Niemand gelukkig met starttekst WHO-landbouwonderhandelingen

Noch de industrielanden noch de
ontwikkelingslanden zijn tevreden met het voorstel van Stuart Harbinson, de
voorzitter van het onderhandelingscomité over liberalisering van de handel
in landbouwproducten bij de Wereldhandelsorganisatie. Voor de Europese Unie
en andere industrielanden wordt de lat te hoog gelegd, voor de grote
landbouwexporterende naties in de Cairnsgroep ligt de lat niet hoog genoeg.


De meeste ontwikkelingslanden hebben nog niet gereageerd op de tekst, die
vanaf 1 april het uitgangspunt moet vormen voor onderhandelingen over het
verbeteren van de markttoegang door het afschaffen van tarieven en het
wegwerken van exportsteun en landbouwsubsidies. De landbouwonderhandelingen
zijn het kernstuk van de zogenaamde Doha-ronde over het vrijmaken van de
wereldhandel.

Céline Charveriat van Oxfam International noemt het voorstel een
lakmoesproef voor de geloofwaardigheid van de Wereldhandelsorganisatie
(WHO). Wanneer deze voorstellen aanvaard worden is de zogenaamde
‘ontwikkelingsronde’ op sterven na dood. Charveriat stoort zich ook aan het
feit dat Harbinson enkele uitzonderingen toestaat voor gevoelige
producten, wat betekent dat Europa zijn vlees-, zuivel- en graanproductie
gedeeltelijk kan blijven beschermen.

Ook de in Thailand gevestigde ngo Focus on the Global South staat sceptisch
tegen de tekst van de voorzitter. Deze onderhandelingsmodaliteiten zijn een
schijnvertoning. Ze zijn enkel bedoeld als groen licht voor transnationale
landbouwbedrijven om de landbouw in ontwikkelingslanden in hun greep te
krijgen. Volgens de ngo gaat de tekst niet in op plattelandsontwikkeling,
voedselveiligheid en de wens van ontwikkelingslanden om hun markten te mogen
afschermen tegen producten die door rijke landen aan dumpingprijzen worden
aangeboden. De ngo vreest dan ook dat het voorstel in zijn huidige vorm de
dumpingpraktijken nog zal doen toenemen.

De Cairnsgroep vindt dat de voorstellen van Harbinson niet ver genoeg gaan.
Het blok wil dat landbouwsubsidies en exportsteun zo goed als volledig
worden afgeschaft. Tot deze groep van grote landbouwexporteurs behoren
Argentinië, Australië, Bolivia, Brazilië, Chili, Canada, Colombia, Costa
Rica, Guatemala, Indonesië, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Paraguay, de
Filipijnen, Zuid-Afrika, Thailand en Uruguay. Argentinië ging vorig jaar
zelfs zover om de uitvoer van landbouwproducten te belasten in plaats van
te steunen, met de bedoeling buitenlandse schulden af te betalen.

De groep van industrielanden in de Organisatie voor Economische Samenwerking
en Ontwikkeling (OESO) spenderen samen een miljard euro per dag aan
exportsteun en landbouwsubsidies. Op die manier vervalsen ze eigenlijk de
concurrentieverhoudingen op de internationale markt.

EU-landbouwcommissaris Franz Fischler is er niet gelukkig mee dat in het
voorstel van Harbinson ook steunmechanismen uit de blue box sneuvelen.
Deze blue box bevat steunmaatregelen die volgens Europa niet of
minder concurrentievervalsend zijn dan de conventionele subsidies uit de
amber box. De Verenigde Staten vragen dan weer meer doortastende
maatregelen inzake tarieven en subsidies, de twee meest gebruikte
instrumenten waarmee de Europese Unie, Noorwegen, Zwitserland, Zuid-Korea en
Japan hun landbouwmarkt afschermen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift