Nicaragua, dertig jaar na 19 juli 1979

Op 19 juli is het dertig jaar geleden dat het Sandinistisch Bevrijdingsfront triomfantelijk de Nicaraguaanse hoofdstad Managua binnentrok en een einde maakte aan de dictatuur van Anastasio Somoza. Daniel Ortega, de eerste sandinistische president, won twee jaar geleden opnieuw de presidentsverkiezingen, na drie neoliberale regeringen. Tussen toen en nu ligt een wereld van verschil, maar voor talloze Nicaraguanen blijft het sandinisme synoniem met een ander systeem, een rechtvaardiger wereld.

Rosa_Poser / Flickr (CC BY 2.0)

 

Op 19 juli is het dertig jaar geleden dat het Sandinistisch Bevrijdingsfront triomfantelijk de Nicaraguaanse hoofdstad Managua binnentrok en een einde maakte aan de dictatuur van Anastasio Somoza. Daniel Ortega, de eerste sandinistische president, won twee jaar geleden opnieuw de presidentsverkiezingen, na drie neoliberale regeringen. Tussen toen en nu ligt een wereld van verschil, maar voor talloze Nicaraguanen blijft het sandinisme synoniem met een ander systeem, een rechtvaardiger wereld.‘De tijd van de prachtige waanzin’, noemt de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano de sandinistische revolutie van dertig jaar geleden. Een volksleger dat massaal in opstand komt en erin slaagt een einde te maken aan de dictatuur van Anastasio Somoza, de man die sinds 1936 Nicaragua terroriseerde met zijn Nationale Garde. Het was de tijd van de Koude Oorlog en de marxistisch-leninistische doctrine, maar ook van de bevrijdingstheologie en de armen die in opstand kwamen tegen de onderdrukking. Menig solidariteitskoor in Vlaanderen zong uit volle borst het strijdlied de hymne van het FSLN – Frente Sandinista de Liberación Nacional- van de gebroeders Mejía Godoy. De solidariteit in Vlaanderen met de heroïsche strijd die in Nicaragua gevoerd werd, was groot, het was een revolución compartida, een gedeelde revolutie, zoals Sergio Ramírez, een van de FSLN-leiders van toen, het verwoordde.

De voorbije dertig jaar kreeg zowel Nicaragua als het FSLN zware klappen en zijn de kaarten grondig anders geschud. Een oorlog tegen de Contra-opstandelingen, drie neoliberale regeringen en twee verwoestende orkanen – Mitch in 1998 en Felix in 2007– hebben hun sporen nagelaten. Maar de sandinistische droom over democratie, gelijkheid en solidariteit blijft voor tienduizenden Nicaraguanen overeind.

Sandinisme anno 2009

Op het eerste gezicht is er niet zoveel reden om te feesten. Nicaragua is het op één na armste land van Latijns-Amerika, na Haïti. Volgens de officiële statistieken leeft 47 procent van de 5,7 miljoen inwoners in armoede, maar recente cijfers van ECOSOC, de VN-commissie voor Economische, Sociale en Culturele Rechten, hebben het over 77,8 procent van de mensen die overleven met minder dan 2 dollar per dag. Ruim 60 procent van de actieve bevolking werkt in de informele economie.

De sociale uitgaven werden verdrievoudigd

Teruggrijpend op de sandinistische droom van herverdeling en sociale rechtvaardigheid, heeft de regering-Ortega een reeks sociale programma’s opgezet om tegemoet te komen aan de ergste noden, toen ze in januari 2007 aan de macht kwam. Het minimumloon werd al drie keer opgetrokken en de werkgelegenheid in de publieke sector verdubbelde, tot 83.000 banen eind 2008.

De sociale uitgaven zijn verdrievoudigd. Meer mensen kregen toegang tot zuiver drinkwater, onderwijs en gezondheidszorg werden gratis en er wordt opnieuw werk gemaakt van sociale huisvesting. Het opmerkelijkste programma is Hambre Cero, ‘Nul Honger’. Dit wil 75.000 boerenfamilies een begin van een veestapel, zaden en landbouwgereedschappen geven, zodat ze een productief bedrijfje kunnen opzetten. Eind mei kreeg Nicaragua van de VN-Voedselorganisatie FAO een pluim voor dit programma, omdat het tegelijk de gezondheid, de rurale ontwikkeling en de voedselzekerheid bevordert.

Ook onderwijs is een prioriteit. Extra sociale maatregelen, zoals voedselbonnen, tegemoetkomingen voor vervoerskosten en rugzakjes met schoolgerei moeten arme gezinnen stimuleren om hun kinderen naar school te sturen. Op 19 juli, als de dertigste verjaardag van de sandinistische revolutie gevierd wordt, zal Nicaragua vrij van analfabetisme verklaard worden. Om de sociale programma’s bij de bevolking te brengen, zijn er burgercomités of CPC’s (Comités de Participación Ciudadana, ‘Comités voor Burgerparticipatie’) opgericht, die grotendeels samenvallen met de vroegere CDS, Comités de Defensa Sandinista.

De vrienden van vroeger en nu

Voor de financiering van zijn sociale beleid valt Nicaragua nagenoeg volledig terug op Venezuela. Afgezien van de kwijtschelding van een schuldenpakket van 31,8 miljoen dollar, wordt de financiële steun van Venezuela aan Nicaragua geschat op enkele honderden miljoenen dollar, volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika CEPAL. Die gaan naar energieprojecten, gezondheidszorg, infrastructuur en landbouwkrediet.

De regering-Chávez levert Nicaragua petroleum tegen gunsttarieven, met de clausule dat vijftig procent van de leveringen binnen de drie maanden betaald moet worden, de andere vijftig procent gaat naar een speciaal fonds voor sociale programma’s en moet pas over 25 jaar terugbetaald worden.

De relaties met Rusland hebben nog aan belang gewonnen sinds de Europese Unie en de VS eind vorig jaar hun ontwikkelingssteun aan Nicaragua blokkeerden.

Het ALBA (Alternativa Bolivariana), het sociaaleconomisch samenwerkingsverband tussen Venezuela, Cuba en enkele andere links georiënteerde landen in Latijns-Amerika, levert de levensnoodzakelijke zuurstof voor Ortega’s beleid. Daarnaast loopt onder de regering-Ortega het vrijhandelsverdrag met de VS –het CAFTA-DR, waar behalve Nicaragua ook de andere Midden-Amerikaanse landen deel van uitmaken– gewoon door, ondanks het anti-imperialistische discours van Ortega.

Een andere strategische partner is Rusland. In december vorig jaar werden er samenwerkingsakkoorden ondertekend voor energie, ruimtevaart, militaire apparatuur en landbouw.

De relaties met Rusland hebben nog aan belang gewonnen sinds de Europese Unie en de VS eind vorig jaar hun ontwikkelingssteun aan Nicaragua blokkeerden. Dat deden ze vanwege het vermoeden van fraude bij de gemeenteraaadsverkiezingen van november. De EU heeft 37 miljoen dollar, bestemd voor de begroting van 2008, opgeschort en ook de 94 miljoen die voor 2009 in de boeken stonden vooralsnog niet uitbetaald. De VS schrapten 64 miljoen dollar voor de Millenniumdoelstellingen, vooral voor sociale en landbouwprojecten.

De opschorting van de hulp komt extra zwaar aan op een moment dat de wereldwijde economische crisis ook Nicaragua niet ontziet. De groei vertraagde in de assemblage-industrie in de vrijhandelszones, die onder de drie voorgaande neoliberale regeringen een belangrijke sector van de economie is geworden.

De afgelopen twee jaar gingen er in die vrijhandelszones 25.000 arbeidsplaatsen verloren, aldus José Angel Bermúdez van het Frente Nacional de Trabajadores, de grootste vakbond van het land. Het eerste semester van 2009 daalde de export met 40 miljoen dollar, vergeleken met dezelfde periode in 2008. Men schat dat ook het bedrag dat gemigreerde Nicaraguanen naar huis sturen zal dalen met twintig tot dertig procent.

Ook de klimaatcrisis eist haar tol. In 2008 stegen de uitgaven met 8 procent in reële termen, waarvan een groot deel terug te voeren is op noodzakelijk herstellingswerk aan de infrastructuur die door de orkaan Félix en de stortregens in het noordoosten van het land was beschadigd.

De vernieuwers

De gemeenteraadsverkiezingen van november vorig jaar waren voor de regering-Ortega als een referendum voor zijn beleid. Het FSLN heeft die glorierijk gewonnen, met 105 van de 146 gemeenten voor het FSLN. De overige, op zes na, gaan naar de Liberale Grondwettelijke Partij (Partido Liberal Constitucionalista – PLC). Maar verschillende groepen uit de burgersamenleving en vooral de ngo Etica y Transparencia (E&T)verwijten de regering fraude in een derde van de kiesbureaus. De tienduizenden verkiezingswaarnemers die E&T wilde uitsturen, kregen geen accreditatie om in de stembureaus aanwezig te zijn. Aan twee partijen, de MRS (Movimiento de Renovación Sandinista, ‘Beweging voor Vernieuwing van het Sandinisme’) en de Conservatieve Partij, werd ook de toelating geweigerd om deel te nemen aan de verkiezingen, omdat ze vooraf niet alle formaliteiten in orde gebracht zouden hebben.

Hoewel het FSLN niets te vrezen heeft van het MRS, wordt deze partij, die vroegere gerenommeerde sandinisten onder haar leden heeft, zoals Sergio Ramírez, Ernesto Cardenal en Gioconda Belli zwaar belaagd onder het huidige bewind van Daniel Ortega. Behalve intimiderende acties tegen enkele ngo’s die zich kritisch durfden uit te laten over de president, is er het pijnlijke proces tegen priester-dichter Ernesto Cardenal, ex-minister van Cultuur tijdens de sandinistische regering (1979-1990). In september vorig jaar werd Cardenal veroordeeld tot een geldboete van 1025 dollar in een oud dispuut over grond met een Duitse zakenman. Cardenal weigert de boete te betalen, omdat die volgens hem onrechtvaardig en illegaal is en enkel politieke motieven heeft. Zijn computer werd gestolen en zijn e-mails werden gecontroleerd. Intussen is er een internationale oproep tot steun aan Cardenal rondgegaan, ondertekend door figuren als Eduardo Galeano, de Portugese Nobelprijswinnaar Literatuur José Saramago en andere beroemdheden.

Ortega’s metamorfose

De voorbije dertig jaar hebben een zware politieke tol geëist van het FSLN en zijn politieke leiders. Zowel de oorlog tegen de Contra’s (1981-’90), die gesteund werden door de VS met als doel de sandinisten ten val te brengen, als de interne ideologische discussies binnen het FSLN na de nederlaag van 1990, hebben de utopie zware slagen toegebracht.

Ortega zocht ook de steun van de katholieke kerk in de figuur van de uiterst rechtse kardinaal Obando y Bravo.

Om opnieuw aan de macht te komen, ging Daniel Ortega allianties aan die hem door velen uit de sandinistische achterban kwalijk werden genomen. Vooral het pact met de liberale voorman, ex-president en van zware corruptie beschuldigde Arnoldo Alemán was voor velen een stap te ver.

Om zeker te zijn van de triomf bij de verkiezingen van 2006 was dat pact echter niet voldoende, en Ortega zocht ook de steun van de katholieke kerk in de figuur van de uiterst rechtse kardinaal Obando y Bravo. Hij kreeg het samen met Alemán voor elkaar dat de grondwet werd aangepast, zodat een presidentskandidaat met 35 in plaats van 45 procent van de stemmen de verkiezingen kan winnen, als althans de volgende kandidaat minstens vijf procent op hem achterligt.

In ruil voor de steun van de bisschop gaf Ortega ook zijn goedkeuring aan een anti-abortuswet die ook als het leven van de moeder op het spel staat abortus verbiedt. ‘Er is een politiek pragmatisme dat soms verbijstering wekt’, zegt Manuel Muñiz, regionale vertegenwoordiger voor Oxfam Solidariteit in Midden-Amerika.

Waardigheid

Caudillismo in de oude stijl en vriendjespolitiek zijn aan de orde van de dag in de Nicaraguaanse politiek en hebben er taaie wortels, zowel bij rechts als bij links. Maar behalve die politici is er het volk. ‘Waarom zo focussen op Ortega’, zegt ook Maribel Ochoa, een sandinista in hart en nieren uit Esteli. ‘Het gaat vandaag over de “regering voor Eenheid en Nationale Verzoening”. Duizenden Nicaraguanen blijven zich inzetten voor die droom van een betere wereld.’

Johan Bastiaensen, hoofddocent van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) aan de Universiteit Antwerpen, volgt Nicaragua al enkele decennia. Volgens hem heeft de sandinistische revolutie de grondvesten van het oude systeem aangetast, ook al is het vandaag nog niet verdwenen. ‘In de tijd van Somoza was de verticale autoritaire structuur van de samenleving veel meer gecementeerd dan nu. Vandaag is het ideologische cement achter de structuren van uitbuiting veel meer geërodeerd. Een ander belangrijk verschil: als een arme boer toen tegen je sprak, keek die naar de grond. Nu kijkt hij je recht in de ogen. De Nicaraguanen zijn vandaag andere mensen dan twintig, dertig jaar geleden.’

De blokkering van de Europese ontwikkelingshulp aan Nicaragua smaakt bitter.

Een vergelijkbaar antwoord krijg ik van Lautaro Sandino, zaakgelastigde op de Nicaraguaanse ambassade. ‘Negentien juli betekent voor ons: durven te spreken. We hebben de angst afgelegd. Rechts, links, centrum, iedereen is begonnen te spreken. En tot op heden zijn we niet opgehouden te zeggen wat we denken. Uiteraard zijn er veel onopgeloste problemen en pijnlijke discussies, maar het FSLN heeft in Nicaragua het democratiseringsproces ingezet, en het eerste dat we daarbij moeten leren is tolerant te zijn voor elkaar.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De blokkering van de Europese ontwikkelingshulp aan Nicaragua smaakt bitter. ‘Wie gaf de EU de bevoegdheid om zich op te werpen als rechter over die verkiezingen? De Europeanen vergeten dat zij ook een lange weg hebben afgelegd en een geschiedenis van talloze oorlogen gekend hebben. De EU dringt zichzelf vaak op als een autoritaire vader. Ook nu in de onderhandelingen die lopen over een associatieakkoord tussen de EU en de Midden-Amerikaanse landen, waaronder ook Nicaragua.

Steeds worden er nieuwe eisen gesteld. Waarom? Omdat jullie geld hebben en wij arm zijn? Wij hebben ook onze trots. Laat ons de zaken doen op onze manier en geef ons de tijd die we nodig hebben. Er is een woord waar we heel veel belang aan hechten, en dat is soevereiniteit. Een gevoel van nationale waardigheid dat er voorheen niet was. Dat hebben we aan Sandino te danken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.