Naschokken in Haïti

De aardbeving in Haïti, met bijna een kwart miljoen doden in een straatarm land, roept meteen vergelijkingen met de apocalyps op. Toch gaat het niet om het laatste oordeel, maar om een nieuwe stap in een oud verhaal van verarming en onderontwikkeling. Dat zegt Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van de Spaanse editie van Le Monde Diplomatique.
  • Mashid Mohadjerin Amerikaanse importrijst overspoelde de markten van Ha Mashid Mohadjerin
Hoe “natuurlijk” ze ook lijkt, geen enkele catastrofe is natuurlijk. Een aardbeving kan dezelfde kracht hebben, maar zal meer slachtoffers maken in een arm land dan in een geïndustrialiseerde natie. De aardbeving in Haïti bijvoorbeeld, had een kracht van 7.0 op de Richterschaal en veroorzaakte de dood van meer dan 200.000 mensen. Zes maanden eerder trof een aardbeving met eenzelfde intensiteit (7,1) Honshu, Japan, met slechts één dode en één gewonde als gevolg.
‘De armste landen en de landen met bestuursproblemen zijn meer blootgesteld aan risico’s dan andere’, concludeert Risk and poverty in a changing climate, een VN-rapport uit mei 2009. De gevolgen van een ramp kunnen binnen dezelfde stad enorm verschillen naargelang de karakteristieken van de verschillende wijken. In Port-au-Prince verwoestte de aardbeving het verkommerde centrum van de stad, terwijl de geprivilegeerde wijken, waar de mulattenmiddenklasse van handelaars woonde, nauwelijks beschadigd werden.
Bovendien, stelt de Internationale Federatie van het Rode Kruis in zijn World  Disasters Report 2009, worden bij rampen ‘vrouwen, gehandicapten, ouderen, en etnische en religieuze minderheden –degenen die altijd de voornaamste slachtoffers van discriminatie zijn– opnieuw het ergst getroffen.’
Daarmee is echter niet alles gezegd. Een land dat niet rijk is, kan toch heel wat levens redden met een effectief rampen-preventieplan. In augustus 2008 bijvoorbeeld, raasde de meest verwoestende orkaan van de voorbije vijftig jaar –Gustav– over de Cariben met windsnelheden tot 340 kilometer per uur. In Haïti liet de orkaan 66 doden na, in Cuba geen enkele.

Nachtmerrie van het kolonialisme


Is Haïti een arm land? In werkelijkheid bestaan er geen arme landen, alleen verarmde landen. Dat is een cruciaal verschil. In de laatste dertig jaar van de 18de eeuw was Haïti de “Parel der Antillen” en produceerde het land 60 procent van de koffie en 75 procent van de suiker die in Europa geconsumeerd werden. Het probleem is echter dat die rijkdom alleen ten goede kwam aan de pakweg 50.000 witte kolonisten, niet aan de 500.000 zwarte slaven die haar produceerden.
Onder de leiding van Toussaint Louverture, de “Zwarte Spartacus”, kwamen die slaven in 1791 in opstand. Daarbij beriepen ze zich op de nobele idealen van de Franse Revolutie. De oorlog duurde dertien jaar. Napoleon stuurde een expeditie van 43.000 man. De rebellen wonnen. Het was de eerste antikoloniale rassenoorlog en de enige slavenopstand die in een soevereine staat resulteerde.
Op 1 januari 1804 riep de nieuwe natie zijn onafhankelijkheid uit. Dat evenement zorgde voor naschokken door het hele Amerikaanse continent. Zwarte slaven hadden aangetoond dat ze op eigen kracht, zonder buitenlandse steun, hun eigen vrijheid konden verwerven. Op die manier verscheen Afrikaans Amerika op de internationale politieke scène.
Het “slechte voorbeeld van Haïti”, zoals de Noord-Amerikaanse president Thomas Jefferson het omschreef, was een bedreiging voor alle machten die slavernij bleven gebruiken. En die hebben het Haïti nooit vergeven. Niemand erkende of hielp de nieuwe, zwarte republiek –de nachtmerrie van het witte kolonialisme.
Die schrik is nog niet verdwenen. Het was niet toevallig dat de Amerikaanse televangelist Pat Robertson zei dat duizenden Haïtianen omkwamen bij de aardbeving omdat de slaven “een pact met de duivel gesloten hadden” om hun vrijheid te verwerven.

Epidemie in quarantaine


De onafhankelijke staat werd gedurende decennia geboycot in de hoop zo de epidemie in quarantaine te plaatsen. Haïti gleed weg in een periode van burgeroorlogen die het land platbrandde en het onmogelijk maakte op een normale manier een natiestaat op te bouwen. Ondanks het kaliber van zijn vele intellectuelen kwam de ontwikkeling van het land tot stilstand.
Daarbovenop kwamen later de Amerikaanse bezetting –van 1915 tot 1934– en de verzetsoorlog. De held van die opstand, Charlemagne Peralte, werd door de Amerikaanse Marines gekruisigd: hij werd letterlijk aan de deur van een kerk genageld.
Uiteindelijk overhandigden de Verenigde Staten Haïti aan een nieuwe dynastie van dictators, te beginnen met Papa Doc Duvalier –een van de meest despotische exemplaren van zijn soort.
In 1970 kon Haïti nog voor zijn eigen voedselbehoeften zorgen. Boeren produceerden negentig procent van het voedsel dat verbruikt werd. Maar het Reagan-Bush-plan dat Washington oplegde aan Haïti dwong het land om de heffingen op ingevoerde rijst drastisch te verlagen. Rijst is de belangrijkste teelt van lokale boeren, maar de rijst die uit de VS kwam was een stuk goedkoper, omdat die gesubsidieerd is. Die importrijst overspoelde dus de markten van Haïti en ruïneerde duizenden kleine boeren, die massaal uitweken naar Port-au-Prince, waar ze later klem zouden zitten in een aardbeving.

Geopolitieke belangen


De enige ervaring die Haïti met een echt democratisch verkozen regering gehad heeft, waren de twee ambtstermijnen van president Jean-Bertrand Aristide, van 1994 tot 1996 en van 2001 tot 2004. Aristide werd in ballingschap gedreven door een combinatie van zijn eigen fouten en druk vanuit Washington. Sindsdien leeft Haïti onder protectoraat van de Verenigde Naties en een conglomeraat van internationale ngo’s.
De regering van huidig president René Préval, de opvolger van Arisitide, werd stelselmatig alle middelen om te werken ontzegd. Het is dan ook absurd hem nu te verwijten dat hij niet meteen in actie schoot na de aardbeving.
De openbare sector is lang geleden al ontmanteld en zijn functies zijn overgeheveld naar de privésector als ze winstgevend waren en naar de ngo’s als ze verlieslatend waren.
Lang voordat de aardbeving Haïti veranderde in de Ground Zero van de planeet, was het land al het eerste voorbeeld van humanitair kolonialisme. De huidige tragedie zal de afhankelijkheid alleen maar vergroten, en dus ook het verzet. Het shock kapitalisme zoals het door Naomi Klein beschreven werd, heeft er een nieuwe plek bij waar het –in de naam van de efficiëntie– de privatisering kan eisen van elke vorm van economische of handelsactiviteit die verband houdt met de heropbouw.
De Verenigde Staten staan op de eerste rij, nu hun leger ingezet is in een breed humanitair offensief. Die ontplooiing kwam er ongetwijfeld vanuit een genereuze bereidheid om te helpen. Tegelijk spelen er onmiskenbare geopolitieke belangen. Washington verkiest een invasie met hulp in Haïti boven het zien verschijnen van tienduizenden Haïtiaanse vluchtelingen en boat people op haar kusten. Het is ook nu weer een kwestie van de epidemie in quarantaine te plaatsen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift