatsen werden meer dan vijfhonderd instrumenten ingezameld. ‘We boden de mensen de kans iets te schenken, en dat wordt geapprecieerd’, zegt Lukas Pairon bedachtzaam. ‘En we stelden vast dat een instrument meer is dan een object dat je kan doorgeven. Elk instrument is een web van emotie en herinnering: de schenker heeft er jarenlang zelf op gespeeld, of zijn kinderen, of een overleden familielid. En dus is het weggeven van een instrument geen afscheid, maar eerder het begin van een nieuwe relatie. Iedereen wil weten waar zijn viool, gitaar of piano naartoe gaat, wie erop oefent, hoe het die mensen vergaat. Met het instrument reist de schenker mentaal mee naar de gebieden van conflict of extreme armoede.’

Bovendien werkte het verhaal over de behoefte aan muziekinstrumenten voor muziekscholen in de Palestijnse Gebieden als een soort mentale elektroshock. De meeste mensen, dat beseft Pairon heel goed, schermen zich af van het altijd slechte nieuws dat uit het Midden-Oosten komt. Van achter dat informatieschild zien Palestijnen en Israëli’s eruit als abstracties, bewegende belangen, eerder dan vaders of moeders, of kinderen met toekomstdromen. Maar Palestijnse ouders die hun kinderen naar de muziekschool willen sturen of tienjarige jongens of meisjes die Für Elise uitproberen tussen de alarmsirenes en de avondklok: dat maakt van hen plots weer mensen van vlees, bloed en cultuur.

Music Fund heeft nu veertien permanente collectiepunten in zes Europese landen, maar verlegde zijn prioriteit al snel naar opleiding: ‘Want wat gebeurt er met een piano of een viool zodra die gearriveerd zijn? Als er geen geschoolde stemmers of herstellers van die instrumenten zijn, zou het allemaal van erg korte duur kunnen zijn. En als er geen goed opgeleide leerkrachten zijn, worden de instrumenten onderbenut.’

Voldoening

Een van de initiatieven waaraan Lukas Pairon zijn hart verloor, is de muziekschool van Gaza. Muziek is geen vanzelfsprekendheid in een openluchtgevangenis als Gaza, waar zestig procent van de bevolking werkloos is, en met de allesbehalve melomane islamisten van Hamas aan de macht is het een klein wonder dat de A.M. al-Qattan Foundation er in september 2008 toch in slaagde een muziekschooltje te openen. Tijdens de Israëlische operatie Gegoten Lood van december 2008 werd de school in puin gelegd, maar twee maanden later gingen de deuren opnieuw open.

‘Dan vraag je je toch af,’ zegt Pairon, ‘wat die mensen bezielt. Wat is het dat muziek zo essentieel maakt, dat mensen zelfs in de extreemste omstandigheden er alles aan doen om hun vioolles te kunnen volgen, hun kamermuziek in te studeren, hun luitlessen niet te missen?’ Dat klinkt als een retorische vraag uit de mond van iemand die zich al meer dan tien jaar inzet voor het verbeteren van muziekonderwijs in de frontlinies van conflict en armoede, van Gaza over Afrika tot Haïti, waar Music Fund dit jaar van start gaat. Toch kent Pairon het antwoord op zijn eigen vraag niet.

Nog niet, want hij is dit jaar begonnen aan een doctoraal onderzoek onder de titel De betekenis van muziekonderwijs voor jongeren die getroffen worden door conflict of geweld. Voor dat onderzoek zal Pairon de meeste tijd doorbrengen met jonge muzikanten in Gaza, maar ook in Kinshasa, waar hij twee orkesten met jongeren zal volgen: een project met straatkinderen en zogenaamde heksenkinderen, en een project met kulunas of bendeleden.

Als hij het onderwerp van zijn toekomstige onderzoek toch al eens voorzichtig aftast, stelt Lukas Pairon vast dat die jongeren in Gaza of Kinshasa tot op zekere hoogte hetzelfde doen als de professionele topmuzikanten waarmee hij tot einde 2012 in Ictus samenwerkte: ze maken schoonheid waar niemand per se op zit te wachten, maar die een onwaarschijnlijke voldoening in hun eigen leven en wezen kan teweegbrengen. En ze doen dat vaak op eigen risico. In Gaza kunnen ze botsen met de grimmige dogmatiek van de machthebbers; in Kinshasa moeten ze oproeien tegen de volkomen desinteresse van de overheid, die de onwaarschijnlijke kweekvijver aan artistiek talent aan zijn lot of aan de woeste commercie overlaat.

‘Ik vind de bezetting verschrikkelijk en ben ervan overtuigd dat er zo snel mogelijk een oplossing moet komen. Juist daarom ben ik zo gekant tegen een culturele en intellectuele boycot van Israël.’
‘In gesprekken over muziek in conflictzones valt al snel de dooddoener dat muziek de zeden verzacht of dat samenspel een voorafspiegeling is van de vrede die eruit voortkomt. Dat is zo’n onwaarschijnlijke overdrijving, alsof muziek magische krachten zou bezitten, dat ik van die bon mots geen spaander heel kan laten.’ Even later zet Pairon dan toch een voetnoot bij die stelligheid: ‘Ik moet toegeven dat ik in Gaza ben gaan twijfelen aan mijn eigen scepticisme over de impact van muziek. Daar zag ik dat de jonge mensen die met muziek bezig zijn en hun instrument vaak hebben leren bespelen door cursussen van internet te downloaden, juist heel optimistisch en gedreven in het leven staan. Misschien heeft die vorming tot muzikant daar toch wel iets mee te maken?’

Geen vredesduif

Muziek als instrument voor ontwikkeling, dat is de baseline waarmee de brochure Music Fund 2013-2015 uitpakt. In de tekst binnenin wordt dat wat concreter en genuanceerder gesteld: ‘Muziekonderwijs en -uitvoering op zich voorkomen conflicten niet of zorgen niet voor economische ontwikkeling. Maar goed gestructureerd muziekonderwijs kan wel een fundamentele rol spelen in de opbouw of heropbouw van een samenleving, al was het maar omdat de aandacht gefocust wordt op cultuur en weggehaald wordt van de ellende van conflict en armoede.’

Ontwikkeling is echter meer dan psychologisch comfort. Wil Lukas Pairon ook maatschappelijk zaken in beweging zetten met de acties van Music Fund? Het korte antwoord lijkt neen te zijn: ‘De kortste weg naar mislukking is van hieruit proberen te bepalen hoe de wereld er ginder zou moeten uitzien. Daar wil ik niet aan meedoen. Onze rol is louter ondersteunend: wat de mensen ginder willen doen, wordt mee mogelijk gemaakt door dingen die wij kunnen aanbrengen: instrumenten, knowhow, opleidingen… Dat is dan ook het antwoord op de opwerping dat wij met westerse instrumenten ook de westerse cultuur importeren: wij bezorgen alleen waarnaar gevraagd wordt, en wat men vraagt zijn instrumenten die “geadopteerd” werden en waarmee zij de muziek maken die zij willen maken.’

Pairon weigert de rol van vredesduif, ook al ziet hij ze veelvuldig rondfladderen, de artistieke projecten die beloven vrede te creëren. ‘Ik vind zelfs niet dat wij muzikale ontmoetingen tussen Palestijnen en Israëli’s moeten opzetten, dat kunnen ze zelf wel als ze die willen.’

Uitwisseling

Is die houding van non-interventie houdbaar in de context van Israël en Palestina? Kan Lukas Pairon daar volhouden dat hij louter als technische, ondersteunende partner aanwezig is, of moet hij toch partij kiezen? Pairon bevestigt dat onverschilligheid, zelfs in de positieve betekenis van openheid voor verschillende mogelijke waarheden, niet mogelijk is zodra je in Palestina arriveert, wat hij de voorbije jaren meer dan vijftig keer gedaan heeft.

‘Ik vind de bezetting verschrikkelijk en ben ervan overtuigd dat er zo snel mogelijk een oplossing moet komen. Daarom ben ik altijd zo geïnteresseerd geweest in wat vredesactivisten aan beiden kanten van de conflictgrens deden, vaak in dialoog met elkaar. Maar daarom ook ben ik zo gekant tegen het idee van een culturele en intellectuele boycot van Israël.’

Pairon bedoelt het feller dan hij het brengt. Hij lijkt de vleesgeworden geëngageerde gelijkmoedigheid, of het nu gaat over een ontbrekende stemvork of over de dagelijkse vernederingen die zijn Palestijnse vrienden ondergaan. ‘Ik kan me nog het effect voorstellen van een bankenboycot en zou zeker voorstander zijn van een boycot van landbouwproducten die afkomstig zijn van de nederzettingen. Maar als een muziekschool in Ramallah of Jenin een muziekleraar zou gaan weigeren louter op grond van het feit dat die leraar uit Israël komt, dan zie ik dat als een gemiste kans om barsten in de muur te maken. Zo’n muziekleraar gaat immers een langetermijnrelatie aan met zijn leerlingen, maar ook met de ouders en de gemeenschap van die leerlingen. Wellicht kan hij soms niet weg uit de stad waar hij lesgeeft, wat betekent dat hij moet overnachten bij de mensen. Zo iemand neemt dan weer de menselijke verhalen uit de Palestijnse Gebieden mee naar huis. Die uitwisseling, die band willen doorknippen, dat stoort me enorm.’

‘Ik snap wel dat een Palestijnse muziekschool niet met elke Israëlische instelling of ieder individu kan samenwerken, dat men minstens de behoefte heeft aan een ondubbelzinnig standpunt tegenover de bezetting. Dat is politiek. Maar een boycot die gericht is tegen iedereen uit Israël gaat verder en daar volg ik niet. Dat wordt een vorm van pacifisme die zeker geen vrede zal opleveren.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur