Myanmar: Europa is aan zet

Het is erop of eronder voor Myanmar. Ofwel wordt het menens met de politieke hervormingen, ofwel kruipen de generaals verder weg in hun machtsbastions en volgt nog meer repressie. De Europese Unie moet alles op alles zetten om dit tweede scenario te voorkomen, maar daarvoor heeft zij nood aan een geloofwaardige Azië-strategie.
Bijna twintig jaar lang hebben de militaire dictators in Myanmar ongestoord hun gang kunnen gaan. Politieke opponenten zoals Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi werden buiten spel gezet, verkiezingen genegeerd. De generaals hebben zich al die tijd in het zadel weten te houden dankzij een uitgekiende verdeel-en-heers-politiek ten aanzien van de talrijke etnische groepen en een strikte controle over de economische rijkdommen. Dat tienduizenden burgers het leven lieten als gevolg van strafexpedities en wanbeleid, heeft de sabelslepers niet in gevaar gebracht.
Het tegendeel is waar. Het regime heeft zijn centrale positie handig weten te  verzilveren bij een aantal buurlanden. China, India and Thailand werden uitgenodigd om een te investeren in de ontginning van de enorme natuurlijke rijkdommen van Myanmar: aardgas, olie, minerale ertsen, hardhout, enz. Aan de grenzen met de China en Thailand werden opzichtige casino’s opgetrokken die jaarlijks honderdduizenden gokkers van over de grens aantrekken. Door de drie landen tegen elkaar uit te spelen en de prijs voor grondstoffencontracten op te drijven, profiteren de militaire leiders van een onafgebroken geldstroom.
Ook op strategisch vlak heeft de junta zich onmisbaar gemaakt. India en Thailand zijn grotendeels afhankelijk van de generaals om de stabiliteit in eigen land te handhaven. Sinds jaren houden zich talrijke Thaise en Indiase rebellenbewegingen schuil in de grensstreek met Myanmar. Ook China heeft er aanzienlijke veiligheidsbelangen.  Myanmar ligt aan een strategisch belangrijke zeestraat die de Indische Oceaan met het Verre Oosten verbindt. Bijna alle olie die China invoert en een aanzienlijk deel van de export, passeert via deze scheepvaartroute. Peking mikt verder op nieuwe wegen, olie- en gaspijpleidingen die het Chinese binnenland beter moeten ontsluiten. yanmar is dus een frontlijnstaat waar verschillende invloedssferen elkaar overlappen.
Deze situatie bezorgt de generaals een diplomatiek vrijgeleide. De Volksrepubliek heeft Myanmar herhaaldelijk uit de problemen geholpen waanneer het Westen bij de Verenigde Naties aanstuurde op sancties. Begin dit jaar nog kelderde China een VN-resolutie die pleitte voor meer politieke vrijheid. Thailand heeft er dan weer voor gezorgd dat Myanmar niet al te zwaar onder vuur kwam te liggen in de Associatie voor Zuidoost-Aziatische landen (Asean).
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat al het geroep in Brussel en Washington weinig zoden aan de dijk brengt. De Europese Unie tracht Myanmar te overtuigen door op papier ‘bezorgdheid’ en ‘diepe verontwaardiging’ te uiten, maar vooruitgang heeft dat niet veroorzaakt. De generaals hebben zich daarentegen verder ingegraven en de hoofdstad naar een veilige plaats landinwaarts verhuisd.
Het gebrek aan invloed hoeft niet te verbazen. Europa vertegenwoordigt amper 5 procent van de Birmese handel. Het heeft nauwelijks diplomatieke contacten met het land en de Europese lidstaten zitten niet op één lijn. Vooral Parijs kiest voor de belangen van de Franse oliegigant Total in plaats van mensenrechten. Nochtans kan de Unie een centrale rol spelen. In tegenstelling tot de Verenigde Staten heeft het niet alle bruggen met Myanmar opgeblazen. Met het imago als vriendelijke, lome reus ligt Europa ook goed in de markt bij andere staten in de regio en kan het optreden als pragmatische onderhandelaar. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen vervullen, is er nood aan een driesporenbeleid.
Het blijft cruciaal om druk op de ketel te houden. Europa dient nog nadrukkelijker haar afkeur te doen blijken in gezamenlijke verklaringen. Meer nog, het kan absoluut geen kwaad om sancties te overwegen. Maatregelen in de toeristische sector zullen een aantal generaals ongetwijfeld aan het denken zetten, daar zij een groot deel van de hotels en horeca controleren. Campagnes aan het adres van Total blijven eveneens relevant.
Ten tweede moet de EU indirect druk uitoefenen op China, India en Thailand. China is ongetwijfeld de belangrijkste bondgenoot van het regime, maar is meer dan ooit gevoelig voor zijn imago als verantwoordelijke grootmacht. In de diplomatieke schemerzone is reeds gebleken dat Peking subtiel aandringt op politieke verzoening. Het zou echter onjuist zij om alle pijlen op China te richten.
Ook India en Thailand hebben boter op het hoofd. Met deze twee spelers valt zeker te praten omdat zij rekenen op Europese hulp en investeringen. In principe komt het neer op een overleg naar het voorbeeld van Noord Korea: een mix van politieke consensus, diplomatieke overtuigingskracht, sancties en economische beloften Deze laatste factor mag niet uit het oog worden verloren. Met economische en politieke druk kan men de situatie in Myanmar proberen te stabiliseren, maar om werkelijk te komen tot een diepgaande politieke transitie, is er nood aan een grondige socio-economische hervorming van het land. Europa moet nu reeds nadenken over een coherente strategie die Myanmar kan ruggensteunen in dit proces.
Als de Europese Unie nog een rol van betekenis wil spelen in Azië dan is Myanmar een uitgelezen kans om dit te bewijzen.
Jonathan HOLSLAG is als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en verricht onderzoek naar strategische kwesties in Azië.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2938   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift