Niet zomaar een sloppenwijk

Het was tegen elke logica in. De bewoners van El Monarca, een buurt die uit het niets ontstond aan de rand van de Uruguayaanse hoofdstad, waren niet van plan er een zoveelste sloppenwijk van te maken. Terwijl regeringen zich reppen om de Milleniumdoelstelling voor sloppenwijken te halen, organiseren ook de inwoners zelf zich om een fatsoenlijk dak boven het hoofd te krijgen.
“Veel mensen zeiden dat het de zoveelste sloppenbuurt zou worden”, zegt Washington ‘El Bocha’ Suárez. De 52-jarige schrijnwerker, vader van vier kinderen, is de duivel-doet-al in de buurt en het gezicht van het buurtcomité. “Ik ben hier zowat overal bij betrokken. Ik moet altijd beschikbaar zijn, maar de zaken lukken vrij aardig op die manier”, zegt hij optimistisch.
Suárez zag El Monarca, een van de 566 informele nederzettingen in Uruguay, in 1995 uit het niets ontstaan. Een kleine groep dakloze gezinnen sloopte toen de omheining van een braakliggend terrein, het behoorde toe aan een man die overleden was en waarvan de erfgenamen naar Spanje waren vertrokken.
“Er waren nog informele nederzettingen in de buurt maar geen enkele groeide zo als El Monarca”, zegt Suárez met trots. Vandaag telt de wijk 350 gezinnen. Ze richtten hun eigen buurtcomité op, dat nu een lijst van alle inwoners bijhoudt, een “sociale” bijdrage per gezin int en erover waakt dat geen enkel gezin meer dan één perceel bezet.

Sociale cohesie


Sociale cohesie en buurtidentiteit zijn meestal zwak in informele nederzettingen. Maar in El Monarca namen de inwoners het heft in eigen handen. Ze zetten de overheid onder druk en namen contact op met civiele organisaties om de belangrijkste diensten te verkrijgen. Ondanks veel tegenwerking hebben ze nu leidingwater, elektriciteit en telefoon. Zelfs de vuilnisdienst komt er al langs.
“Wanneer je in een gewone buurt woont, heb je toegang tot kwaliteitsdiensten, en daardoor is daar niet veel sociale organisatie nodig”, zegt Cynthia Pérez van de Latijns-Amerikaanse ngo Un Techo para mi País (Een Dak voor mijn Land). “Maar dat is niet het geval in informele nederzettingen: daar is een bepaalde mate van sociale cohesie onmisbaar.”

Kredietlijn


Een van de Milleniumdoelstellingen (MDG7) die de algemene vergadering van de VN in 2000 goedkeurde, was “een aanzienlijke verbetering in het leven van ten minste 100 miljoen bewoners van sloppenwijken” tegen 2020.
In 1999 bereikte Uruguay een akkoord met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank voor een herwaarderingsprogramma voor informele nederzettingen (PIAI). Sinds 2005, toen de linkse regering van president Tabaré Vázquez aan de macht kwam, werden 45 herwaarderingsprojecten voor sloppenwijken in gang gezet, goed voor 70 miljoen dollar. Iets meer dan de helft van de projecten is klaar, goed voor een bereik van 30.000 inwoners.
Vorig jaar keurde de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank een nieuwe kredietlijn van 300 miljoen dollar goed voor PIAI-projecten.
Naar schatting een kwart miljoen van de 3,3 miljoen Uruguayanen leeft in sloppenwijken. De grootste sloppenwijken bevinden zich aan de rand van de hoofdstad.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift