Ngo's hebben gemengde gevoelens bij meer ontwikkelingshulpvoor minder landen

Amerikaanse ontwikkelingsexperts en
niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) reageren gemengd op de plannen van
de regering-Bush om vanaf 2004 meer ontwikkelingshulp vrij te maken voor een
selecte groep van arme landen. Voorstanders zijn blij met de verhoging van
de budgetten en geloven dat de efficiëntie van de hulpverlening zal
toenemen. Maar critici wijzen erop dat sommige arme landen en dringende
ontwikkelingsproblemen nu helemaal in de vergetelheid dreigen te belanden.


President George W. Bush ontvouwde zijn plannen voor een Millennium
Challenge Account (MCA) in maart, net voor het begin van de VN-Conferentie
over de Financiering van Ontwikkeling in het Mexicaanse Monterrey. Deze week
heeft de Amerikaanse regering haar engagement bevestigd om via het MCA in
2004 1,6 en in 2005 3,4 miljard dollar extra uit te trekken voor hulp aan de
ontwikkelingslanden. Dat geld komt bovenop de bijna 10 miljard dollar die de
VS nu al besteden aan ontwikkelingshulp. Vanaf 2006 zou het MCA jaarlijks 5
miljard dollar moeten omzetten.

Arme landen komen enkel in aanmerking voor MCA-geld als ze beter dan
gemiddeld scoren op minstens de helft van 16 criteria die samengevat worden
onder de noemers ‘correct bestuur’ (respect voor burgerlijke en politieke
vrijheden en voor de rechtsstaat, een regering die efficiënt werk aflevert
en ter verantwoording kan worden geroepen, de bestrijding van
corruptie,…), ‘investeren in mensen’ (voldoende hoge overheidsuitgaven
voor onderwijs en gezondheidszorg, een hoge participatiegraad in het
onderwijs, een hoge inentingsgraad…) en ‘economische vrijheid’ (een gezond
macro-economisch en handelsbeleid, een positieve houding tegenover
buitenlandse handelspartners en investeerders,…). Voor 2004 en 2005 komen
alleen landen die een inkomen van minder dan 1.435 dollar per inwoner hebben
in aanmerking; vanaf 2006 wordt die grens opgetrokken tot 2.975 dollar.
Corrupte landen worden automatisch uitgesloten van het MCA-programma.

Als het plan wordt goedgekeurd door het Congres, komt er eindelijk een einde
aan de al 20 jaar aanhoudende afkalving van de Amerikaanse
ontwikkelingshulp. Daarover verheugen veel Amerikaanse ngo’s zich, al blijft
de Amerikaanse ontwikkelingshulp ook met de extra 5 miljard in 2006 relatief
gezien lager dan wat alle andere industrielanden voor dat doel uitgeven.
Applaus is er ook voor de nadruk op goed bestuur en aandacht voor onderwijs
en gezondheidszorg. Daardoor kunnen de ontvangerlanden gewaardeerde
zakenpartners worden in de gezamenlijke ontwikkelingsinspanning, oordeelt
Nancy Birdsall, de voorzitter van het Center for Global Development (CGD) en
een voormalige vice-voorzitter van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank.
Volgens haar garandeert de aanpak ook dat de ontvanger eigenaar worden van
ontwikkelingsprojecten - een voorwaarde om hulp te doen werken. Sommige
ngo’s geloven ook dat de kleine, aparte instelling die de MCA-middelen zou
gaan beheren, flexibeler en meer op vernieuwing zal gericht zijn dan het
logge USAID dat de huidige ontwikkelingshulp kanaliseert.

Maar andere ngo’s hebben bedenkingen. We maken ons zorgen over de arme
landen met veel arme inwoners en onvervulde basisnoden die niet in
aanmerking komen voor het MCA-geld, zegt Mary McClymont, de directeur van
InterAction. Dat is een samenwerkingsverband van een 160-tal Amerikaanse
hulporganisaties. Critici achten het ook niet uitgesloten dat de
traditionele Amerikaanse ontwikkelingshulp wordt teruggeschroefd. Er is het
overheidstekort, en een oorlog tegen Irak zou ook veel middelen opslokken,
zegt Sarah Lucas, een collega van Nancy Birdsall bij het CGD. We vrezen dat
er in de ontwikkelingssamenwerking zal worden gesnoeid, al blijft het Witte
Huis ons verzekeren dat dit niet het geval zal zijn. Volgens Lucas zouden
de ngo’s ook niet graag zien dat er een situatie ontstaat waarbij goede
hulp via het MCA naar de goede leerlingen gaat, terwijl alle slechte hulp
voor slechte landen via USAID wordt gekanaliseerd.

Nog scherper klinkt de kritiek van actiegroepen die de macht van
transnationale ondernemingen aan banden willen laten leggen. Het lijkt erop
dat het geld gebruikt zal worden om landen om te kopen om de neo-liberale
koers in te slaan, op een moment dat duidelijk wordt dat het hele paradigma
van structurele aanpassingen op een mislukking is uitgedraaid, oordeelt
Doug Hellinger, de voorzitter van The Development GAP. Volgens Hellinger is
het zonneklaar dat landen die geen beleid van vrijhandel en liberaliseringen
voeren zoals het IMF en de Wereldbank dat voorschrijven, niet op MCA-geld
moeten hopen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift