Neoconservatieven voeren oorlogsretoriek tegen Iran op

De neoconservatieven zetten alles in het werk om de huidige analyse van de Amerikaanse inlichtingendiensten over Iran, dat het land nog geen nucleaire bedreiging vormt, onderuit te halen.
De bevindingen van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Iran de eerste tien jaar zeker niet in staat is om een atoombom te maken en dus geen directe nucleaire bedreiging vormt, werd het eerst geformuleerd in een geheim rapport over Iran in mei of juni 2005. Het rapport was voor de Democraten en dissidente Republikeinen het signaal om zich resoluut te verzetten tegen een oorlog tegen Iran. Aan de andere kant heeft het de neoconservatieven belet om hun oorlogscampagne tegen Iran te lanceren.

Het oorlogskamp probeerde de analyse sindsdien echter onderuit te halen door er steeds op te wijzen dat de informatie van de inlichtingendiensten niet duidelijk en onvolledig was. Een argument dat minister van Buitenlandse Zaken Donald Rumsfeld gretig overnam toen hij op 18 april 2006 op zijn beurt het Iran-rapport aanviel.
Toen radiojournaliste Laura Ingraham hem vroeg of hij geloofde dat Iran nog tien jaar nodig had om een nucleair wapen te maken, antwoordde hij: „Neen, daar heb ik geen vertrouwen in.” Rumsfeld ging zelfs verder door over de inlichtingendiensten te suggereren: „Ze werken hard en het zijn goede mensen, maar het werk dat ze doen is moeilijk. En ons zicht op de omstandigheden (van informatievergaring, red.) is niet optimaal.”

De inlichtingendiensten lieten de beschuldiging dat ze niet alles zouden weten over het nucleaire programma van Iran niet zomaar over zich heen gaan. Op 20 april verdedigde John Negroponte, het hoofd van de Amerikaanse inlichtingendiensten, nogmaals het rapport tegenover de pers. Hij zei dat hij „gelooft dat het nog steeds een kwestie van jaren is voordat Iran genoeg splijtbaar materiaal heeft om een atoombom te maken, misschien in het volgende decennium…”

De neoconservatief Robert G. Joseph, staatssecretaris voor Wapenbeheersing op Buitenlandse Zaken, zette daarop de tegenaanval in door erop te wijzen dat de stap naar een Iraanse atoombom onvermijdelijk wordt zodra het land in staat is om uranium te verrijken. Dit argument van ‘point of no-return’ maakt volgens de voorstanders van een oorlog elke vorm van welwillendheid ten opzichte van Iran nutteloos.

De inlichtingdiensten vinden deze redenering echter “belachelijk”. “Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Iran niet van zijn nucleaire programma zou willen of kunnen afzien als het daarvoor de juiste aanmoediging krijgt”, zegt Paul Piller, auteur van het geheime rapport over Iran. Daarmee doelt Piller op een normalisatie van de bilaterale relaties en het aanbieden van voldoende veiligheidsmaatregelen van de kant van de VS.

Deze voorstellen zijn volgens de inlichtingendiensten cruciaal als het verzet van de Democraten en dissidente Republikeinen tegen een oorlog tegen Iran wil slagen. Want verwacht wordt dat de neoconservatieven de komende weken en maanden de oorlogsretoriek nog zullen opvoeren en er alles aan zullen doen om de publieke opinie van het tegendeel te overtuigen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift