Niets is waardeloos, alles heeft zijn prijs

Oude rommel! Ik koop oude rommel, zo brult
zelfstandig afvalverzamelaar Mohammed Othman door de straten van Damascus.
Het is elf uur en op zijn gammele stootwagen - een laadbak uit triplexhout
op drie fietswielen - ligt de oogst van de morgen: een badkuip, een
wandklok uit groen plastic, kleerhangers, oude gordijnen en wat schoenen.
Geen schatten, geeft Mohammed toe, maar de dag is nog lang.


Om de hoek steekt een oud vrouwtje haar kop door het raam op de bovenste
verdieping. Een erfstuk!, verzekert ze terwijl ze een porseleinen lamp in
een mand aan touwtje naar beneden laat zakken. Mohammed werpt zijn
geoefende oog op de lamp, haalt zijn schouders op en biedt vijftig Syrische
pond (1 euro). Ben je gek, reageert de vrouw met gespeelde woede terwijl
ze met theatrale bewegingen de mand weer naar boven haalt, dit prachtige
antieke stuk is minstens tien keer zoveel geld waard. Mohammed probeert
het nog eens met 60 pond. Een vloek en het raam slaat dicht.

Mensen proberen je altijd goedkope Chinese import als antiek aan te
smeren, zegt Mohammed. Dezelfde lamp koop je voor 100 pond in de
supermarkt. Maar ze blijven proberen in de hoop een van ons ooit te kunnen
beduvelen. Als ik niet honderd procent zeker ben van de prijs koop ik het
niet of bied ik een belachelijk lage prijs.

Zo schuimt de 67-jarige vader van vijf kinderen op zijn vrije dagen de
straten van het Bab Sharki-district af. Op een goede dag verdient hij tot
500 Syrische pond (10 euro). Dat is de helft van zijn weekloon als
ambtenaar. Bab Sharki is een goed jachtterrein, aldus Mohammed, omdat er
heel wat nieuwe rijken in woningen trekken die toebehoorden tot de
gevestigde bourgeoisie. Ze zijn niet in staat rommel van kwaliteit te
onderscheiden en geven de voorkeur aan huisraad uit plastic of aluminium.
Geregeld worden hele antieke interieurs als afval op straat gezet.

Ze begrijpen niet dat je oud hout kan opknappen en dat de onderdelen van
huishoudapparaten nog als wisselstukken kunnen worden verkocht, aldus
Mohammed. Maar ook plastic en aluminium hebben hun waarde. In voldoende
hoeveelheid kan je ze kwijt bij handelaars die ze doorverkopen aan
recyclagebedrijven. Versnipperd plastic wordt als vulmateriaal gebruikt
door transport- en constructiebedrijven.

Naast de recyclage-industrie is er de chaotische Soek el-Jouma, de
vrijdagse vlooienmarkt waar honderden inwoners van Damascus uit de lagere
middenklasse hun inkopen komen doen. De markt strekt zich uit over een
kilometer op de weg naar de provincie Ghouta. In het noorden begint het
redelijk respectabel met verkopers van tweedehandse meubelen, huisdieren en
smokkelwaar. Het zuidelijke uiteinde bestaat uit bergen heterogeen afval,
waar de kopers vrijelijk in mogen rondneuzen. De soek el-Jouma is het
einddoel voor afvalrapers als Mohammed. Ze verkopen hun spullen aan de
handelaars, die het materiaal dan bij de rest van de rommel op een grote
hoop gooien.

Heel wat mensen komen hier op zoek naar wisselstukken, legt verkoper
Moustafa Hamdi uit. Je kan beter een stuk van mij kopen dan een nieuw
apparaat. Een nieuwe stofzuiger kost 200 euro in de winkel, maar wie over
het nodige knutseltalent beschikt kan zelf een toestel in elkaar steken met
afzonderlijke onderdelen die op de markt samen niet meer dan 20 euro
kosten. Voor een reeks niet bij elkaar passend bestek volstaat twee dollar,
en een levenslange voorraad reserveknopen kost minder dan een busrit.
Rommel bestaat niet, verzekert Hamdi, Alles heeft een prijs, en ik weet
welke.

Op de markt zijn niet zo gemakkelijk koopjes te doen als de mensen denken,
zucht Mazen Kadri, amateur-schattenjager en trouw bezoeker van de
vrijdagmarkt. De mensen die dingen weggooien zijn zich vaak niet bewust
van de waarde, maar de verkopers hier hebben een soort zesde zintuig voor
de intrinsieke waarde van elk stuk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift