Ngugi wa Thiong'o: 'Twijfel is een mensenrecht'

De Nobelprjis voor Literatuur wordt deze week bekendgemaakt. Een van de namen die bovenaan het lijstje van de weddenschappen staan, is Ngugi wa Thiong’o. Gie Goris had jaren geleden (1992) een uitgebreid gesprek met de Keniaanse auteur.

  • Gie Goris Gie Goris

Wat zegt de naam Ngugi wa Thiong’o over u?
Ngugi wa Thiong’o: Ngugi is de naam die me gegeven werd, bij mijn geboorte. Thiong’o is mijn vaders naam. James is de naam die ik daar later bovenop kreeg, toen ik gedoopt werd. Dat was opgedrongen en daarom heb ik die kunstmatige naam opnieuw verwijderd. Door mijn vaders naam toe te voegen, maak ik de band duidelijk tussen mezelf en degenen die me vooraf gegaan zijn. Ngugi betekent arbeid. Het is een gewone naam bij de Kikuyu. Ik werd geboren met die naam, omdat het de gewoonte is dat de eerste zoon de naam krijgt van de grootvader langs vaders kant, de tweede zoon krijgt de naam van de grootvaders van moeders kant, en ik was in dat geval. Het is alsof die persoon in jou herboren wordt, alsof hij in jou verder leeft.

Beïnvloedde die naam uw leven?
Ngugi wa Thiong’o: Ik heb mijn grootvader nog gekend en ik heb veel verhalen over hem gehoord. En de mensen zoeken natuurlijk altijd kenmerken, zodat ze kunnen zeggen dat je toch zo op je grootvader gelijkt. Maar ik geloof dat ze dat er zelf in lezen, zelfs als het er niet staat.

Door ‘James’ te verwerpen, verwierp u daardoor ook het christendom zelf?
Ngugi wa Thiong’o: Het ging vooral om de naam. Ik voelde me geen ‘James’. Het was een zo duidelijk voorbeeld van culturele overheersing, van het opleggen van een bepaald systeem van naamgeving, dat ik niet anders kon dan het verwerpen. Maar het ging inderdaad ook wel gepaard met de verwerping van christendom in zijn geheel.

Het is niet omdat ik voor mezelf uitmaak dat het christendom te sterk verbonden is met het kolonialisme, dat ik niet kan erkennen dat het grote spirituele waarde kan bevatten

Toch opent u Een korrel graan met een Bijbelcitaat.
Ngugi wa Thiong’o: Het is niet omdat ik voor mezelf uitmaak dat het christendom te sterk verbonden is met het kolonialisme, dat ik niet kan erkennen dat het grote spirituele waarde kan bevatten. Net zoals de andere grote religies van de wereld. De Bijbel, de Koran, de schriften van de grote Oosterse religies bevatten zoveel waarheden en waarden. Bovendien is de Bijbel voor vele Kenianen het enige boek dat ze helemaal gelezen hebben. Ze kennen de Bijbel van voor naar achter.

Als je dus een roman schrijft en je wil verwijzen naar een gedeelde kennis van het merendeel van je lezers, dan kan je in Kenia moeilijk buiten de Bijbel. De personages moeten daarom ook in de bijbelse kennis gedompeld worden. Heel wat gemeenschappen en zelfs politieke bewegingen hebben het christendom trouwens aan de Afrikaanse realiteit aangepast. Dit zijn allemaal gegevens die veel belangrijker zijn dan het feit dat het christendom voor mezelf irrelevant geworden was.

Zelf heb ik geen geloofssysteem, geen geheel van waarden en waarheden. Mijn focus is op de verhouding tussen mensen, op de manier waarop ze dat sociaal, politiek en economisch vormgeven. Ik heb natuurlijk wel een levensbeschouwing, die ook mijn schrijven en handelen bepaalt. Die zou je kunnen samenvatten als: Ik weiger mijn broeders hoeder te zijn want ik geloof dat we elkaars hoeders moeten zijn. Geen éénrichtingsverkeer, maar gedeelde verantwoordelijkheid.

Wat betekenen de voorouders dan voor jou?
Ngugi wa Thiong’o: Voorouders zijn voor ons een deel van het leven. De doden, de levenden en de komenden, zijn allemaal deel van eenzelfde realiteit. Wat ik ben, ben ik als uitdrukking van wat mij vooraf is gegaan. Ik ben gewoon een deel van de keten van het leven. Ik betuig mijn respect voor de voorouders. Hetzelfde gaat op voor ons als deel van de hele wereld: wie wij zijn, zijn we dank zij mensen uit de hele wereld.

Wat ons anderzijds een globale verantwoordelijkheid geeft?
Ngugi wa Thiong’o: Alle verschillen, tegenstellingen en oorlogen te spijt, zijn we inderdaad één wereld. Wat in de VS gebeurt, bepaalt mee hoe mensen in Kenia kunnen leven en wat in Brussel gebeurt bepaalt mensen in Londen. De gebeurtenissen in Moskou reiken verder dan de grenzen van Rusland. Informatie, technologie en wederzijds afhankelijkheid bestaan, dus zijn de afstanden imaginair geworden.

Te vaak denken wij bij universele waarden aan zaken die westers zijn. Wereldtalen zijn in feite vaak westerse talen.

In deze context van globalisering, koos u ervoor te gaan schrijven in het Kikuyu of het Swahili. Is dat een tegenstelling?
Ngugi wa Thiong’o: Nee, want dat globale is geen abstract fenomeen. De wereldwijde visie moet geworteld zijn in de plaatselijke realiteit. Wat meer is: we moeten er voor opletten dat we dingen niet ‘globaal’ noemen, terwijl ze in feite specifiek van één cultuur of van een bepaalde groep binnen die cultuur zijn. Te vaak denken wij bij universele waarden aan zaken die westers zijn. Wereldtalen zijn in feite vaak westerse talen. Echt wereldwijd wordt je in verschillende talen en culturen. Het moet Chinees, Japans, Kikuyu, Indiaans, Engels… De talen zijn de bewaarplaatsen van de waarden van mensen, van hun spiritualiteit. Als de wereld gedomineerd wordt door één of enkele talen, wordt hij armer.

Geeft Kikuyu u meer nuances en beelden om de realiteit uit te drukken?
Ngugi wa Thiong’o: Niet noodzakelijk méér. Maar elke taal biedt mogelijkheden binnen de eigen context. Een woord heeft zovele echo’s als het gebruikt wordt binnen een gemeenschap die met dezelfde taal is opgegroeid. Dan wordt het ook mogelijk nuanceringen aan te bregen die anders onmogelijk zouden blijven. Dat geldt voor Engels zowel als voor Kikuyu.

Een gemeenschap heeft in haar taal een reservoir van betekenissen, van nuances die gemakkelijk en bijna uitsluitend herkend worden door de mensen die ermee opgegroeid zijn. Daarin wordt dan ook duidelijk dat schrijven ook een partnership is tussen de schrijver en de gemeenschap die hem voorbracht. Nuances zijn maar mogelijk binnen een geheel van gedeelde codes.

Eén woord roept een hele wereld van betekenissen op, doet het hele web van een gemeenschappelijke geschiedenis van betekenissen trillen en daardoor begrijpen mensen niet alleen het woord maar de hele verfijnde nuances die eraan verbonden zijn en die meteen duidelijk zijn voor wie het woord gebruikt en voor diegenen tot wie het woord gericht is. Daarom is het dat grappen nauwelijks vertaalbaar zijn. Ze zijn zo ingebed in de hele culturele situatie, ze zitten zo vol echo’s en trillingen.

Hetzelfde geldt, misschien nog meer, voor zegswijzen en spreekwoorden. Ze worden wel vertaald, maar ze zijn hetzelfde niet meer. Al is het resultaat van de vertaling vaak heel boeiend. Het creëeert binnen de andere taal een heel nieuw gegeven, een spanning en een onevenwicht, waaruit nieuwe vormen tevoorschijn kunnen komen.

Is terugkeren naar de eigen taal niet regressief?
Ngugi wa Thiong’o: Neen, helemaal niet. Als ik in België zou wonen, dan zou ik zowel Nederlands als Frans als mijn erfenis beschouwen. Als ik zou zeggen dat ik in mijn eigen Nederlandse taal wil geworteld zijn, dan zou dat niet betekenen dat ik anti-Frans zou zijn. Integendeel, ik wil alle talen respecteren en zoeken naar het waardevolle in elke taal en cultuur. Als ik in Kikuyu wil schrijven, dan zeg ik daarmee dus niet dat Kikuyu beter is dan bv. Engels.

Ik zie talen als de bewaarplaatsen van wat het dierbaarst is voor mensen. Daarom is het bestaan van veel talen niet negatief. Leve de toren van Babel.

Het gaat pas fout als de ene taal de andere domineert. Maar verder zie ik talen als de bewaarplaatsen van wat het dierbaarst is voor mensen. Daarom is het bestaan van veel talen niet negatief. Leve de toren van Babel. Maar laat ons wel proberen mekaar goed te verstaan. Taal mag niet misbruikt worden. De ene taal mag niet opgeslokt worden door een andere.

Gelukkig kunnen we genieten van Shakespeare, Tolstoi, Dostojevski, Brecht… Zij zijn allemaal heel sterk geworteld in hun eigen nationale cultuur, maar ze vormen tegelijk een belangrijk deel van mijn erfenis, van onze gezamenlijke erfenis. We moeten dankbaar zijn voor het bestaan van deze verschillende culturen en hun talen, waaruit zulke grote geesten konden voortkomen. Wat beangstigend is, is dat er zoveel regimes zijn die het proces van scheppend schrijven proberen tegen te houden. Regimes die een anti-populaire politiek volgen hebben de neiging ook hun schrijvers te vervolgen. 

Veranderde het verblijf in de gevangenis uw kijk op het leven?
Ngugi wa Thiong’o: Het was in de gevangenis dat ik begon na te denken over taal als centraal gegeven in de organisatie van de samenleving, en vandaar trok ik de conclusie om meer in de eigen taal van de mensen te gaan werken, en minder in de taal die de kolonisator ons bracht. Een tweede zaak die me duidelijk werd was dat ons geval opgenomen werd door mensen in Kenia, maar ook in heel Afrika en zelfs doorheen de wereld. Wat me sterkte in de overtuiging dat de wereld één geheel was.

Betekent dat een versterking in twee tegengestelde richtingen: tegelijk meer lokaal én meer globaal?
Ngugi wa Thiong’o: Voor mij zijn dat geen tegengestelde richtingen. Mijn globale visie wordt maar echt klaar als ze gerealiseerd en uitgedrukt wordt in een specifieke context. Iets is maar mondiaal, als het uitgedrukt kan worden in een bepaalde taal, en niet als het alleen maar in enkele zogenaamde wereldtalen kan. Daarom is wat op het eerste zich tegengesteld lijkt, in feite één richting.

Dit zijn intellectuele inzichten die uin de gevangenis opdeed. Wat heeft de gevangenschap emotioneel voor u betekend?
Ngugi wa Thiong’o: (stilte) Gevangenis is essentieel een beperking van je vrijheid, je menszijn wordt je ontzegd. Maar daardoor ga je alles intenser beleven en geloven. Het leven zelf wordt er belangrijker door. De kleuren, de geluiden, worden je afgenomen, maar daardoor wordt je er bewuster van, daardoor wil ze nog meer dan vroeger. 

Gevangenis is bedoeld om mensen te vernederen. Je bezit niets meer, zelfs je eigen lichaam niet. Het is zelfs moeilijk je eigen gedachten meester te blijven.

Gevangenis is bedoeld om mensen te vernederen. Je bezit niets meer, zelfs je eigen lichaam niet. Het is zelfs moeilijk je eigen gedachten meester te blijven. Want alles wat je opschrijft ontglipt je. Je brieven naar vrienden of familie worden door vreemden gelezen. De vernedering is erop gericht mensen te verkleinen.

Daardoor is van bij de beste poëzie in gevangenissen geschreven: de omstandigheden van de gevangenis dwingen je ertoe het leven nog intenser op te zoeken, nog feller te begeren. Wat je ondergaat dwingt je naar het tegenovergestelde ervan.

Net zo bracht de eenzaamheid van de cel me tot een sterkere verbondenheid met mensen en met de hele wereld. Want het is de bedoeling je af te snijden van andere mensen. Dus worden ze belangrijker. De gevangenis is bedoeld om mensen te atomiseren, om hen duidelijk te maken dat ze een loszwevend atoom zijn, zonder verbindingen. Dus zoek je naar die verbindingen, naar het menselijk contact dat je ontzegd wordt.

Gaat dat ook op voor de ballingschap (de auteur leefde in opgelegde ballingschap tussen 1982 en 2004)?
Ngugi wa Thiong’o: Er zijn gelijkenissen. Je bent afgesneden van je land, van je volk, van de plaats waar je liefst leeft. Wat ik het meest mis is de kleur, de smaak, de taal waarbinnen mensen leven. De beelden die mensen gebruiken, de veranderingen die plaats grijpen, de kleine, alledaagse dingen die gebeuren, de muziek van het leven. De herkenbaarheid van de dingen ook: de betekenis van de dingen die mensen doen.

Je ziet meer binnen een gekende context. Als ik elders ben, zie ik wel dat men van kleding verandert, maar ik kan de diepe betekenis daarvan niet vatten. Dat stoort me. Ik kan moeilijk uitmaken wat raar is en wat gewoon. Terwijl mensen die hier opgroeiden, de signalen natuurlijk wel herkennen.

Ik ben Keniaan waar ik verblijf. Dat is niet meer gebonden aan dat ene land. Ik druk mijn Keniaan-zijn uit in wat ik doen niet in waar ik woon. Wat ik doe telt.

Maar anderzijds ben je natuurlijk niet echt afgesneden van contacten met andere mensen. Het doet je wel scherper nadenken over je houding tegenover je eigen en je nieuwe omgeving. Ik zie mezelf nu als een deel van hetgeen gebeurt waar ik ben. Ik ben Keniaan waar ik verblijf. Dat is niet meer gebonden aan dat ene land. Ik druk mijn Keniaan-zijn uit in wat ik doen niet in waar ik woon. Wat ik doe telt.

Tegelijk blijf ik in contact met de realiteit in Kenia. De Keniase overheid sloot ons culturele centrum, omdat ze het gevaarlijk vond. Maar door ons allemaal in ballingschap te sturen, kwamen de ideeën die Kameredo schraagden terecht in veel meer landen. Ik werkte in Groot-Brittanië met een theatergroep waar vijftien nationaliteiten in zaten. We deden de repitities en de publieke discussies in Londen en de idee verspreidde zich naar Manchester en Noord-Ierland. Collega’s van me kwamen in Zimbabwe terecht en plantten daar het zaad van Kameredo. In plaats van Kameredo te vernietigen, verspreidde de regering ons. We werden veel breder vruchtbaar. En uiteindelijk keert de idee terug naar Kenya.

Wat een mooie illustratie is van het Bijbelcitaat in Slechts een korrel graan. Wat niet sterft, kan geen vrucht dragen. Moeten er nog veel mensen sterven vooraleer er een korenveld groeit dat de mensen in Afrika kan voeden?
Ngugi wa Thiong’o: Geschiedenis, het leven zelf is zo: het is altijd sterven en opnieuw geboren worden. Het enige wat men kan hopen, is dat het afsterven niet letterlijk zou moeten zijn. Maar anderzijds moet je erkennen dat alles wat Afrika heeft bereikt -ook al is dat heel onaf en gedeeltelijk, toch is er vierhonderd jaar harde strijd aan voorafgegaan- maar mogelijk geweest is dank zij de inspanningen en opofferingen van de generaties die ons voorafgegaan zijn.

Mijn gezondheid is niet totaal als jij ziek bent. Jullie democratie is niet volledig zolang wij door dictators verdrukt worden.

De onafhakelijkheid is een ongelooflijke verwezenlijking, ook al is er zoveel misgegaan daarna. Het is het resultaat van de Afrikanen die verkozen van het schip te springen dat hen naar het slavendom voerde, van de opstanden op de plantages en van de opstanden in de landen van Afrika, van diegenen die stierven in hun verzet tegen de Engelsen. Wat we in Afrika hebben, het weinige dat we hebben, kregen we door het sterven van zoveel mensen in het verleden.

Hetzelfde gaat op voor de wereld in zijn geheel. Mijn eigen opgroeien werd door deze realiteit getekend. Het was de tijd van gewapend verzet tegen de Britse bezetters en rondom mij gingen er voortdurend mensen dood. In die zin is het geen abstracte notie. Ooms stierven in de Wereldoorlog, anderen in de Mau Mau opstand. Sterven vormde een deel van onze ervaring.

Maakt dat u terughoudend tegenover gewelddadige opstanden of juist sympathiserend?
Ngugi wa Thiong’o: Je moet goed beseffen dat een gewapende opstand niet iets is waartoe je op een bepaalde dag toe besluit. Het is niet als een vraag: wil je thee of koffie? Wil je liever een politieke oppositie of verkies je een gewapende opstand? Oh, geef mij maar gewapende opstand. Zo gaat het niet.

Een gewapende opstand is niet iets is waartoe je op een bepaalde dag besluit. Het is niet als een vraag: wil je thee of koffie? Wil je liever een politieke oppositie of verkies je een gewapende opstand? Oh, geef mij maar gewapende opstand.

Een opstand is geen waarde of doel, niet iets waarnaar je streeft of verlangt. Wat je verlangt is verandering en dat is niet abstract. Soms komt daar een opstand uit voort, omdat er geen andere weg is naar de verandering die je nodig vindt. En dan nog heeft het alles te maken met de samenloop van historische omstandigheden.

En vooraleer je af te vragen of het goed of slecht is dat mensen geweld gebruiken, moet je zien dat het vandaag de regeringen zijn die het geweld organiseren. In Kenia is men nu al bezig mensen zo te organiseren en zelfs te bewapenen zodat er conflicten tussen stammen en gemeenschappen zullen komen. Opdat de regering tussenbeide zou kunnen komen.

En daartegen moeten mensen zich organiseren, tegen het moordende regime. En de effecten van volksorganisatie kunnen onvoorspelbaar groot zijn. Wie zou een jaar geleden hebben durven voorspellen dat tienduizenden mensen door Nairobi zouden stappen in een manifestatie tegen de regering. Toch gebeurt het.

Frustreert het u niet daar niet te kunnen bij zijn, niet in staat te zijn een directe bijdrage te kunnen leveren aan die beweging?
Ngugi wa Thiong’o: Niet echt, want ik weet dat ik een deel vorm van de beweging. Ik doe wat ik kan doen binnen mijn gegeven context. Natuurlijk zou ik graag ondergedompeld worden in het dagdagelijkse gevoel daar te zijn, te horen wat mensen zeggen.In die zin voel ik me een aantal kansen afgenomen. Maar ik bén een deel van wat gebeurt. Ik schrijf, ben actief in de Verenigde Staten.

Zouden de creatieve geesten van Afrika hun creativiteit niet beter investeren in economische initiatieven, eerder dan in literaire of politieke, zodat de mensen kunnen overleven?
Ngugi wa Thiong’o: Er is een sterke band tussen het economische, het politieke en het culturele. Gebrek aan democratie is een beletsel voor investeringen vandaag. Ondemocratische regeringen zijn ook
corrupte regeringen. Ze exporteren meer geld dan er via hulp het land kan binnenkomen. Da’s heel slecht voor de economie. En om te voorkomen dat dit alles aan het licht zou komen, richten ze hun repressie op de eerste plaats tegen cultuur die ontvoogdend werkt.

In zekere zin heeft de vroegere president van Tanzania, Julius Nyerere, geprobeerd om vanuit een eigen en bevrijdende cultuur een alternatief politiek en economisch project op te zetten. Het mislukte.
Ngugi wa Thiong’o: Om te beginnen moet je weten dat Tanzania de hele tijd in een soort oorlogssituatie leefde. Het land droeg de grootste last bij de bevrijding van heel Zuidelijk Afrika. De onafhankelijkheid van Mozambique, Angola, Zimbabwe, Namibië en zelfs Zuid-Afrika kan je niet begrijpen zonder de eminente rol van Tanzania.

Daar kwam de oorlog tegen Idi Amin bovenop. Tanzania betaalde daar zelf een hele hoge prijs voor. Maar het is niet omdat het experiment mislukte, dat men de pogingen stopzet. De waarden die het hele Ujamaa-opzet schraagden, blijven geldig en blijven mensen ook inspireren.

Het is als met de bisschop uit een stuk van Brecht, ik denk toch dat het van Brecht is, die zich vermaakt met verhalen over mensen die proberen te vliegen en één voor één op  hun gezicht vallen. De mens is niet gemaakt om te vliegen en dus zal hij altijd vallen, lacht hij. Intussen weten we dat de bisschop ongelijk had: mensen vliegen, ze hebben het probleem opgelost.

Het is niet omdat iets vandaag mislukt, dat het morgen niet kan lukken.

Mensen leren namelijk uit vroegere ervaringen. We hebben geleerd uit de gemeenschappen van de eerste christenen, uit de Parijse commune, uit de oktoberrevolutie. Als je de wereld vandaag bekijkt, dan zie je de enorme verdiensten die uit al deze historische ervaringen zijn gegroeid.

Het is niet omdat iets vandaag mislukt, dat het morgen niet kan lukken. We moeten er toch ooit toe komen in een wereld te leven waarin mijn gezondheid niet afhangt van jouw ziek-zijn, waarin mijn geluk niet voortspruit uit jouw ellende. Ik wil wel gezond zijn, maar niet omdat mijn melaatsheid door iemand anders gedragen wordt.

Het fijne is dat deze droom gedeeld wordt door mensen over de hele wereld. Want mijn gezondheid is niet totaal als jij ziek bent. Jullie democratie is niet volledig zolang wij door dictators verdrukt worden. En weelde is niet genietbaar als ze een eiland is temidden armoede. Want dan moeten er altijd wachters, gesloten deuren en alarmsystemen zijn: je bezit dan wel een heleboel maar je kan er niet van genieten, omdat je voortdurend vreest dat iemand van de andere kant van de kloof zal komen en een stukje van je bezit meenemen. Het is de terreur van de weelde. Indien de wereld rechtvaardiger, gelijker verdeeld zou zijn, dan kon je opnieuw met open deuren slapen.

Is literatuur een goed middel om deze visie in een concreet programma te vertalen?
Ngugi wa Thiong’o: Ik ben niet bezig met programma’s. Maar schrijven helpt me wel de mogelijkheden uit te zoeken.

Waardoor u niet alleen stoot op de medemenselijkheid, maar ook op de onmenselijkheid van mensen?
Ngugi wa Thiong’o: Natuurlijk zijn mensen goed en kwaad. Maar ze zijn zeker ook in staat goed te doen. Ze kunnen de onmiddellijke, materiële behoeften overstijgen en hun leven oriënteren, of zelfs geven voor een doel dat hen overstijgt. Het probleem is dat daar nogal eens misbruik van wordt gemaakt. Veel mensen trekken naar een oorlog voor de verkeerde redenen. Maar toch zijn ook zij gemotiveerd door ideeën of belangen die het materiële overstijgen. Mensen zijn niet gedoemd om vooral door het kwade gedreven te worden. Ze kunnen goede levens leiden.

Twijfelen is een mensenrecht. Wie twijfelt, stelt dingen in vraag. Het is de bron van kritiek.

Maar hoe voorkom je dat die goedwillende mensen misbruikt worden?
Ngugi wa Thiong’o: Door twijfel. Twijfelen is een mensenrecht. Wie twijfelt, stelt dingen in vraag. Het is de bron van kritiek. Je gaat zoeken naar de echte waarheid, naar de diepere oorzaken, de ware drijfveren. Daarom zijn maatschappijen die het debat en de maatschappelijke discussie niet toestaan gevaarlijk. Want ze zijn bevreesd voor de echte waarheid.

Als ik twijfels heb, moet ik ze aan iemand kwijt. Die kan er op reageren en door uitwisseling doemen de contouren van het juiste antwoord stilaan op. Waarheid is nooit het monopolie van een individu, niet van een groep of beweging. Er bestaat geen monopolie op de waarheid. Dialogeren, zoeken, bevragen en discussiëren zijn basisvoorwaarden om te ontdekken waar het werkelijk om gaat. De vraag stellen en twijfels hebben, is essentieel.
Schrijven is ook essentiëel een proces van twijfel. Het is altijd zoeken naar wat achter die deur zit, wat achter het masker schuilgaat. Schrijven is over de muren kijken en je afvragen hoe het leven daar eigenlijk is. Dat is wel een kwellende ervaring, maar niet echt een pijnlijke.

Al word je vaak pijnlijk getroffen door wat je aan de andere kant van de deur vindt, door wat je ziet over de muur. Het is vaak afschuwelijk, de ellende en de eenzaamheid van mensen. Maar ik word gedreven door het streven de dingen die ik zie te verstaan.

Moeten landen uit de Derde Wereld zich losmaken uit de internationale gemeenschap zoals ze nu bestaat om te kunnen groeien?

Het verkeerde aan de wereld vandaag is niet de tendens tot globalisering. Het probleem zit in de overheersing van dat proces door een handvol landen.

Ngugi wa Thiong’o: Het verkeerde aan de wereld vandaag is niet de tendens tot globalisering. Het probleem zit in de overheersing van dat proces door een handvol landen. Dus noemt men globaal wat eigenlijk maar enkele landen of een bepaalde groep binnen dat land betreft. De wereldeconomie wordt op dezelfde manier gedomineerd door slechts enkele landen of bedrijven.

Ik vind dat het centrum van de wereldwijde wereld moet verlegd worden, met andere woorden moet verschuiven van West-Europa naar zoveel mogelijk landen met zoveel mogelijk verschillende culturen. Maar Europa probeert zich af te schermen van de wereld. Men wil wél van hieruit vrij kunnen reizen naar overal, maar als men van eender waar hierheen wil komen, dan botst men onvermijdelijk op hoge muren. Afrikanen die naar Europa willen komen, komen daarom bedrogen uit.

Waarom willen ze komen? Is er dan meer bewondering voor Europa dan woede omwille van het verleden?
Ngugi wa Thiong’o: De overheersing is vandaag minder duidelijk dan vroeger. De rol van Europa in de uitbuiting is minder klaar dan in de dagen van de kolonie. De tussenkomst van buitenuit is minder zichtbaar. De woede richt zich meer tegen de binnenlandse overheersing en uitbuiting. Toch zijn de neokoloniale banden nefaster nog dan de koloniale.

Tot 1991 was Daniel Arap Moi bereid om de wapens op zijn eigen volk te laten richten, hij zette troepen in tegen mensen die wilden samenkomen om hun ideeën uit te drukken. Tot de groep van buitenlandse geldschieders in Parijs samenkwam en hem liet weten de hulp te zullen opschorten, tenzij hij binnen de vijf maanden kon bewijzen dat er politieke verandering en verruiming had plaatsgevonden. Drie dagen later kondigde Moi zijn hervormingen aan, al bleven die nog steeds heel beperkt.

Wat duidelijk maakt dat de elite wel rekenschap wil afleggen tegenover de buitenlandse financiers, maar niet tegenover hun eigen volk. Dat wordt met kogels toegesproken. Het probleem is dat veel mensen vandaag niet meer zien dat het dezelfde financiers geweest zijn die de voorbije jaren Moi in het zadel gehouden hebben. De volkswoede tegen hem, treft de buitenlandse machten niet. Let wel, het is een positieve evolutie dat de mensen niet steeds maar blijven herhalen dat het kolonialisme en het Westen de schuld zijn van alles. Tenslotte is er geen koloniale gouverneur meer in Nairobi, het hoofd van de regering is Moi. Hij is verantwoordelijk.

Dit soort druk omwille van mensenrechten is toch ook een interventie?
Ngugi wa Thiong’o: Interventie gebeurt vooral om de verkeerde regimes te helpen overleven. Dus zou er nog meer druk vanwege de Europese publieke opinie mogen komen, om elke interventie van die aard te stoppen. Te vaak zien we toch nog het tegendeel. Wat doet Mobutu als hij zich bedreigd voelt? Hij belt naar Brussel en Parijs en laat de nodige troepen komen. Dat soort interventie zijn we meer dan zat.


Verdwijnt dat niet vanzelf nu de Koude Oorlog voorbij is?

In de jatren ‘40 vonden slachtingen plaats van Congo over Indonesië tot India. Daar hadden jullie geen Koude Oorlog voor nodig. Onderdrukking zoekt wel altijd een nieuw voorwendsel.

Ngugi wa Thiong’o: Ik weet niet of het allemaal wel zoveel met die Koude Oorlog van jullie te maken had. Als je kijkt naar de jaren veertig en vijftig, zie je dat Europa overal in de wereld kolonies had. Er vonden slachtingen plaats van Congo over Indonesië tot India. Daar hadden jullie geen Koude Oorlog voor nodig. Onderdrukking zoekt wel altijd een nieuw voorwendsel. Interessant voor jullie is eens na te gaan dat regeringen die bereid waren troepen te sturen naar de kolonies om onrust daar de kop in te drukken, ook de regeringen waren die niet veel moeite hadden met het inzetten van dezelfde troepen thuis om het verlangen naar verandering tegen te houden.

Uw nieuwe boek Moving the Center is geen roman?
Ngugi wa Thiong’o: Neen, het is een verzameling essays, waarin ik pleit voor culurele vrijheden, in het meervoud. Romans zijn er de laatste tijd niet meer van gekomen. Er zijn wel beelden en ik hoop dat het juiste beeld eens langs zal komen. Een roman kan je niet schrijven wanneer je wil. Een artikel wel, dat kan klaar zijn tegen een afgesproken datum.
Maar voor een roman moet een beeld de tijd krijgen zijn geheimen prijs te geven. Je moet er geduld mee hebben, je moet er tijd voor maken, vooral emotionele tijd en ruimte. Zolang er druk op je staat, is er de ruimte niet voor het beeld om zich te ontsluiten.

Het werken aan essays is een belangrijk onderdeel van dat proces, omdat ik zo de theoretische vragen beantwoord, het kader schep waarbinnen mijn gedachten willen werken. Ten slotte wil ik toch niet schrijven in een abstract luchtledige. Analyses maken, sociaal engagement, romans schrijven… het is allemaal deel van hetzelfde proces.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur