Nederland wil tien miljoen mensen aan duurzame energie helpen

Betere toegang tot duurzame of moderne energie is essentieel voor de ontwikkeling van arme landen. Dat zei de Nederlandse minister van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking gisteren in Washington. De Nederlandse inspanningen om arme landen van energie te voorzien, moeten volgens haar navolging krijgen in andere rijke landen en bij de Wereldbank.



Van Ardenne sprak bij de opening van Energy Week, een jaarlijkse bijeenkomst van de Wereldbank waar experts internationale energievraagstukken bespreken.

Nederland heeft zich er na afloop van de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg in 2002, toe verplicht om voor 2015 in totaal tien miljoen mensen van moderne energie te voorzien. Dit sluit aan bij de Millenniumdoelstellingen ter bestrijding van de armoede. Naar schatting twee miljard mensen heeft nu geen toegang tot elektriciteit of andere moderne vormen van energie. Drie miljard mensen kookt nog steeds op hout of houtskool. Toegang tot moderne energie, bijvoorbeeld door veilige kooktoestellen in huis, licht op school en koelkasten in ziekenhuizen, is een voorwaarde voor ontwikkeling.

Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Nederland inmiddels met diverse partijen contracten getekend waardoor 4,5 miljoen mensen duurzaam kunnen koken en 1,5 miljoen mensen aansluiting op elektra krijgen. Het ministerie ging onder meer overeenkomsten aan met de ontwikkelingsorganisaties Novib en SNV en met bedrijven als zonnepanelenproducent Free Energy, Shell Solar en energiebedrijf Nuon.

Shell Solar verkocht en installeerde tussen 2000 en 2005 meer dan 100.000 Solar Home Systems bij huishoudens en kleine bedrijven in plattelandsregio’s in India, Sri Lanka, China, Indonesië en de Filipijnen. Vorig jaar werden ongeveer 40.000 systemen geleverd. We zetten lokale marktorganisaties op die het hele traject, van verkoop tot installatie en onderhoud van de systemen verzorgen, zegt André Romeyn, woordvoerder van Shell. Wat wij willen is goede, winstgevende organisaties opzetten.

In het doneren of verhuren van systemen ziet Shell geen heil, zegt Romeyn. In het verleden is gebleken dat zoiets vaak niet werkt. Als niemand zich ter plaatse voldoende verantwoordelijk voelt voor zo’n project, dan mislukt het. Enkele projecten in Latijns-Amerika en Afrika liepen daarop vast, zegt hij.

Momenteel is de energievoorziening nog afhankelijk van subsidie van plaatselijke overheden, het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en steun van banken. Wanneer de eerste projecten winstgevend worden, kan Romeyn niet zeggen. Dat hangt af van de ontwikkelingen in die landen en de uitbreidingsmogelijkheden.

Voor het opstarten van de marktorganisaties ter plaatse zijn microkredieten, kleine leningen aan mensen met een laag inkomen en kleinschalige ondernemingen, van essentieel belang, zegt Romeyn. De bevolking is vaak welvarend genoeg om voor de energie te betalen, maar het ontbreekt aan startkapitaal.

Energiebedrijf Nuon ging eind 2004 een publiek-private samenwerking aan met Novib (Oxfam Nederland) en het Directoraat Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een kleinschalig zonne-energie project in Kwazulu-Natal in Zuid-Afrika. Het project behelst het ombouwen van zes zeecontainers tot kantoorunits. Drie van die containers, voorzien van zonnepanelen, zijn inmiddels opgeleverd. Drie andere worden dit jaar opgeleverd.

Het project is bedoeld om startende ondernemers te ondersteunen en om duurzame ontwikkeling te bevorderen in plattelandsgebieden zonder elektriciteitsnet, zegt woordvoerder David Uitdenbogaart van Nuon. Een container biedt onderdak aan vijf ondernemers.

Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met RAPS, een Zuid-Afrikaanse energiebedrijf dat gespecialiseerd is in rurale elektrificatie en het Rural Wealth Creation Project (RWCP). RWCP traint de startende ondernemers in ondernemersvaardigheden. Of het project een vervolg krijgt, is nog niet bekend.

Daarnaast ondersteunt Nuon via een stichting de levering van zonnepanelen aan particulieren en bedrijfjes en instellingen in Mali en Zuid-Afrika. Het gaat dan bijvoorbeeld om elektriciteit voor scholen en kraamklinieken en zonnepanelen om waterpompen te laten functioneren. Nuon is met het DGIS in gesprek over hoe het bedrijf in de toekomst kan bijgedragen aan de doelstelling om voor 2015 tien miljoen mensen te voorzien van moderne energie, zegt Uitdenbogaart. Concrete projecten staan volgens hem nog niet op stapel.

Energy Week is dit jaar de opmaat voor een ministeriele bijeenkomst Duurzame Ontwikkeling (CSD14) die begin mei in New York wordt gehouden. Tijdens die top is duurzame energie een van de prioriteiten.

Paul Wolfowitz, president van de Wereldbank, wees er gisteren op dat gebrek aan elektriciteit een groot obstakel vormt voor het functioneren van 25 procent van de bedrijven in Latijns-Amerika, voor 38 procent van de bedrijven in Zuid-Azie en voor 44 procent van alle bedrijven in Afrika bezuiden de Sahara.

In ontwikkelingslanden hebben 1,6 miljard mensen, meestal in plattelandsregio’s in Afrika en Zuid-Azie, geen toegang tot elektriciteitsnetwerken. In landen als Burundi, Guinea, Malawi en Rwanda, heeft niet meer dan 5 procent van de huishoudens elektriciteit, blijkt uit onderzoek van het Internationale Energieagentschap (IEA).

Dit jaar verdubbelt de Wereldbank de investeringen in energieprojecten tot 3 miljard dollar. Volgens Van Ardenne is het nu vooral zaak dat deze investeringen terecht komen bij de armen in plattelandsgebieden, die de energie het hardst nodig hebben. (JS/MM)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift