Niemand wil de Rohingya

Slagbomen, wegversperringen met prikkeldraad, en gewapende agenten die me vriendelijk maar resoluut aanmanen rechtsomkeer te maken. Of je nu toerist of journalist bent, je komt niet in de buurt van de Rohingya-vluchtelingenkampen even buiten het centrum van Sittwe, hoofdstad van de Rakhine-staat in het noordwesten van Myanmar, bij de grens met Bangladesh dus.

  • De Rohingya leven al generaties lang in Rakhine, een deelstaat van Myanmar.

De Rohingya leven al generaties lang in Rakhine, maar worden nog steeds “Bengali” genoemd door het merendeel van de Myanmarezen, inclusief door de overheid. Buitenlanders, immigranten, moslims bovendien, hoogst ongewenst, illegaal zelfs, zonder burgerrechten. En hier in Sittwe momenteel dus bijeengedreven in apartheid-achtige kampen, verstoken van stromend water en elektriciteit, met stevige prikkeldraad errond. Hoeveel Rohingya er precies in de kampen verzameld zitten, is onduidelijk, evenals het aantal dat — gedwongen of vrijwillig — de voorbije maanden naar Bangladesh of elders is vertrokken.

Ook de ngo’s, talrijk aanwezig in Sittwe, hullen zich in stilzwijgen over de kwestie. “Het is ons niet toegestaan enige informatie te verstrekken.” Waarschijnlijk de door het regime opgelegde voorwaarde, in ruil voor hun toegestane aanwezigheid. Het valt alleszins op dat ook de man in de straat te Sittwe niet bijzonder enthousiast is over de aanwezigheid van de ngo’s. “Pro-moslim” is het verwijt dat hen te beurt valt. Het valt dus evenzeer op dat de doorsnee-boeddhist — in Sittwe, maar evengoed elders in Rakhine en ook in steden als Mandalay en Meiktila — het niet echt heeft voor zijn of haar moslim-landgenoot. Een conflict, gevoed door verschillende factoren.

Boeddhistisch nationalisme

Jarenlang werd door de overheid een soort nationalisme gepromoot, met het boeddhisme als superieur tegenover alle andere religies. Met de liberalisering, ingezet sinds 2011, en inclusief de vrijheid van meningsuiting, werden deze — deels geïndoctrineerde — superioriteitsgevoelens dan openlijk en onbeschaamd geuit. Het speelt ook mee dat moslims doorgaans succesvoller en beter georganiseerde zakenlui zijn, hetgeen tot nogal wat jaloezie en frustratie leidt. Dit en het feit dat ze zogenaamd “te veel land opkopen”, en “te veel kinderen hebben”, deed het paniekbeeld ontstaan van moslims die het land beetje bij beetje aan het overnemen zijn.

De speechen van de waanzinnig populaire U Wirathu hitsten de gemoederen verder op. Deze monnik — meer Filip De Winter dan Dalai Lama — heeft een 8-jaarlange gevangenisstraf achter de rug wegens haatzaaierij, maar is nu sinds 2012 weer op vrije voeten, en kan — wegens die recente vrijheid van meningsuiting — wederom zijn gang gaan. De man, opererend vanuit zijn klooster te Mandalay, prijkte al op de cover van Time Magazine met als onderschrift : “Het gezicht van de boeddhistische terreur”. Hetgeen op zijn beurt dan weer recent tot een mars van monniken leidde in Mandalay. Tégen de Time-journaliste in kwestie, én tegen de bomaanslag op 21 juli — ook te Mandalay — tijdens een druk bijgewoond U Wirathu-‘optreden’, waarbij 5 gewonden vielen.

Kenners beweren dat het discours van U Ashin Wirathu nochtans niet zo extremistisch is als wordt beweerd. Zijn beruchte uitspraak “Wij kunnen niet naast een dolle hond gaan slapen”, is volgens dezelfde kenners uit zijn context gerukt. Het is inderdaad kort door de bocht de duizenden aanbidders en talloze uitzinnige menigtes die hem overal te lande begroeten, in de hoek van “extremistische racisten” te duwen.

Vluchtelingen uit Bangladesh

Misschien is het conflict niet per se raciaal of religieus, maar gaat het eerder om een demografische druk vanuit het overbevolkte Bangladesh — nog steeds steken Bengalen elke dag illegaal de grens met Myanmar over. En is men gewoon oprecht bevreesd voor een destabilisatie van de (fragiele) Myanmar-samenleving. Zoals men in het verleden de Britten en Japanners bekampte, vechten de van nature rebelse Myanmarezen nu tegen een dreigende Rohingya-hegemonie? Men schat het aantal Rohingya op 800.000, en men zegt dat de Rohingya — in tegenstelling tot andere moslimgroepen in het land — een meer stringente culturele expressie uitdragen en religieus behoorlijk ‘assertief’ uit de hoek komen. Het zal om die reden de Rohingya-politieke partijen hoogstwaarschijnlijk gewoon verboden zijn om deel te nemen aan de komende verkiezingen van 2015. Kwestie van een scenario te vermijden à la Zuid-Thailand, waar de Melayu-moslims al jarenlang — ook op gewelddadige wijze — autonomie eisen.

U Wirathu beweegt zich alleszins behoedzaam net binnen de grenzen van de “freedom of speech”. In plaats van openlijk voor geweld te pleiten, hebben hij en zijn 696-beweging het eerder over een boycot van moslimwinkels en -producten, en al zeker over een verbod van een boeddhist(e) om met een moslim(a) te trouwen. Hervormer-president Thein Sein heeft de religieuze leiders alvast gewaarschuwd de tegenstellingen niet op de spits te drijven. Maar blaast in feite warm en koud. Was het tenslotte niet Thein Sein zelf die er een aantal jaren terug al bij de VN aandrong een “permanente oplossing” te vinden voor de Rohingya, zijnde ze dus gewoon uit het land te zetten. Reeds in de jaren ‘80 werden er al een paar honderdduizend over de grens gedreven door de junta, en ook nu met de recente opstoten van geweld nemen massa’s Rohingya de wijk naar Thailand, Maleisië, Indonesië etcetera. Waar ze niet zelden in bijzonder slechte omstandigheden terechtkomen. Niemand wil ze dus echt. En wat er zal gebeuren met de — ergens tussen de 140.000 en 200.000 — Rohingya in de IDP (Internally Displaced People)-kampen, is de vraag…

Razzia’s en dodelijke rellen

Uit vrees voor een toenadering tot buitenlandse — lees Al Qaeda-achtige groeperingen — neemt de politie elke week systematisch alle smartphones en laptops razzia-gewijs in beslag. En begin augustus waren er serieuze clashes tussen de met stokken gewapende IDP’s en de politie, waarbij deze het vuur opende, 2 doden en 15 gewonden. Aanleiding voor de onlusten was de voortdurende slechte behandeling door de politie-“bewakers”, plus het bizarre aanspoelen van het levenloze lichaam van een (Rohingya-)visser. Volgens een woordvoerder van de (regionale) overheid waren de protesten dan weer “goed getimed”, en grepen ze plaats net toen de VN-gezant voor de mensenrechten in Myanmar Tomas Ojea Quintana een bezoek bracht aan Sittwe. Het aantal van 200 doden die er intussen bij de etnisch/religieus geïnspireerde gevechten in de regio zijn gevallen, neemt hoe dan ook verder toe.

Wat zoveel maand terug de concrete aanleiding was, daarover doen verschillende versies de ronde. In Meiktila was het een ordinaire ruzie in een (moslim-)goudwinkel, waar een (boeddhistische) vrouw goud kwam verkopen en er naar verluidt werd opgelicht door de winkelier, waarop de winkel bestormd werd, waarop dan weer een monnik door een groepje moslims van zijn brommer werd gesleurd en levend werd verbrand op straat. Uiteindelijk werden tientallen moskeeën vernield, brandden duizenden huizen af en werd zelfs een islamitisch schooltje uitgemoord, middels machetes en zwaarden. Dit alles terwijl de politie toekeek. 44 doden, en pas recent liep de noodtoestand in Meiktila af, al is er nog steeds een avondklok en samenscholingsverbod van kracht, net als in Sittwe, Ngapali Beach en in Thandwe. Dit laatste is een kuststadje met 6 moskeeën en dus nogal wat Rohingya, en hier was het de vermeende verkrachting van een boeddhistische vrouw door een moslim — juni jongstleden — dat tot de gevechten leidde.

Een regelrechte “etnische zuivering”? De term duikt alleszins op in een Human Rights Watch-rapport, dit tot groot ongenoegen van Thein Sein, die zich liet ontvallen : “Dit is laster en een moddercampagne van outsiders.” De president zit ongetwijfeld in een behoorlijk lastig parket. De Rohingya-situatie is de buitenwereld niet ontgaan — zelfs Cameron en Hollande maakten er onlangs krachtdadige opmerkingen over — en bovendien is Thein Sein gebonden aan zijn eigen uitspraak, gedaan in Londen op 15 juli dit jaar, over een “nationale wapenstilstand” die hij “binnenkort” zou willen bereiken en waarbij “de geweren overal in Myanmar zullen zwijgen, en dit voor de eerste maal in 60 jaar!”. Een vreedzame “hervestiging” van de Rohingya lijkt echter schier onmogelijk. Het wantrouwen is groot, zeker met de recente vergeldingsbomaanslagen in Bodhgaya (boeddhistisch bedevaartsoord in India), Jakarta (nabij een boeddhistische tempel) en zoals gezegd op een U Wirathu-bijeenkomst in een klooster te Mandalay. De militaire aanwezigheid bij boeddhistische heiligdommen als de Shwedagon-pagode in Yangon is sindsdien opvallend. En de vraag is maar hoe lang de vreedzame coëxistentie in de bijzonder multiculturele (oude) hoofdstad, met haar 90 moskeeën en omvangrijke moslim-gemeenschap, nog zal duren. Slechts één goedgeplaatst gerucht — zoals in Meiktila, waar men het verhaal verspreidde dat moslims vergiftigd vlees zouden verkopen aan boeddhisten — kan een onomkeerbaar wantrouwen creëren. Het is — o ironie — boeddhisten niet echt toegestaan om een ‘on-vredelievend’ beroep als slager of visser uit te oefenen, vandaar dat dit over ‘t algemeen moslims zijn.

Net als met betrekking tot de ‘nationale wapenstilstand’ gaapt er ook een grote kloof tussen retoriek en werkelijkheid in verband met de aankondiging van Thein Sein dat alle politieke gevangenen tegen het eind van het jaar zullen worden vrijgelaten. Een uitspraak gedaan precies op dezelfde dag waarop Rohingya-leider/activist U Kyaw Hla Aung werd gearresteerd te Sittwe, wegens het “aanzetten tot protest” in de kampen.   De overheid — zowel de regionale als de nationale — is voorlopig alleszins niet van plan om, zo blijkt uit hun rapporten, het marginaliserende “Bengali”-discours te laten vallen. Positief is wel dat de beruchte, en van mensenrechtenschendingen beschuldigde, ‘Nasaka’-grenspolitie, onder lichte dwang van de Verenigde Staten, is ontmanteld. Hun taken aan de grens met Bangladesh werden overgenomen door de gewone politie. Maar inzake de komende moessonregens lijken de Rohingya in hun primitieve enclaves vooral aangewezen op de ngo’s.

India, China en Aung San Suu Kyi?

India en vooral China zitten sowieso niet te wachten op een verdere escalatie van geweld. Want — niet toevallig — vormt de Rakhine-staat een uiterst strategisch gebied. India wil er een haven neerpoten, kwestie van haar moeilijk bereikbare noordoostelijke provincies te bevoorraden. En China heeft er een basis en voert sinds kort — via een gigantische pijplijn die van Sittwe dwars door Myanmar naar Yunnan leidt — olie en gas in. En daarnaast zitten nogal wat mineralen in de grond.

En oppositieleidster Aung San Suu Kyi? Die houdt zich op de vlakte. Kwestie van de steun van de (radicale) boeddhisten niet kwijt te spelen met het oog op de presidentsverkiezingen van 2015? Of heeft ze gewoonweg niet de macht als eenvoudige parlementair, en houdt ze zich momenteel vooral bezig met de broodnodige en hoogstdringende hervormingen van onderwijs en gezondheidszorg, haar twee aangekondigde programma-pijlers.

Andere strijdtonelen

Rakhine is overigens slechts één van de meerdere strijdtonelen van Myanmar. Ook in grensgebieden als de Shan-staat en de Kachin-staat weerklinken — nog steeds — geweerschoten. Het is al veel gezegd : de kwestie van de etnische minderheden zal het falen of slagen van de democratiseringsbeweging bepalen. In een land waar 30% tot een of andere etnische minderheid behoort — ruwweg betreft het alle grensgebieden, het ‘hoefijzer’ dus dat centraal-Myanmar insluit — met bijhorende verzuchtingen tot autonomie, is een verdere federalisering onontkomelijk. Het dient gezegd : onder de leiding van regeringsonderhandelaar Aung Min werden op korte termijn talloze compromissen en staakt-het-vurens bereikt met diverse rebellengroepen als de Karen en de Palaung. Maar net als in Rakhine is de situatie in de uiterst noordelijke provincie Kachin bijzonder complex. Niet in het minst dankzij de elektriciteitsbehoevende Chinezen, die er een reeks stuwdammen willen bouwen, waarbij de grootste — de Myitsone-dam — een gebied ter grootte van New York onder water zou zetten. Op gewijde grond bovendien, daar waar 2 rivieren samenvloeien en de levensader Ayeyarwady vormen. Kassagerinkel voor de regering, en leuk voor China, want 90% van de opgewekte elektriciteit zou voor het Chinese Yunnan bestemd zijn, doch bijzonder sneu voor de tot evacuatie verplichte dorpelingen, en voor de Kachin-bevolking in ‘t algemeen. In provinciehoofdstad Myitkyina draaien de generatoren alom, ‘s avonds is er dan een paar uur normale elektriciteit, via het eigen netwerk dan van de Kachin-rebellen. Ofte het K.I.A., de onafhankelijkheidsbeweging die ganse gebieden controleert.

Onder druk van de felle protesten is de bouw van de Myitsone-dam voorlopig stilgelegd, maar wie weet voor hoe lang? Het Birmaans leger bewaakt de werf, en China voert — bij monde van China Power Investment, het Chinees staatsbedrijf voor energie — ernstig lobbywerk om de werkzaamheden te hervatten. Moeizame gesprekken tussen nationale regering en K.I.A. zijn aan de gang, maar wegens sporadische schendingen van staakt-het-vurens leven nog steeds 80.000 Kachin in vluchtelingenkampen.

Een opkikker voor het K.I.A. is ongetwijfeld de ‘toegeving’ van regeringsonderhandelaar Aung Min om een 20-tal K.I.A.-rebellen vrij te laten, én de toelating aan het K.I.O. — zijnde de politieke arm — om haar kantoor te heropenen in Myitkyina. Bijna terzelfdertijd verscheen begin augustus dan echter het bizarre bericht in de (kritische) Myanmar Times, aangaande de arrestatie van Kachin-landrechten- en politiek activiste Daw Bauk Ja. Deze dame werd ervan beschuldigd assistentie te hebben verleend aan haar zus, die verpleegster is en in die hoedanigheid verantwoordelijk zou zijn geweest voor het overlijden van een patiënt. Oftewel de bijzonder doorzichtige ‘criminalisering’ van politieke tegenstanders. Waardoor het er sterk op lijkt dat het aantal politieke gevangenen, in plaats van het zogezegde 100-tal dat na de recente vrijlatingsgolf nog vastzit, wel eens een veelvoud daarvan zou kunnen zijn. Vermits het officieel om ‘gewone’ criminele feiten gaat.

Wat opvalt: Myanmarezen zijn obsessieve ruitenwassers en vloervegers. In menige winkel en in menig restaurant of koffiehuis is er wel iemand bezig de glazen deur onder handen te nemen, terwijl iemand anders met bezem in de weer is. Doch ga naar het toilet en je treft veelal iets aan dat qua goorheid nog een niveau erger is dan India. En ook, wie al eens per trein een stad als Yangon of Mandalay heeft binnengereden — met zicht dus op de achterkant van de huizen — kan het beamen : huis- en ander vuil, inclusief hondenkadavers, worden gewoon ergens achter een muurtje gekieperd. Alwaar het zich vervaarlijk opstapelt. Zou het kunnen dat de recente, alom toegejuichte liberaliseringen en hervormingen van Thein Seins regime op gelijkaardige wijze de schijn moeten hooghouden? De facade oogt dan wel mooi, maar in bepaalde achterkamertjes tref je (nog steeds) een hoogst onwelriekende boel aan.

En de meerderheid van de bevolking, die ploetert intussen voort. En ondergaat boeddhistisch-lijdzaam de stroompannes, en in 3/4 van de gevallen een volstrekt gebrek aan elektriciteit, de verdere kolonisering door China, de schrijnende gezondheidszorg (goed voor ocharme 3% van de regeringsuitgaven), de afschaffing van gratis onderwijs, en de lamentabele toestand van de spoorwegen… Of is ook deze vermeende gelatenheid slechts schijn? Zoals een Birmaans gezegde luidt : “Myanmar is als een bevroren rivier. Ogenschijnlijk dood, maar onder de oppervlakte beweegt er van alles.” Misschien stelt men heden vooral alle hoop op 2015, met de eventuele, langverwachte verkiezing van Aung San Suu Kyi tot president. Het valt te voorspellen : indien tegen 2015 de grondwet dewelke kandidaten die ooit met een buitenlander zijn getrouwd, belet om president te worden, niet is gewijzigd, of indien er andermaal een truuk wordt uitgevonden om de NLD en Aung San Suu Kyi van de overwinning af te houden, zou er wel eens het een en ander aan de oppervlakte kunnen komen.

Dit is een gastbijdrage van Richard Francet die onlangs Myanmar bezocht.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift