'Nieuw protectionisme' overschaduwt landbouwonderhandelingen binnen WHO

De onderhandelingen over de liberalisering van de internationale handel in landbouwproducten worden volgende week verder gezet in Genève, maar het wantrouwen tussen de delegaties in de Wereldhandelsorganisatie (WHO) is groot. Dat is vooral een gevolg van de versterkte neiging tot protectionisme bij de Verenigde Staten en in de Europese Unie.




Het Comité voor Landbouwzaken van de WHO moet een heikel thema aansnijden: de vrije mededinging voor wat de export van landbouwproducten aangaat. De Europese Unie ondergraaft dat principe door haar exportsubsidies; boeren in de Verenigde Staten kunnen dan weer profiteren van gunstige exportkredieten en van de noodhulp die hun overheid op grote schaal levert. De WHO moet zich ook buigen over de rol van de staatsbedrijven die in sommige landen nog steeds de vermarkting van belangrijke opbrengstgewassen controleren, en over de heffingen en uitvoerbeperkingen waarmee een aantal regeringen de export van onverwerkte landbouwproducten probeert af te remmen.

Twee weken geleden stelden de Verenigde Staten een regeling voor waarbij alle landen hun exportsubsidies geleidelijk en tegen een gelijk tempo zouden afbouwen over een periode van vijf jaar. De Europese Unie verwerpt dat voorstel - volgens Europa moet er gelijktijdig ook over andere vormen van steun worden gepraat, en met name over de exportkredieten. De Cairnsgroep, een groep van landen die veel landbouwproducten uitvoeren maar hun boeren nauwelijks steunen, is voorstander van een onmiddellijke halvering van alle exportsteun, waarna de rest van de subsidies in drie jaar tijd zou moeten worden weggewerkt.

Voor de Cairnslanden is het wel vreemd onderhandelen: hun belangrijkste gesprekspartners hebben het wel voortdurend over het bevorderen van de vrijhandel, maar ze doen net het tegenovergestelde. De VS legden in maart bijvoorbeeld zware beperkingen op aan de invoer van staalproducten, en beslisten in mei de subsidies in de landbouwsector op te trekken tot 180 miljard dollar voor de komende 10 jaar. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling publiceerde vorige week ook verbluffende cijfers over het totale bedrag dat de rijke landen vorig jaar besteedden aan steun voor hun landbouwsector. De VS trokken daar 49 miljard dollar voor uit, de Europese Unie zelfs 93 miljard dollar. Alle rijke landen samen geven gemiddeld 850 miljoen dollar per dag uit om hun boeren genoeg te doen verdienen en concurrentieel te houden tegenover landbouwers uit andere landen.

Tijdens hun ministeriële conferentie van eind vorig jaar in Doha kwamen de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie overeen dat ze alle vormen van exportsubsidies zouden beginnen te verminderen, met het oog op een geleidelijke afschaffing ervan. De grote handelsblokken verwijderen zich steeds verder van dat doel, en dat doet het onderhandelingsklimaat in Genève geen goed.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift