Ngo’s in Irak lijden gezichtsverlies

De Amerikaanse invasie in Irak zette daar ook de deur open voor niet-gouvernementele organisaties. Ze werden met open armen verwelkomd. Maar intussen botsen veel ngo’s er op scepticisme en wantrouwen.
Honderden lokale en buitenlandse ngo’s begonnen te werken in Irak nadat Amerikaanse troepen en hun bondgenoten in 2003 het regime van Sadam Hoessein ten val hadden gebracht. Onder Hoessein werd hun bewegingsvrijheid sterk beknot. “Het voormalige bewind bestempelde ngo’s als spionnen”, zegt Muath A’raji van de National Societal Organisation, een mensenrechtenorganisatie in Bagdad.
Inmidels hebben veel Irakezen nader kennis kunnen maken met ngo’s. De aanvankelijke verwachtingen hebben plaats gemaakt voor ontgoocheling. Nogal wat Irakezen hebben de indruk dat veel ngo’s in de eerste plaats voor hun eigen belang opkomen en gewoon geld willen verdienen.
Wanneer ngo’s ter sprake komen, staat eerder angst dan hoop op de Iraakse gezichten te lezen. “Het verhaal van een Franse organisatie die kinderen uit Tsjaad smokkelde om in Europa te verkopen, heeft me bang gemaakt”, vertelt Um Yassen. “We weten niet meer wie te vertrouwen”.
Hier en daar vind je wel een organisatie die Irakezen in nood echt helpt. “In 2005 kreeg mijn vijf jaar oud nichtje een kogel van een Amerikaanse sluipschutter in het hoofd”, vertelt Anwer Abdul Hameed uit Hit. “De dokters van verschillende Iraakse ziekenhuizen deden hun best, maar konden met hun beperkte mogelijkheden weinig doen. Tot de organisatie No More Victims haar naar Amman in Jordanië bracht, op weg naar de VS”. De ngo uit Los Angeles haalt gewonde kinderen naar de VS voor verzorging.

Onder staatscontrole


Honderden Iraakse ngo’s over het ganse land lijken net als de meeste buitenlandse ngo’s hun krediet stelselmatig te verspelen, terwijl hulporganisaties die echt iets veranderen, geen kansen krijgen. Zo zagen de inwoners van Fallujah organisaties die hen hadden geholpen tijdens de belegeringen van 2004, verdwijnen nadat het Amerikaanse leger activisten had opgesloten. “De medewerkers werden gevangen genomen of vluchtten naar het buitenland om te ontsnappen aan opsluiting of zelfs executie”, verklaart een Iraakse dokter in Fallujah die anoniem wil blijven.
 “De hulpverleners die nog actief zijn, behoren doorgaans tot regerende partijen of zijn mensen die er niets van kennen”, zegt de dokter. De Rode Halve Maan in Irak valt volgens hem bijvoorbeeld volledig onder de controle vallen van Da’wa, de partij van premier Nouri al Maliki.
Het gevaar zet ook een rem op de werking van hulporganisaties. De koepel van ngo’s in Irak (NCCI), een initiatief uit 2003 van enkele organisaties in Bagdad, omvat nu een netwerk van 80 internationale en 200 Iraakse ngo’s. Maar de groep geeft op haar website “uit veiligheidsoverwegingen” geen lijst van ngo’s die actief zijn Irak.
Tussen 2003 en september 2007 zijn al 94 hulpverleners omgekomen in Irak, staat te lezen op de site van de NCCI. “Het gaat enkel om gevallen die ons werden gemeld. Het cijfer kan hoger liggen, vooral als het op personeel van lokale ngo’s aankomt.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift