New Labour is rechtser dan Tatcher

Asian Dub Foundation: New Labour is rechtser dan Tatcher. Boudewijnprijs voor Fair Trade Bewaar ons voor WTO-dwangbuis

Racisme, sociale rechten, vrede


Dub Foundation stond in 1997 voor het eerst op de affiche van Couleur Café en is de voorbije jaren uitgegroeid tot een internationaal gewaardeerde topact. De band van bassist Dr Das en DJ Pandit G is tien jaar geleden ontstaan uit een gemeenschapsproject dat achtergestelde jeugd de kans gaf om elektronische muziek te maken. Het engagement van Asian Dub Foundation reikt echter verder dan het organiseren van muzikale en anti-racistische workshops.
‘Muziek kan gebruikt worden als een platform om maatschappelijke thema’s aan te kaarten en discussies op te starten die in de mainstream media niet aan bod komen’, zegt Pandit G. ‘Groot-Brittannië is vandaag de grootste investeerder in de VS. In de Britse economie is de dienstensector belangrijker geworden dan de verwerkende industrie. Ik woon op vijf kilometer van The City in Londen, waar dagelijks triljoenen dollars verhandeld worden. Er is een grote druk op Britse politici en ondernemers om een nauwe band met de VS te onderhouden. Dit heeft een direct effect op het project van de economische integratie van Europa. Een verdeeld Europa is goed voor Amerika, dat door geen enkel ander land gedomineerd wil worden, niet economisch, sociaal of militair.’
‘De zogenaamde Third Way van New Labour was een grote mythe, bedacht om iedereen gelukkig te houden. In feite is de regering van Tony Blair veel rechtser dan Thatcher. Er is vandaag veel armoede in Groot-Brittannië vandaag. Om de productiviteit hoog te houden, moeten werknemers veel meer werken dan nodig is. Arbeidersrechten worden teruggeschroefd. Migranten werken voor lage lonen en hebben vrijwel geen rechten.’
‘De Aziatische gemeenschap in Groot-Brittannië is heel gevarieerd. Door religieuze, regionale, politieke en economische verschillen kun je ze niet onder één noemer brengen. Je hebt zowel Aziatische miljonairs als grote groepen onderbedeelden. In het noorden van Engeland is er veel werkloosheid in de Aziatische gemeenschap en vlak naast Londen, waar zoveel geld verdiend wordt, ligt een van de vier armste stadswijken van de wereld.’
‘Meer globalisering creëert ongelijkheid en de voorwaarden voor terrorisme, oorlog, nationalisme en racisme. Organisaties zoals de WTO of de G8, die enkel uit eigenbelang handelen, moeten vernietigd worden. De kern van de zaak is dat productiviteit zou moeten gericht zijn op de noden van mensen, niet op het behalen van maximale winst.’ (kc)

Boudewijnprijs naar eerlijke keurmerken


De Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingswerk –150 000 euro– werd eind mei overhandigd aan Fair Trade Labelling Organisations International (FLO), de internationale koepel van eerlijke handelskeurmerken, de Max Havelaars van deze wereld. Fair Trade producten gaan kennelijk vlot over de toonbank: de voorbije vijf jaar steeg de verkoop telkens met twintig procent.
Momenteel is eerlijke handel goed voor een omzet van 300 miljoen euro in de Verenigde Staten, Canada, Japan en 14 Europese landen. De voornaamste producten zijn bananen, koffie, thee, suiker, rijst, honing en fruitsap. In Zwitserland heeft eerlijke handel het meest succes omdat twee warenhuisketens die de kleinhandel domineren, zich met eerlijke handelsproducten inlaten. Gevolg: de eerlijke banaan heeft er een kwart van de markt ingepikt. Dat blijft echter uitzonderlijk: doorgaans moet Fair Trade zich tevreden stellen met hooguit een procent van de markt.
Eerlijke handel wil kleine gemarginaliseerde boeren een hoger inkomen bezorgen door hen een hogere prijs te betalen. Dat lukt blijkbaar: 800.000 producenten in 44 landen hadden in 2002 een meeropbrengst van 30 miljoen dollar dankzij eerlijke handel, een stijging met 40 procent van hun inkomen. De betrokken producenten, meestal georganiseerd in coöperaties, moeten daar wel iets tegenover stellen. Ze moeten democratisch en transparant werken, en de sociale basisnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie respecteren. Verder moeten ze een ontwikkelingsplan voorleggen dat de coöperatie op termijn weerbaarder moet maken, door vorming van personeel, betere producten…
Dat laatste betekent ook aandacht voor milieuvriendelijk produceren. Afhankelijk van de vraag is momenteel 25 tot 40 procent van de eerlijke producten ook biologisch. FLO zelf bestaat sinds 1997, en is er in geslaagd eenheid te brengen in de veelheid van nationale keurmerken. Nu komt er zelfs één enkel wereldlabel voor eerlijke producten (zie afbeelding).
Ondanks de groei blijft eerlijke handel een druppel in de oceaan van de wereldhandel. Een druppel die bovendien in strijd is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Die staat onderscheid tussen producten enkel toe op basis van objectieve verschillen tussen die producten en niet op basis van verschillen in de productiewijze, zoals bijvoorbeeld het al of niet rekening houden met sociale of ecologische normen.
Als de sector nog wat groeit, zal er ongetwijfeld klacht ingediend worden bij de WTO, stelt professor Hugo Paemen, specialist in handelsrecht. ‘En de klagers zullen dat winnen.’ Vraag is hoe de sector met dat gegeven zal omgaan. ‘Onze droom is dat we niet langer nodig zouden zijn omdat de hele wereldeconomie eerlijk geworden is’, zei Paolo Ghillani, voorzitter van FLO naar aanleiding van de prijsuitreiking. Als dat zo is, zal de sector ervoor zorgen dat de strijd voor het veilig stellen van de eigen wettigheid, vooral uitmondt in het rechtvaardiger maken van de wereldhandel. (jvd)

Bewaar ons voor een WTO-dwangbuis!


Wat is een rechtvaardiger wereldhandel? Een van de prioriteiten is ongetwijfeld dat ontwikkelingslanden er meer voordeel moeten uit halen. Makkelijk gezegd, maar wat is daarvoor nodig? Vraag het de betrokkenen zelf, dachten ze bij het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP), dat de vraag voorlegde aan regeringen van ontwikkelingslanden en organisaties van het middenveld in alle hoeken van de wereld.
David Luke van UNDP licht enkele van de conclusies toe: ‘Cruciaal is een internationaal grondstoffenakkoord om de sociale ravage die het gevolg is van extreem lage prijzen op te vangen. Dat akkoord moet ondermeer gaan over markttoegang, productiebeperking, financiële compensatie bij te lage prijzen, en steun voor de capaciteitsversterking van de armste landen.’
De vraag naar meer markttoegang voor landbouwproducten uit het Zuiden en een stop op de exportsubsidies in het Noorden, is onderhand een klassieker. Baanbrekender is de stelling dat ‘liberalisering geen betrouwbaar mechanisme voor groei en armoedebestrijding is. Integratie in de wereldeconomie is het gevolg van groei en ontwikkeling, niet de voorwaarde daartoe. Niet de afbouw van de staat, maar het vernieuwen van de instellingen blijkt de sleutel tot economisch succes.’
Luke benadrukt dan ook dat ontwikkelingslanden veel meer ruimte moeten krijgen voor een eigen landbouw- en ontwikkelingsmodel. De regels van de WTO zouden verschillend moeten zijn voor arme en rijke landen. Dat kan in principe, want de bestaande WTO-akkoorden bevatten maar liefst 155 bepalingen over “speciale en verschillende behandeling” van ontwikkelingslanden.
‘Het is van levensbelang dat de huidige impasse over wat die speciale behandeling concreet moet inhouden, eindelijk wordt doorbroken’, aldus Luke die hoopt dat de ministeriële WTO-conferentie in september, ondanks het feit dat de voortekenen ronduit slecht zijn, alsnog leidt tot een doorbraak ter zake. (jvd)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur