Nervositeit in Cuba

Terwijl de grote boze Amerikaanse oom Irak aanpakt, gooit Cuba in één klap 75 dissidenten voor jarenlang achter de tralies. En passant executeert het communistische regime 3 kapers van een ferryboot. Ouwe leeuw Castro klauwt in alle hevigheid. Waarom? Tiempos complicados in het Caribische woelwater.
1454 jaar. Dat is de totale celstraf die de 75 Cubaanse dissidenten voor de boeg hebben. Het gaat om onafhankelijke journalisten en activisten die kritiek uitten op het politieke en economische beleid van het Castro-regime en die pleitten voor democratische hervormingen in de éénpartijstaat. Dat mag allemaal niet, op Cuba.
‘In onze ogen gaat het vaak om kleine vergrijpen’, bevestigt Cuba-kenner Marc Van Camp, die het Caribische eiland intussen al meer dan twintig keer bezocht: ‘Een kritisch foldertje verspreiden, naar een fout radiostation luisteren, een vergadering van opposanten beleggen.’ Niks nieuws. Al veertig jaar lang uit de Cubaanse dissidentenbeweging haar kritiek; nu eens liet Castro monkelend begaan, een andere keer reageerde hij kregelig en verdwenen enkele opposanten een tijdlang achter de tralies. Maar deze keer is de grote kuis massaal en ongenadig.

Storm boven de Caraïben


Wie het huidige klimaat in Havana wil begrijpen, moet de temperatuur in de VS opmeten. ‘Daar is de houding tegenover Cuba in de nasleep van de aanslagen van 11 september vijandiger geworden’, analyseert Van Camp. Tekenen zat: de VS verstrekten het voorbije half jaar amper 505 visa aan uitreislustige Cubanen (vér van de 20.000 per jaar die vanaf 1994 waren beloofd), via USAID gaan miljoenen dollars naar de portefeuilles van Cubaanse dissidenten en ngo’s, en president Bush stuurde James Cason als nieuwe zaakgelastigde naar Havana. ‘Een man van de gestaalde rechterzijde’, oordeelt Marc Van Camp, ‘die zich actief inlaat met de creatie van een eengemaakte interne oppositie. Die dissidentenbeweging, dat is een krabbenmand. In een poging om er wat lijn in te krijgen heeft Cason de dissidenten eind februari samengeroepen. In zijn privéwoning. Toen was voor Castro de maat wel vol.’
Vanaf 18 maart werden in ijltempo tientallen dissidenten van bed gelicht. De rechtbank had in al die gevallen aan één dag genoeg om met gulle hand lange celstraffen uit te delen. ‘De dossiers waren goed voorbereid’, knikt Van Camp. ‘De geheime dienst is al járen geïnfiltreerd in de dissidentenwereld. De overheid wist drommels goed wie geld krijgt van de Amerikanen. De gegevens hoefden enkel nog in een aanklacht te worden gegoten en klaar was Kees.’ In één moeite door liet het regime de tanden zien tegen al wie eraan denkt een boot of vliegtuig te kapen om in de VS te geraken. De voorbije zes maanden was er een half dozijn dergelijke pogingen geweest. Bij één daarvan kaapten drie mannen een passagiersferry in de baai van Havana. Tevergeefs. De drie werden overmeesterd, op 11 april ter dood veroordeeld en nauwelijks enkele uren later kregen ze de kogel. Daarmee sneuvelde een drie jaar oud moratorium op de uitvoering van de doodstraf in Cuba.

Wie verdient respect?


Marc Vandepitte, auteur van De gok van Fidel een boek waarin de voornaamste kritiek erin bestond dat Castro teveel toegevingen zou doen aan de VS verbleef in Cuba tijdens de recente heisa. ‘Dag na dag werd de doodstraf en de zaak van de dissidenten besproken in het actualiteitenprogramma Mesa Redonda’, vertelt hij.’Ook op straat ging de kwestie over de tong. De gewone man zat nogal verveeld met de doodstraf tegen de kapers.
Anderzijds zijn de Cubanen die golf van kapingen moe. Ze willen veiligheid. Ik heb bar weinig verontwaardiging gemerkt over de straffen. De mensen hebben begrip voor het standpunt van de regering dat Cuba zich teweer moet stellen tegen inmenging van de VS. Ook volgens Van Camp zijn heel wat van de opgepakte dissidenten niet veel meer dan operettefiguren ‘die zich dissident noemen om dollars te krijgen. Ze publiceren dan een pamfletje op zijn tijd en leven voor de rest een zo comfortabel mogelijk leventje, terwijl ze op de eerste rij klaarstaan als aan dit regime een einde komt. Sommige van die figuren zijn beter bekend en meer gerespecteerd in het buitenland dan in hun eigen barrio’, lacht Van Camp.
In dat buitenland stak meteen een storm van kritiek op. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de VN-Commissie voor Mensenrechten in Genève werd de zaak op het scherp van de snee uitgevochten. Na veel diplomatiek gehakketak keurde een krappe meerderheid van de 53 lidstaten een tekst goed waarin Cuba wordt opgeroepen het bezoek te accepteren van een mensenrechteninspecteur, iets wat Havana altijd heeft geweigerd. In de beste traditie van de anti-imperalistische retoriek gaf Cuba een sneer aan de Latijns-Amerikaanse landen zoals Peru, Nicaragua, Costa Rica en Mexico, die de veroordeling steunden: ‘afstotelijke lakeien’ van de VS zijn ze, volgens Havana.
Tegenover intellectuele zwaargewichten zoals de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago of de Uruguyaanse publicist Eduardo Galeano gaat dat verwijt niet op. Toch is ook bij deze gewaardeerde fellow travelers de veer gebroken. Volgens Saramago heeft Cuba met de executie van de drie kapers ‘zijn vertrouwen verloren, hoop beschaamd en dromen bedrogen’. Galeano verwerpt de acties tegen dissidenten en kapers om tactische redenen de arrestatie maakt deze dissidenten tot martelaars van de vrije meningsuiting maar ook om morele redenen: ‘Vrijheid en gerechtigheid marcheren samen, of ze marcheren niet. Ik zeg het met pijn: Cuba lijdt.’ Marc Van Camp nuanceert: ‘Vanuit ethisch standpunt hebben mensen als Saramago en Galeano gelijk. Maar Cuba kreunt onder een economisch embargo, emigratiedruk en internationale media die elke misstap uitvergroten. Als je die politiek-economische context mee in rekening brengt, is het Cubaanse beleid misschien al wat begrijpelijker.’

Reële dreiging


En toch. Van de Europese Unie over Amnesty International tot Paus Johannes-Paulus II of de Tsjechische ex-president Vaclav Havel, ten allen kante vallen woorden als ‘geschokt’ of ‘verontwaardigd’. ‘Ja, het prestige van Cuba krijgt internationaal een zware klap’, bevestigt Marc Van Camp, ‘maar dat is blijkbaar de prijs die de regering bereid is te betalen om de controle over de binnenlandse politiek te behouden. Een groot deel van de dissidentie is weggevaagd, op enkele kopstukken na. Wie zin heeft in oppositievoeren, zal nu wel een tweede keer nadenken, zeker als het motief vooral in dollars uitgedrukt wordt. Anderzijds draagt de harde aanpak het risico in zich dat er een echte, radicale oppositie opstaat. Maar voorlopig is die kans zeer miniem.’
Ook voor Marc Vandepitte past het hele onverkwikkelijke verhaal naadloos in ‘de verzuurde relaties met de USA. De Cubanen zien wat er gebeurt met Irak en zijn er niet gerust in. De ober in mijn hotel keek samen met me naar het nieuws en zuchtte: ‘Son tiempos complicados’, het zijn moeilijke tijden. Vroeger was een Amerikaanse invasie een theoretische mogelijkheid, vandaag zien veel mensen het als een werkelijke dreiging. Ik heb Cubaanse vrienden die niet meer naar Europa durven reizen: er zou maar eens wat gebeuren, thuis.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift