Neemt het Westen de Congolese mensenrechten eindelijk ernstig?

Een kritische kijk op vijftien jaar Rwandese bemoeienissen in Oost-Congo

In Oost-Congo neemt het rad van geweld en lijden zijn zoveelste draai. Toch lijkt er dit keer iets nieuws onder de zon dat laat verhopen dat het niet eindeloos hoeft door te gaan. Om dat te begrijpen, is het goed om wat meer afstand te nemen en te bekijken waarom deze wondermooie regio al meer dan vijftien jaar een van de meest getroebleerde ter wereld is.

Een eerste factor is uiteraard dat Congo een fragiele om niet te zeggen, een falende staat is, die niet in staat is om zijn grenzen te verdedigen tegen buitenlandse invallers. Dat is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor de problemen want dan zou je gelijkaardige problemen hebben in zuidelijk, westelijk of noordelijk Congo.

Rwanda

De tweede factor zijn de onophoudelijke militaire bemoeienissen vanuit Rwanda. Het begon allemaal met de genocide van 1994. Die leidde ertoe dat meer dan twee miljoen Rwandezen naar Congo vluchtten. Onder die massa vluchtelingen bevonden zich ook diegenen die de genocide organiseerden. Die zogenaamde genocidaires “verdwenen” in de grote vluchtelingenkampen die in Oost-Congo ontstonden. En van daaruit begonnen ze ook raids op Rwanda te plegen.

Dat zinde uiteraard het Front Patriottique du Rwanda (FPR) niet. Dit Tutsileger dat in 1990 vanuit Oeganda Rwanda was binnengevallen met de huidige Rwandese president Paul Kagame als een van de leidende figuren, veroverde heel Rwanda tijdens de genocide en wist op die manier ook het moorden te stoppen.

Internationaal schuldgevoel

Het FPR-regime begon gezwind aan de heropbouw en kon rekenen op heel wat buitenlandse steun en begrip. De wereld voelde zich immers – terecht – schuldig omdat hij niks ondernomen had tegen de genocide. Het duurde bijna drie weken voor de Veiligheidsraad samenkwam en die besliste dan nog alleen maar dat hij niks zou doen, behalve het merendeel van de VN-troepen, de Belgen, uit Rwanda terug te trekken.

Het onvermogen van de internationale gemeenschap is des te opmerkelijker als je weet dat er in Rwanda 100 dagen lang 10.000 mensen per dag werd vermoord: dat is driemaal zoveel als er in New York vielen met de aanslagen van 11 september 2001.

Het FPR kon dus op het schuldgevoel van de internationale gemeenschap rekenen. Bovendien is er een sterke band tussen de VS en Kagame die als prominent lid van het Oegandese defensie-apparaat in de VS opleiding kreeg. Bovendien is Kagame, en een groot deel van zijn mannen, Engelstalig omdat ze opgroeiden in Oeganda. Rwanda zal onder het FPR een anglofiel beleid voeren en wordt zelfs lid van de Commonwealth, de club van voormalige Britse kolonies.

Bombardementen

Als Kagame in 1996 aftoetst of hij de vluchtelingenkampen in Oost-Congo mag bombarderen, om zo een eind te maken op de raids van de genocidaires in Rwanda, krijgt hij het fiat van de internationale gemeenschap, de VS op kop: de bombardementen vinden plaats en er vallen vele doden, getuigen plaatselijke Congolezen nu nog altijd. ‘De lijken moesten samen worden geveegd met bulldozers.’

Een groot deel van de Rwandese vluchtelingen keert naar Rwanda terug, een ander deel trekt dieper Congo binnen. Dat zint Kagame en zijn mannen niet. Zij weten beter dan wie ook dat Rwandese vluchtelingen ooit kunnen terugkeren, desnoods dertig jaar later: zijzelf zijn immers de afstammelingen van de Tutsi’s die begin de jaren zestig Rwanda ontvluchtten toen de Hutu’s er, met Belgische goedkeuring, de macht grepen.

Kabila

Kagame en zijn mannen zoeken een middel om Congo verder te kunnen intrekken. Ze vinden dat middel in de vorm van Laurent Kabila, een Congolees die jarenlang een guerrilla tegen de Congolese president Mobutu voerde. Onder de banier van de bevrijding van Congo van het totaal vermolmde Mobutu-regime, en achter stroman Kabila, loopt het Rwandese leger in een paar maanden tijd heel Congo onder de voet.

Dat geeft hen de mogelijkheid de Rwandese vluchtelingen en genocidaires verder uit te roeien. Daarbij bezondigde het FPR zich aan misdaden tegen de menselijkheid, stelde een recent VN-rapport. Bovendien krijgt Rwanda zo voor het eerst vat op de honingpot van de Congolese grondstoffen.

Laurent Kabila wordt de nieuwe president van Congo en de Rwandezen stellen vast dat de stropop toch een eigen mening heeft en steeds minder naar hun pijpen danst. Ze proberen hem uit Kinshasa te verdrijven maar dat lukt niet. Daarop beginnen ze een tweede oorlog vanuit Goma en Oost-Congo, dit keer onder de noemer van het RCD.

Door Rwanda en Oeganda gestuurde milities en militairen veroveren de helft van Congo, Kabila houdt zich in de rest staande met steun van Angola en Zimbabwe. Rwanda controleert nu heel Oostelijk Congo met zijn rijke ondergrond, en doet zich tegoed aan de opbrengst van de grondstoffenhandel, een gewoonte waarvan het moeilijk afstand zal doen.

Nkunda

De internationale gemeenschap probeert het verdeelde Congo opnieuw aan elkaar te lijmen met een overgangsregering waarin de verschillende krijgsheren zetelen. Die regering bereidt verkiezingen voor waar Joseph Kabila (de zoon van de ondertussen vermoorde Laurent) als president uit komt.

Ondertussen zwaait een andere door Rwanda gecontroleerde militie in Oost-Congo de plak, de Conférence Nationale pour la Défense du Peuple ofte CNDP van Laurent Nkunda. Kabila krijgt de CNDP en dus ook Oost-Congo niet onder controle. Als Nkunda het met zijn herhaalde raids die altijd weer nieuwe vluchtelingenstromen op gang brengen, al te bont blijft maken, wordt hij opzij geschoven.

Eind 2008 komt er een grote deal tussen Kabila en Kagame. Kagame zet Nkunda gevangen in Rwanda en de CNDP wordt opgenomen in het Congolese leger. In ruil daarvoor moet dat leger, de eerste maanden zelfs samen met het Rwandese leger, jacht maken op de FDLR, de opvolgers van de genocidaires. (voor een beter begrip van de FDLR zie: Bitengo). Meerdere acties in 2009 en 2010 maken die FDLR het leven inderdaad lastig: ze moeten terug de wouden in, gedaan met handel drijven en zich min of meer comfortabel te nestelen in Oost-Congo.

Ntaganda

Al bij al blijkt de deal voor Rwanda en de CNDP een zeer goeie zaak. De CNDP blijft een leger in het leger – geen sprake van dat ze in andere delen van Congo gaan dienen – dat de hele grondstoffenhandel controleert en op Rwanda blijft richten. De machtigste man van Oost-Congo wordt de nieuwe CNDP-leider Bosco Ntaganda, die nochtans sinds 2006 door het Internationaal Strafhof wordt gezocht voor misdaden tegen de menselijkheid. Ntaganda voert een echt schrikbewind: wie kritiek uitoefent, riskeert zijn leven, zoals Sylvestre Bwira ondervindt (zie De killer-koning van Noord-Kivu)

Als MO* begin dit jaar in een ruim artikel nauwkeurig in kaart brengt wat Ntaganda doet – smokkelkoning, ontvoerder, killer,… — worden er vragen gesteld in het Belgische parlement aan de minister van buitenlandse zaken Didier Reynders. Die stelt die vragen ook aan Kabila die vervolgens zijn steun voor Ntaganda intrekt.

Maar Ntaganda belichaamde natuurlijk de deal tussen Kabila en Kagame: als die verdwijnt, dreigt de deal ook te verdwijnen. Zeker als Kabila erop aanstuurt om de CNDP-eenheden over het Congolese grondgebied te verspreiden en zijn status van leger in het leger af te bouwen. Rwanda dreigt zo aan invloed te verliezen en dus is er weer nood aan een eigen militie. CNDP-leden deserteren uit het Congolese leger en richten de M23 op, een nieuw rebellenleger dat nog maar eens delen van Oost-Congo onder de voet loopt. En dat eens te meer steun krijgt vanuit Rwanda, zegt een VN-rapport duidelijk.

Het komt allemaal zeer déjà vu over: het schema is al vijftien jaar hetzelfde: Rwanda wil op een of andere manier controle op minstens Noord-Kivu: hetzij met zijn eigen leger, hetzij met een door haar gecontroleerde militie, hetzij met een door haar gecontroleerde militie in de schoot van het Congolese leger (2009-begin 2012).

Internationale reactie

Toch is er dit keer iets nieuws onder de zon. Ten eerste heeft de VN dit keer zeer snel, amper een maand na de start van de rebellie, de Rwandese betrokkenheid blootgelegd. Ten tweede reageert de buitenwereld dit keer wel kritisch tegenover de Rwandese betrokkenheid. Is de genocidekaart uitgespeeld? Nederland, Duitsland, zelfs de VS laten voelen dat ze not amused zijn en hun steun voor Rwanda op een of andere manier (zullen) intrekken of verminderen als het land de rebellen blijft steunen.

Vraag is in hoeverre Rwanda dat voor de helft van zijn begroting afhankelijk is van hulp, gevoelig is voor die druk. Dat nu ook de Angelsaksische steun van de VS en het Verenigd Koninkrijk niet meer zo onvoorwaardelijk is, zou de bakens kunnen verzetten. Want het is de Amerikaanse paraplu die Rwanda toeliet al die jaren de Congolese soevereiniteit met voeten te treden.

De Belgische positie tegenover de rebellie is eigenlijk een van de zachtste: ons land stelt zijn hulp aan Rwanda niet in vraag tot eind augustus. Dat België relatief mak reageert, kan alleen worden verdedigd als tijdelijk om tactische redenen gebeurt, om on speaking terms met het regime te blijven. Over de feiten kan men immers niet licht gaan. Er zijn alweer een half miljoen vluchtelingen op de loop – allemaal mensen die baden in onzekerheid en angst, en vaak ook honger lijden.

De Rwandese bemoeienissen in Congo van de voorbije vijftien jaar zijn mee verantwoordelijk voor de grootste humanitaire ramp sinds de tweede wereldoorlog: in de oorlogsjaren zijn vijf miljoen mensen gevallen door geweld en ontbering. Kagame krijgt terecht goeie punten voor de orde en economische groei in zijn eigen land, maar het heeft al te lang geduurd vooraleer de internationale gemeenschap, en vooral het Westen, wilde zien dat hij evenzeer mede verantwoordelijk was voor de chaos net over de grens, in Congo.

We kunnen alleen maar hopen dat er zware druk komt opdat Rwanda de M23 niet langer steunt en ophoudt met instabiliteit in Oost-Congo te organiseren. Niet dat Oost-Congo dan meteen het paradijs op aarde wordt, maar het is een eerste stap in die richting. Een actievere rol voor de Monusco bij het handhaven van de vrede zou een tweede stap kunnen zijn. En uiteraard blijft een beter en krachtiger Congolees bestuur – soldaten een leefbare soldij geven zou een zeer goed begin zijn – een cruciale voorwaarde om de situatie voor de mensen te verbeteren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur