Nadia Fadil: ‘Er is geen ruimte voor een serene discussie’

De rellen van Molenbeek zullen de hoofddoeken wel weer naar de achtergrond dringen, maar MO.be besloot om eens rustig de tijd te nemen om dat “debat” ten gronde te analyseren. Niet met een vuilgebekte imam, maar met Nadia Fadil.

  • Lisa Develtere Nadia Fadil Lisa Develtere

Nadia Fadil is verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek aan de K.U.Leuven, waar ze onderzoek verricht naar de religieuze en niet-religieuze beleving van Belgische-Maghrebijnen en naar de institutionalisering van de islam in België. Fadil is ook voorzitster van het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV). Met zo’n cv verwacht je geen slogans, maar doorwrochte analyses. We hielden de voeten op de –Antwerpse– grond, en dat levert uiteraard meer verheldering op dan wat de meeste media presenteren.

Heeft u een verklaring voor de opflakkering van het hoofddoekendebat?

Nadia Fadil: Ik heb het nog niet getest, maar op basis van mijn ervaring heb ik de hypothese opgebouwd dat het minderhedendebat volgens een bepaalde conjunctuur verloopt. Tegen het einde van de zomer merk je een opflakkering omdat er dan weinig andere discussies aan bod komen. Dat was ook het moment dat de hele hetze rond de AEL en Abu Jahjah plaatsvond. Het hoofddoekendebat is altijd populair in de zomer en tijdens het begin van het schooljaar, want op dat moment passen de scholen hun reglementen aan.

Ook net voor een politieke verkiezingscampagne gelanceerd wordt, doen politici vaak nog enkele straffe uitspraken, want je merkt dat politici tijdens de verkiezingsstrijd hier niet graag over praten omdat het dan veel te gevoelig ligt. Het minderhedendebat is dus een soort van entertainment dat dient om lege gaten op te vullen.

Historisch is het publiek debat rond de minderheden ontstaan bij de opkomst van het Vlaams Blok. Ook de politisering van migrantenproblemen en problemen rond multiculturaliteit zijn duidelijk gelinkt aan het electorale succes van het Vlaams Blok. Daarnaast ontstond er in de jaren ’90 een nieuw paradigma over de onverzoenbaarheid van de islam en het Westen. Denk maar aan de uitspraak van Willy Claes die zei dat het moslimfundamentalisme de grootste bedreiging voor Europa vormde of Samuel Huntington die het had over de “botsende beschavingen”.

Na 9/11 ontmoeten het multicultureel debat en het paradigma van de botsende beschavingen elkaar. Het besef dat Vlaanderen en Europa aan het veranderen zijn en dat er iets gedaan moet worden met deze verandering geraakt in een stroomversnelling. De hoofddoekendebatten die in Vlaanderen vooral sinds 2003 gevoerd worden, zijn daar een symptoom van. Het meest concrete resultaat van dit maatschappelijk debat is dat er een systematische uitdijing is van het aantal sanctionerende en repressieve maatregelen ten aanzien van hoofddoeken.

Waarom zijn moslims er zo slecht in geslaagd hun visie te communiceren en te wegen op het debat?

Nadia Fadil: Een stem in het debat hebben en een tegenwicht kunnen bieden om dergelijke maatregelen te voorkomen zijn twee aparte zaken. Wat de stem in het debat betreft, is 2000 een interessant jaar. Dat jaar vond er enerzijds een debat plaats over de problematisering van de minderheden met onder meer Paul Scheffer die het had over het “multicultureel drama”, maar anderzijds was het de eerste keer dat de minderheden een autonome stem namen in het debat.

De consensus van 2000 was dat het eigenlijk niet goed ging met de integratie van de minderheden en dat ze met allerlei achterstanden te kampen hadden. De minderheden maakten hierover een analyse die in die periode nog nieuw was, namelijk dat de achterstanden te maken hebben met het gebrek aan een coherent integratiebeleid en het probleem van discriminatie en racisme.

De reden dat deze analyse zich niet heeft kunnen vertalen naar effectieve actie heeft twee oorzaken. Enerzijds is de politieke mobilisatie van minderheden nog vrij nieuw. Ze beschikken dus niet over de nodige infrastructuur en mankracht om zich als tegenwicht te kunnen organiseren.

Maar daarnaast speelt vooral ook het feit dat de discussie niet enkel gaat over minderheden versus dominante samenleving. Het gaat over verschillende versies van Vlaanderen, West-Europa en België. Multiculturaliteit is iets dat het klassieke rechts-links standpunt overstijgt en waarover binnen de politieke gemeenschap en de minderheden verschillende standpunten worden gehanteerd. Je merkt bijvoorbeeld dat de hoofddoekendiscussie een breuklijn is die het linkse front verdeelt.

Ondanks die verdeeldheid leidt de discussie systematisch tot het verbieden van hoofddoeken?

Nadia Fadil: In wezen gaat het om een heel basic verhaal van nationalisme, het gaat om de nationale verbeelding. Welke invulling wil je hieraan geven en welke plaats krijgt diversiteit erin? In Vlaanderen is de dominante kijk op de maatschappij – hetzij links, hetzij rechts – klassiek etno-nationalistisch.  Migranten – ook van de derde en vierde generatie – worden nog altijd als allochtonen gezien die zich moeten aanpassen aan onze normen en waarden. Vanuit rechts-nationalistische hoek betekent dit onze cultuur, bij links gaat het over ons seculier en progressief denken dat op een enge en antiklerikale manier wordt ingevuld. Fundamenteel gaat het om dezelfde reflex: “Wij bepalen de nationale verbeelding”.

Er is momenteel een andere kijk in de maak waarbij minderheden niet langer als allochtonen worden gezien, maar als onderdeel van de maatschappij en er ook een zeg hebben. Deze is nog embryonaal, maar wordt gedragen door zowel minderheden als “autochtone” Belgen. Dat de discussie resulteert in een verbod heeft te maken met het feit dat diegenen die momenteel aan zet zijn nog die etno-nationalistische kijk op Vlaanderen hebben.

Ziet u dit veranderen in de toekomst?

Nadia Fadil: Ik ben optimistisch, in die zin dat ik geloof in sociale verandering en ik denk dat dit een van de belangrijkste breuklijnen is waar zowel Vlaanderen als Europa vandaag mee wordt geconfronteerd. Er is een nieuwe demografische realiteit en Vlaanderen en Europa moeten daar op een of andere manier mee omgaan. Men moet deze realiteit in de nationale verbeelding betrekken.

Hoe vertaalt zich dat concreet in de huidige hoofddoekenkwestie? 

Nadia Fadil: De beslissing van het gemeenschapsonderwijs om in al hun scholen hoofddoeken te verbieden, is hier een concreet voorbeeld van. Een bepaalde groep denkt te weten wat progressief denken is en vult dit volgens mij op een enge en exclusieve manier in. Bij deze invulling speelt religie bij voorbaat geen rol meer.

Voorstanders van een hoofddoekenverbod zijn van mening dat religie iets privé is.

Nadia Fadil: Ja, dat is ook zo. Je kan perfect voor vrijzinnigheid en secularisme zijn, maar daar verschillende definities en verschillende interpretaties aan geven. Secularisme is een sociale formatie die doorheen de geschiedenis altijd op verschillende manieren werd geïnterpreteerd en onderwerp is van contestatie en strijd.

Ik geloof in een seculiere maatschappij die de scheiding van religie en staat als vertrekpunt neemt om religieuze vrijheid mogelijk te maken.

Persoonlijk geloof ik in een seculiere maatschappij die de scheiding van religie en staat als vertrekpunt neemt om juist religieuze vrijheid mogelijk te maken en waarbij de overheid zich niet mengt in de manier waarop individuen hun religie beleven.
Voor de meeste vrouwen die verzet aantekenen tegen het hoofddoekenverbod gaat het vooral om het invullen van de religieuze beleving zoals zij het willen. Zij willen dat noch een school, noch een broer, noch een vader hen zegt dat ze hun hoofddoek moeten afzetten als ze gaan werken of naar school gaan. Daar gaat het om. En dat is het principe van vrijheid van religie.

Bepaalde voorstanders van een hoofddoekenverbod uiten de bezorgdheid dat sommige jonge moslima’s onder druk zouden staan om een hoofddoek te dragen.

Nadia Fadil: Dat zal zeker het geval zijn, maar in welke mate lost een huishoudelijk reglement van scholen deze kwestie op? Momenteel staan moslima’s onder een grotere druk om hun hoofddoek af te zetten dat om hem op te zetten. Ze staan onder druk om hun identiteit op een bepaalde manier te beleven.

Wij moeten streven naar een maatschappij waar pluralisme –religieus, linguïstisch, etnisch of seksueel – ruimte krijgt en moslims niet in een bepaalde richting geduwd worden. Ook niet vanuit de moslimgemeenschap zelf. Garanderen dat je je identiteitsbeleving vrij kan invullen en niet in een keurslijf wordt geduwd, dat is voor mij pluralisme.

Hoofddoeken zijn een normaal onderdeel van onze maatschappij en het straatbeeld. Door hoofddoeken te verbieden, sturen scholen een verkeerd signaal uit, namelijk dat een hoofddoek niet normaal is en dat het toegestaan is om van mensen te verwachten dat ze hem afzetten om te kunnen meedoen. Jongeren moeten op school voorbereid worden op de complexe realiteit waar ze later sowieso mee te maken zullen hebben. Ze moeten leren normaal omgaan met de hoofddoek of hem zelfs zo normaal vinden dat ze het niet meer zien.

Moet er binnen de moslimgemeenschap meer gediscussieerd worden over het dragen van een hoofddoek?

Nadia Fadil: Enerzijds is het belangrijk voor ogen te houden dat het daar niet over gaat. We moeten de hoofddoekenkwestie onderscheiden van religieuze discussies. Het hoofddoekendebat gaat in eerste instantie over het principe van burgerschap en hoe we ervoor kunnen zorgen dat het burgerschap zo inclusief mogelijk is en de heterogeniteit van de samenleving weerspiegelt. Bij de vraag of een hoofddoek wel of niet moet, gaat het om de islamitische identiteitsbeleving die in eerste instantie moslims aangaat.
Wel vallen mij twee zaken op. Namelijk ten eerste dat er weinig kanalen bestaan waarlangs dit debat op een serene en onproblematische manier gevoerd kan worden. Ten tweede lokt de maatschappelijke polarisering een defensieve reactie uit vanuit de minderheden waardoor men het intern niet meer over de kwesties wil hebben.

Het multiculturele debat wordt in eerste instantie gevoerd rond de angstbeelden waarmee heel veel autochtone Vlamingen zitten ten aanzien van de islam. De minderheden worden systematisch in een defensieve positie geduwd waarbij hen gevraagd wordt om te reageren en mensen bijna gerust te stellen. Dat creëert absoluut geen ruimte voor interne discussies.

Tegelijkertijd ben ik het er volledig mee eens dat het voor de tweede generatie jongeren aan ruimte ontbreekt om het over de hoofddoekenkwestie te hebben. Daarom vind ik het zo jammer dat scholen rond deze kwestie de handdoek in de ring gegooid hebben. Het zou de plek moeten zijn waar jongeren zich veilig voelen – ongeacht hun afkomst en religieuze achtergrond – en waar dit onderwerp aan bod kan komen.

Wat is de rol van de media in het hoofddoekendebat?

Nadia Fadil: De media spelen een heel belangrijke rol. Negentig procent van de Vlamingen halen hun informatie over de islam uit de media. Het thema multiculturalisme en islam is een enorm verkoopsitem geworden, zowel voor politici als voor media. Ik denk niet dat journalisten beseffen dat ze ook regisseurs zijn.

Bij de hoofddoekenkwestie begon het met jongeren die protesteerden tegen het verbod, maar al snel begon men te berichten over leerkrachten die doodsbedreigingen kregen en gevallen van vandalisme. Bart De Wever en imam Nordin Taouil worden uitgenodigd in Ter Zake waar er een soort hanengevecht ontstaat. Het ging al lang niet meer over de meisjes.

Dit leidde tot een opgeklopte sfeer die een rol heeft gespeeld in de stemming binnen het gemeenschapsonderwijs waar velen de indruk hadden dat ze solidair moesten zijn met de leerkrachten en hen een hart onder de riem moesten steken. Deze beslissing was nog maar een paar uur oud of men begon over moslimscholen te discussiëren. Waarom weet ik niet. Sinds maandag gaat het nu over Nordin Taouil die een paar keer aan het woord gelaten was en enkele domme uitspraken deed en ineens is hij een salafitische extremist die persona non grata is verklaard.

Je vraagt je af wie er aan het woord gelaten wordt en of er in de media nagedacht wordt de maatschappelijke gevolgen hiervan? Zoals Nordin Taouil die zei dat ouders hun kinderen moeten thuishouden. Dit werd de quote van de dag: “Imam roept moslims op tot kinderen thuishouden”. Staan journalisten er dan niet bij stil dat men niet de meest representatieve uitspraak uitroept tot quote van de dag en niet meteen de meest representatieve persoon aan het woord laat? Staat men er bij stil dat er voor wat daar gezegd werd helemaal geen draagvlak is bij de meeste moslims? Achteraf wordt imam Nordin Taouil wel geïsoleerd, maar dan op een hele lelijke manier.

Wie zou dan wel een goede spreekbuis zijn van de moslimgemeenschap?

Nadia Fadil: Hierbij komen we weer terug op het denkbeeld, het paradigma, waarlangs het multicultureel debat wordt bedacht. Moslims worden onterecht als eenheidsworst gezien. Het is niet zo dat mensen zich als representatief opwerpen. Je wordt als representatief gezien. Domme uitspraken zullen er altijd zijn. De vraag is waarom we die domme uitspraken eruit pikken en presenteren als representatief voor wat moslims denken?

Negentig procent van de reacties op eender welke column op het internet over de islam is domme, racistische, islamofobische praat. Waarom wordt dit niet gebombardeerd tot representatieve uitspraken van wat Vlamingen denken? Als je dit systematisch zou doen, zou je een “mooi” beeld krijgen van Vlaanderen. Maar ten aanzien van autochtonen doet men zoiets niet, en gelukkig maar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur