Nieuw recept voor grondstoffendieet

Mijnbouw is een boomende business. Nooit stonden de prijzen van metalen en mineralen zo hoog –een weerspiegeling van de groeiende vraag en de schaarste van het aanbod. In de toekomst zal de druk op die grondstoffen niet vanzelf dalen. De wereldbevolking stijgt, net als de groep mensen die naar een grotere materiële welvaart streeft.

In de twintigste eeuw verviervoudigde de wereldbevolking, terwijl de economie verveertigvoudigde. Elk jaar vraagt de economie in de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) per capita de ontginning van twintig ton materiaal. De groeilanden zijn goed op weg om dat cijfer te evenaren. Tegelijk wordt per inwoner jaarlijks ongeveer drie ton afval gegenereerd, dat ergens opgeslagen of gerecycleerd moet worden. Sommige materialen hebben een zware ecologische impact. Denk maar aan petroleumontginning –met risico’s op rampen zoals in de Golf van Mexico– of de mijnbouw en zijn afvalreservoirs, die kunnen doorbreken zoals bij de ramp in Hongarije.

Recyclagetechnieken hebben het afgelopen decennium een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt en het concept “cradle to cradle” of “afval is voedsel” heeft breed ingang gevonden. Umicore is een bedrijf met wereldfaam op dat vlak. Veertig procent van zijn grondstoffen haalt het bedrijf uit “urban mining” –de gesorteerde afvalbergen op onze stortplaatsen. Maar het kan nog beter.

De boodschap aan het adres van de producenten voor de komende decennia is dematerialiseren: meer produceren met minder grondstoffen. Afvalbergen voorkomen is immers beter dan ze verwerken. Binnen dat nieuwe concept wordt vandaag geëxperimenteerd met duurzaam materialenbeheer. Bedoeling is nieuwe productiemethodes te ontwerpen die minder grondstoffen vergen. Daardoor kan de impact op het milieu verkleinen en het natuurlijk kapitaal dat rest duurzamer beheerd worden. Bedoeling is ook dat de gebruikte grondstoffen een langere levenscyclus krijgen. Dat is niet enkel een kwestie van recyclage. Het hergebruik van de grondstof moet al bij het ontwerpen van het product aanwezig zijn, zodat hetzelfde voorwerp nadien ook makkelijk kan herschapen worden tot een ander voorwerp. Op die manier verschuift men van een end of pipe-afvalbeleid naar een slim en duurzaam materialenbeleid.

Op een conferentie van de OESO-landen, die op initiatief van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Ovam waren samengebracht in Mechelen, vatte Peter Börkey, directeur van het departement Milieu bij de OESO, de kern van het concept als volgt samen: ‘Dit vraagt van regeringen en bedrijven een geïntegreerde aanpak van alle domeinen van de economie. Vandaag is het niet meer mogelijk om in aparte vakjes te denken over milieubeleid, los van industriële praktijken, het landbouwbeleid, energiegebruik, transport, handel en innovatiebeleid.’ In het panel gingen sommige kritische stemmen zo ver om ook vraagtekens te plaatsen bij het concept van “groene groei” dat de OESO promoot. Er werd ook op gewezen dat we wel duurzamer kunnen produceren, maar dat misschien ook totaal overbodige producten niet langer geproduceerd moeten worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift