NGO's en Transparantie

Het maatschappelijke middenveld speelt een steeds grotere rol in de samenleving. Niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) van allerlei pluimage komen op voor waarden op een manier die politieke partijen moeilijker geloofwaardig kunnen neerzetten. Ze vestigen de aandacht op urgente maatschappelijke problemen en slagen er soms ook in verandering te realiseren. Parlementairen bekennen dat ze voor mondiale thema’s hun controlerende taak niet meer zouden kunnen verrichten zonder de hulp van ngo’s die de vaak complexe processen en onderwerpen op de voet volgen. Ambtenaren die betrokken zijn bij nationaal en internationaal beleid inzake mensenrechten, milieu of arbeidsnormen erkennen dat de ngo’s daarin een onmisbare rol spelen. Staat er tegenover die groeiende macht of invloed wel voldoende openheid, legitimiteit en verantwoordelijkheid?
Openheid over wat ngo’s doen met het geld dat ze van de burgers krijgen, lijkt het allereerste dat je mag verwachten. Het verhaal van de ontwikkelingsngo Mensenbroeders toont dat dit minder evident is dan het lijkt. Eind 2005 bleek plots dat deze ngo -die nochtans gesubsidieerd en dus gecontroleerd wordt door de overheid- een onoplosbaar groot financieel tekort had. ‘Ik heb dat toen niet gezegd, maar eigenlijk heeft 11.11.11 dat probleem het eerst ontdekt’, zegt Bogdan Vanden Berghe, nationaal secretaris van 11.11.11.
‘Wij waren betrokken partij want als koepel van de Vlaamse ontwikkelingsngo’s speelden we een deel van de opbrengst van de 11.11.11-campagne door aan Mensenbroeders. De nieuwe raad van bestuur van Mensenbroeders had ons gecontacteerd omdat ze voelden dat er iets niet klopte in de financiën. We hebben hun balans bekeken met onze revisor en onze boekhouders, en daaruit bleek dat het hopeloos was.’
Wat Vanden Berghe verbaasde, is dat de beheerraad van Mensenbroeders totaal niet over de capaciteiten beschikte om de ernst van de situatie in te schatten. De subsidiërende overheid, het Directoraat-Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) dat de ngo’s controleert, had ook niets gezien. ‘DGOS controleert niet de hele boekhouding van een ngo, maar de subsidies die wij geven’, zegt Philippe Jalet, hoofd van de Directie voor Niet-gouvernementele Programma’s.
Voor die controle -van negentig jaarplannen, samen goed voor een budget van bijna 100 miljoen euro- heeft DGOS drie personeelsleden, die in principe moeten nagaan of alle uitgaven verantwoord zijn én een verantwoordingsstuk hebben. Jalet hoopt op beterschap met de hervorming die momenteel voorbereid wordt. Het is de bedoeling ngo’s te screenen op onder andere hun transparantie en beheerscapaciteit. PriceWaterhouseCoopers voert die screening uit en wie een voldoende haalt, krijgt een label dat voor 3 jaar geldt. Jalet: ‘Op die manier hopen we het risico op ontsporingen te verkleinen en meteen de administratielast voor ngo’s én overheid te verlichten.’

Mensenbroeders dankt u voor uw gift


Wat is er bij Mensenbroeders misgegaan? Vanden Berghe: ‘Het onderzoek loopt nog, het is dus niet mogelijk daarop een definitief antwoord te geven. Wij vermoeden dat er geld over en weer ging tussen de ngo en het bedrijf van de toenmalige voorzitter, een procedure die op een bepaald moment uit de hand is gelopen. Er was geen interne controle omdat voorzitter en coördinator erg dicht bij elkaar stonden, terwijl de raad van de bestuur op dat moment zijn werk niet deed. Bovendien was er geen erkende revisor: het voorgelegde rapport van de revisor was dus vals.’ Vanden Berghe vindt dat uit het voorval ten onrechte werd afgeleid dat er wanorde is in de sector van de ontwikkelingsngo’s.
‘Het ging om één geval, een ngo met een jaaromzet van zowat 500.000 euro die op een bepaald moment een negatief vermogen van meer dan 200.000 euro vertoonde. Alles bij elkaar is het probleem dus vrij snel ontdekt. Bij 11.11.11. zijn voor belangrijke uitgaven twee handtekeningen nodig. Daarnaast zijn er de Algemene Vergadering en de Raad van Beheer die fungeren als toezichters van de rekeningen. Bovendien is er een revisor die heel grondig werkt. We worden gecontroleerd voor het afleveren van fiscale attesten en ook de BTW-administratie houdt onze rekeningen scherp in de gaten. Tenslotte is er de controle van DGOS.’
Toch trekt Vanden Berghe lessen uit het voorval. ‘Vooraleer we geld geven aan een ngo doen we nu een inhoudelijke screening én een intensere financiële screening. We laten de jaarrekening en balans nakijken door specialisten. We willen weten of die ngo het geld goed kan beheren. Dit jaar hebben we één ngo’s geweerd omdat de middelen er te amateuristisch beheerd werden, ook al hebben die mensen de beste bedoelingen. Misschien moet er een gemeenschappelijk boekhoudingsysteem opgezet worden voor kleine ngo’s, waardoor ze een hogere professionaliteit kunnen bereiken met minimale meerkosten.’
Coprogram, de belangenvereniging van de ngo’s, en 11.11.11 schrijven elk jaar een rapport over de ngo-geldstromen. Bogdan Vanden Berghe wil dat dit rapport toegankelijker wordt: ‘Het moet de mensen een duidelijk antwoord geven op vragen als: wat gebeurt er met ons geld, hoe hoog zijn de salarissen van de topmensen, welk deel van de middelen gaat naar het Zuiden, en waaraan besteedt men middelen in eigen land?’

Op mijn woord van eer!


Fondsenwervende ngo’s laten zich ook monitoren door externe organisaties. In Nederland gebeurt dat door het Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF). Liefdadigheidsorganisaties krijgen het CBF-keurmerk als ze elk jaar hun cijfers laten controleren en als hun beleid aan een aantal criteria van zindelijk bestuur beantwoordt. 260 Nederlandse goede doelen hebben ondertussen dat keurmerk. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de Nederlanders het CBF-keurmerk kent en er dus bij zijn giften rekening mee kan houden. CBF zet zijn leden ook aan tot meer openheid, met als minimum de publicatie van jaarcijfers. CBF wordt gefinancierd door de goede doelen zelf en wordt ten dele ook bestuurd door mensen uit de sector.
In België bestaat sinds 10 jaar de Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving (VEF) die tot nu toe werkte op het woord van eer van zijn leden die samen 45 procent van de verzamelde fondsen ophalen, maar wil eerlang een controle invoeren. Erik Todts van Oxfam-Solidariteit en drijvende kracht achter VEF: ‘Er ligt een wetsvoorstel voor dat alle fondsenwervers wil oproepen zich vrijwillig in te schrijven in een nationaal register dat bepaalde eisen oplegt.’
Ook Frankrijk zit op dat spoor van zelfregulatie. Todts: ‘Daar wordt de lat heel hoog gelegd: vooraleer je het label krijgt, moet een controleur toegang krijgen tot alle documenten en vergaderingen van de ngo. Het gevolg is dat slechts 55 organisaties het label hebben.’ Deze pogingen tot een zelfregulering kunnen positieve effecten hebben maar waterdicht zijn ze natuurlijk niet. Als Mensenbroeders, dat gecontroleerd werd door DGOS én 11.11.11 totaal de mist kan ingaan, dan zal een louter papieren controle -laat staan een woord van eer- niet snel echte fraude ontdekken. De hardere Franse aanpak biedt wel een surplus maar bereikt dan weer minder organisaties. Eén ding is duidelijk: hoe beter de verschillende controlemethodes werken, hoe geruster het publiek kan zijn dat zijn giften goed besteed worden.

Verantwoording en verantwoordelijkheid


De discussie over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ngo’s is veel breder dan boekhoudkundige transparantie en ethiek in de fondsenwerving. Luc Huyse, professor emeritus in de sociologie van de K.U.Leuven, wijst er al lang op dat nieuwe maatschappelijke actoren zoals de media, het bedrijfsleven én de ngo’s op een of andere manier verantwoording moeten afleggen voor wat ze doen.
‘Die verantwoording is nodig tegenover de eigen leden en sympathisanten maar ook tegenover de buitenwereld. Greenpeace voerde campagne om een Shell-booreiland niet te laten zinken. Als achteraf blijkt dat de milieubelasting groter is als het booreiland naar de kant wordt gesleept, hoe en aan wie leggen ze dan verantwoording af? Amnesty eist dat alle leiders van het Lord’s Resistance Army in Noord-Oeganda berecht worden door het Internationaal Strafhof. De lokale bevolking vraagt echter amnestie om de vrede te bewaren. Wie is Amnesty dan om te zeggen: geen sprake van?’
Trio, campagnedirecteur bij Greenpeace België is ervan overtuigd dat Greenpeace inzake het booreiland geen substantiële fout maakte. ‘Omdat onze meetsonde geplooid was, kwamen onze meetresultaten niet van op de bodem maar van hogerop in het boorplatform. We hebben dat zelf bekendgemaakt. Shell heeft een pr-firma ingehuurd, die misbruik maakte van onze openheid om te beweren dat al onze gegevens fout waren. De andere media namen die boodschap gretig over. Wij worden wel degelijk afgerekend op wat we doen en zeggen, want Greenpeace overleeft dankzij de bijdragen van zijn donateurs. Als we iets doen dat hen niet aanstaat of als er negatieve berichten over Greenpeace in de media verschijnen, dan merken we de gevolgen daarvan onmiddellijk. Zo verloor Greenpeace in de VS heel wat leden nadat we ons uitspraken tegen de eerste Golfoorlog.’
Trio wijst er verder op dat Greenpeace weliswaar geen subsidies van overheden aanvaardt, maar dikwijls werkt met fiscaal aftrekbare giften. ‘Om die aftrekbaarheid te bekomen, worden we gescreend door de overheid. De Duitse overheid stelde op een bepaald moment de vraag in hoeverre ze aftrekbaarheid kan toekennen aan een organisatie die soms de wet overtreedt. Langs deze, meer institutionele weg dwingt de samenleving ons dus tot verantwoordelijk gedrag. Al zullen we het instrument van de legitieme maar niet altijd legale actie nooit uit handen geven in ruil voor fiscale aftrekbaarheid van giften.’

Het gewicht van het kapitaal


Ngo’s zijn niet ongevoelig voor vraag naar transparantie en verantwoording. Daarom onderschreven elf grote internationale ngo’s -waaronder Greenpeace, Amnesty en Oxfam- in juni 2006 het eerste globale Charter voor maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de non-profitsector. Daarin staan normen voor ethische fondsenwerving, basisprincipes zoals onafhankelijkheid, non-discriminatie, respect voor bestaande internationale wetgeving en transparantie, en regels voor goed bestuur. Bij dat laatste staat letterlijk dat ‘wij verantwoordelijk zijn voor onze daden en verwezenlijkingen. Dat moet gebeuren door heldere objectieven, organisatiestructuur en beslissingsprocessen. We zullen luisteren naar de suggesties van de stakeholders over hoe we ons werk kunnen verbeteren en zullen de inbreng aanmoedigen van mensen wiens belangen direct getroffen worden.’
Zeker bij internationale ngo’s die opkomen voor mondiale belangen zoals milieu of ontwikkeling stelt zich de vraag of en hoe ze naar alle stakeholders luisteren. Oxfam is misschien wel de belangrijkste ontwikkelingsngo ter wereld, maar van de 13 nationale filialen bevindt er zich geen enkel in een ontwikkelingsland, tenzij Hongkong hiertoe wordt gerekend. Stefaan Declercq van Oxfam-Solidariteit wijst erop dat Mexico en India wellicht binnenkort een Oxfam-filiaal zullen hebben. ‘Bovendien betrekken wij de partners uit 11 regio’s waar we werken actief bij het opstellen van ons strategisch plan.’ Wendel Trio, van Greenpeace België wijst erop dat Greenpeace International weliswaar meer “poten” heeft in de ontwikkelingslanden met afdelingen in landen als India, China en Brazilië.
Maar hij erkent ook dat de “rijkere” Europese kantoren, die zorgen voor het grootste deel van de Greenpeace-inkomsten aan het einde van een lang mondiaal overlegproces, toch net iets zwaarder doorwegen als een actieprogramma wordt vastgelegd. Zo staat de -voor ontwikkelingslanden vaak cruciale- campagne rond giftige stoffen slechts als vijfde prioriteit geklasseerd. ‘In tegenstelling tot mijn vroegere ervaringen in de Noord-Zuidbeweging, zitten bij Greenpeace de vertegenwoordigers van rijke landen en ontwikkelingslanden gelijkwaardig rond de tafel. Toch blijkt ook bij ons het kapitaal door te wegen. Vaak doen de ontwikkelingskantoren aan een vorm van zelfcensuur om de financiering van hun programma’s niet in het gedrang te brengen.’

Interne democratie


Bogdan Vanden Berghe erkent dat er een probleem kan zijn als ngo’s uitspraken doen over landen waar ze zelf niet over een draagvlak beschikken, omdat dan de sanctie van de verminderde giften wegvalt. ‘Alleen een goede partnerwerking met ngo’s uit de betrokken landen kan zulke ongevallen voorkomen, maar dat veronderstelt een volwassen verhouding met die partners, een verhouding waarin de Zuidpartner niet volledig afhankelijk is van onze financiering en zijn mening dus voluit durft te geven. Die volwassenheid is er stilaan in onze relatie met Latijns-Amerika en Azië. Voor Afrika ligt dat nog moeilijker.’
De mate waarin partners hun land of een deel van dat land echt vertegenwoordigen, hangt af van het draagvlak waarover ze beschikken en van de mate waarin ze die achterban ook beluisteren. Greenpeace betrouwt op de externe responsabilisering. Het zijn vooral de professionals van de organisatie die de lijn vastleggen. Het publiek kan die lijn sanctioneren door giften te geven of te weigeren. Oxfam functioneert ook op die manier maar ‘de rol van de Algemene Vergadering, waar naast onze werknemers ook vakbonden, sympathisanten en individuen met speciale knowhow zetelen, is niet min’, aldus Stefaan Declercq.
In ontwikkelingslanden hebben de lokale afdelingen van internationale ngo’s meestal weinig donoren. De responsabilisering via de portemonnee kan er dus niet of minder spelen. Soms zorgt de staat er voor een ander soort “responsabilisering”. In China stellen zowel Oxfam als Greenpeace zich minder confronterend op tegenover de overheid, omdat die overheid hen anders gewoon niet zou toelaten. De grens tussen responsabilisering en repressie is niet altijd erg duidelijk.
11.11.11 speelt de externe responsabilisering via de giften mee, maar daarnaast is ook de interne verantwoording sterk. De 11.11.11-comités, die de basis vertegenwoordigen, en de ngo’s, die de koepel vormen, zetelen samen in de raad van bestuur. De nationale directie van 11.11.11 moet met hen rekening houden. Dat bleek toen die enkele jaren wel wilde toetreden tot de bedrijfsgiftenbank maar teruggefloten werd door de -linksere- vertegenwoordigers van de comités. Ook het voorstel om in zee te gaan met professionele fondsenwervers van Direct Dialog Fundraising botste op veel weerstand. Bogdan Vanden Berghe: ‘De vrijwilligers zagen de samenwerking met DDF niet zitten, want wat is de rol van vrijwilligers nog als je mensen betaalt om donoren te ronselen? Het compromis is dat we het een jaar proberen en daarna zullen evalueren. In 11.11.11 worden beslissingen niet lichtvaardig genomen. Die interne democratie is soms lastig, maar altijd positief.’
Reageer via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur