Nieuwe EU-zadenwet: alle macht aan de multinationals

De Europese Unie werkt aan een nieuwe wetgeving over zaai- en pootgoed. Eerder dit jaar organiseerde ze een consultatieronde voor de betrokken partijen. Er vallen echter nogal wat kanttekeningen te maken bij de manier waarop die consultatie gebeurde. Ook is het de vraag of de wet die eruit moet voortkomen, wel een antwoord biedt op de problemen waar de landbouw en de voedselvoorziening op dit moment mee kampen. Speciaal VN-Rapporteur voor het recht op voedsel Olivier De Schutter lijkt daar alvast niet van overtuigd. 

 

  • CIMMYT Maïszaad in close up. Tweederde van de handel in zaden is in handen van tien bedrijven. Nieuwe EU-regels lijken deze concentratie nog in de hand te gaan werken. CIMMYT

Bijna alles wat wij vandaag eten komt voort uit intensieve landbouw. En alle landbouw heeft één punt gemeenschappelijk: alles begint bij de zaden. De zaden die men gebruikt in de industriële landbouw worden verhandeld op de wereldmarkt, net zoals pakweg barbiepoppen of laptops.

Tweederde van de wereldwijde zadenmarkt is in handen van tien bedrijven. Bijna de helft wordt beheerst door slechts drie multinationals, Agent Orange-uitvinder Monsanto met 23 procent eenzaam op kop. Over het algemeen betreft het petrochemische bedrijven die in zadenteelt de perfecte manier hebben gevonden om hun pesticiden en kunstmeststoffen - beide aardoliederivaten - aan de man te brengen.

Maar niet alle zaden mogen zomaar verhandeld worden. In veel EU-lidstaten is vandaag een systeem van kracht waarbij men catalogi van geregistreerde plantenrassen hanteert. In deze landen is registratie in een catalogus een voorwaarde om zaden op de markt te mogen brengen. Niet-geregistreerde plantenrassen mogen dus niet in de handel, maar worden momenteel veelal gedoogd als “gewassen van sentimentele maar geen commerciële waarde”.

De voedselveiligheid wordt in de praktijk verzekerd door twee soorten tests bij de registratie van soorten in die catalogi. Daarnaast bestaat er een certificatiesysteem voor de productie, vergezeld van inspecties. In veel lidstaten worden die tests en controles momenteel door officiële instanties georganiseerd. De registratietests stellen zadentelers ook in staat intellectuele eigendomsrechten te krijgen op door hen ontwikkelde rassen.

Nu wil het toeval dat de Europese Unie sinds 2007 een nieuwe wetgeving aan het ontwikkelen is die de spelregels voor het vermarkten van zaai- en pootgoed moet “verbeteren”. Het is niet helemaal duidelijk of daar nood aan is. Alles wijst erop dat met de nieuwe wet vooral de macht van de zaaigoedmultinationals beduidend zal toenemen.

Een wetgeving aangepast aan haar tijd

Even nagaan hoe zo’n nieuwe wet tot stand komt, levert al enkele merkwaardige vaststellingen op. In eerste instantie werd een analyse besteld van de huidige situatie. Daarvoor werd beroep gedaan op een externe consultant. Verder onderzoek naar die externe consultant brengt ons al snel bij de website van Arcadia International, een internationaal consultancy bureau dat zonder verpinken op zijn website schrijft (mét bijhorende onderstreping): “Our experts are serving the global food and agribusiness systems – from crop production, through processing and marketing. We work with all sectors, with a unique industry focus, by integrating segment expertise and understanding segment interaction to lead to competitiveness & market access improvements for our customers.” Die industriefocus is dus het perspectief waardoor de huidige herstructurering van de Europese zadenmarkt wordt bekeken.

De evaluatie door Arcadia en het FCEC (Food Chain Evaluation Consortium, een alliantie met andere, gelijkaardige consultatiebureaus) is gebaseerd op een evaluatieformulier dat is ingevuld door betrokken partijen uit de ganse Unie. Uit deze evaluatie blijkt echter dat de huidige legislatieve regeling naar behoren functioneert om de markt van gezonde en kwaliteitsvolle zaden te voorzien.

Het resultaat van het onderzoek is noodzakelijk vertekend door het perspectief van de meer geïndustrialiseerde EU-landen. Uit deze landen kwamen er meer reacties binnen, zij hebben meer economisch gewicht, langere ervaring met dit type van wetgeving en systeem, en ze hebben een kleinere geografische en culturele afstand tot de wetten. Het gevolg is dat duizenden boeren uit landen als Bulgarije zonder pardon zullen worden ingelijfd in een systeem dat nooit het hunne is geweest.

Het onderzoek van Arcadia en FCEC werd warm onthaald door de Europese Commissie en vertaald in een actieplan dat als handleiding moet dienen voor een ééngemaakte Europese zadenwet.

Dat actieplan dateert intussen van 2009 en draait hoofdzakelijk om het vrijmaken van de markt, met de bedoeling “kosten te drukken” en “voedselveiligheid te bevorderen”. Het heil wordt verwacht van een uniformisering van de wetgeving en de middelen, centralisering van de bureaucratie en van een samenwerking met de industrie. Kortom, een wetgeving die “beter beantwoordt aan de verwachtingen van haar tijd”.

Uniformiseren en privatiseren

De voorstellen die circuleren, zijn ingrijpend. Eerst en vooral zullen boeren en tuinders overal in de EU zich moeten richten naar één gecentraliseerde wetgeving. Die zal voor het merendeel van hen minder toegankelijk zijn, minder gemakkelijk aan te vechten want gedeeld door een veel grotere bevolking en verder van hun bed staan, letterlijk en figuurlijk. Zo zal een Griekse boerenbond voortaan gedwongen worden zich te verenigen met Portugezen, Ieren en Finnen om ook maar enigszins op het beleid te kunnen wegen.

Momenteel heeft iedere lidstaat andere manieren ontwikkeld om de binnenlandse zadenmarkt te reguleren. Dat wordt als een probleem gezien, hoewel het uitroeien van deze legislatieve diversiteit wel eens zeer nefaste gevolgen zou kunnen hebben voor de Europese biodiversiteit, zowel in het wild als op uw bord.

Europa wil de verschillende systemen van tests, controles en catalogi dus tot één systeem herleiden. Het actieplan stelt voor om deze tests eventueel uit te besteden aan de privésector, om de overheidsuitgaven te verminderen. Twee jaar later blijkt die “eventueel” echter steeds onafwendbaarder.

Zadenpolitie

Eens een ééngemaakte wetgeving in werking is, stelt het actieplan voor om een soort “zadenpolitie” op te richten. Voor deze inspecteurs voorziet men in een specifieke training, onder het motto “Better training for safer food”. Ziet u de Duitse inspecteur al Roemeense dorpen gaan controleren om te zien of hun eeuwenoude slarassen wel veilig zijn? Dezelfde soort redenering heeft er in het verleden al voor gezorgd dat bijvoorbeeld heel wat kleinschalige ambachtelijke kaasproducenten,van België over Portugal tot Polen hun deuren moesten sluiten wegens “niet conform de regels betreffende hygiëne”. Regels die enorme investeringen vereisen, die in de echte wereld alleen door grote kapitalistische spelers opgebracht kunnen worden.

De nieuwe wetgeving moet natuurlijk ook stroken met andere mooie Europese idealen, zoals bijvoorbeeld voedselveiligheid. Daartoe zal volgens het actieplan beroep gedaan worden op het European Food Safety Authority (EFSA). Dit officieel agentschap van de EU moet ons dankzij duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde tests behoeden voor de nefaste invloed van chemicaliën en ggo’s.

Alleen is het EFSA er tijdens zijn korte bestaan -sinds 2002- niet in geslaagd onberispelijk te blijven. Verschillende leden van de raad van bestuur hebben eveneens functies bij grote voedingsmultinationals of belangengroepen van de voedingsindustrie. Dit leidde al verschillende keren tot controverse en onbetrouwbare aanbevelingen, onder andere betreffende ggo’s.

Het plan voorziet ook in een uitbreiding van de bevoegdheden van het Community Plant Variety Office (CPVO), een ander Europees orgaan dat momenteel instaat voor het toekennen van intellectuele eigendomsrechten op plantensoorten. Dat CPVO zou voortaan alle catalogi moeten verenigen in één catalogus voor de ganse Unie. Alweer een onnodig centraliseren van machtsstructuren. Men kan zich ook afvragen of dit niet onvermijdelijk zal leiden tot een belangrijkere rol voor intellectuele eigendomsrechten op planten en levende wezens.

Export van EU-regels

Daarnaast vermeldt het actieplan ook de ambitie om de nieuwe Europese wet uit te voeren naar andere delen van de wereld. Bilaterale overeenkomsten en vrijhandelsverdragen kunnen een prima aanleiding zijn om deze neoliberale marktprincipes ook op te dringen aan landen waar kleinschalige landbouw nog steeds het dagelijks brood vertegenwoordigt van een meerderheid van de bevolking. Dit kan het leven van miljoenen arme boeren nog moeilijker, zoniet onmogelijk maken. Boerenorganisaties in landen als India en Turkije vrezen nu al het ergste als deze nieuwe wet erdoor komt.

De EU wordt naar voren geschoven als hoofdrolspeler op internationaal niveau, met de ambitie om het internationale zadenverkeer te vergemakkelijken. Alweer een principe dat boeren en dus voedselvoorziening afhankelijk wil maken van complexe legislatieve systemen en energie-intensieve transacties. Boerderijen als lokale haarden van duurzame zelfvoorziening verliezen hun maatschappelijke legitimiteit en worden gedwongen industriële productiemachines te worden, in functie van de wereldmarkt en haar dominante spelers.

Het laatste punt in het Actieplan stelt voor de toekomst een nauwere samenwerking voorop met de stakeholders, de betrokken partijen. Op zich een reden tot optimisme, ware het niet dat de praktijk uitwijst dat die stakeholders in hoofdzaak lobbyisten zijn voor de industrie. Een bedrijf als Monsanto spendeerde reeds in 2008 een slordige 7 miljoen euro aan lobbywerk, en de kantoren van de meeste van deze multinationals liggen netjes ingebed in de Brusselse Europese wijk. Het huidige kluwen aan nationale wetgevingen lijkt vooral voor grote multinationale bedrijven problematisch. Het is natuurlijk veel gemakkelijker en, inderdaad, kostenbesparend om op één centrale plek alle lobbywerk te kunnen concentreren.

Uw mening wordt gehoord. Maar waarover?

Tot eind mei 2011 konden alle betrokken partijen hun mening geven over de plannen in een Stakeholder Consultation. Het formulier dat daartoe gebruikt diende te worden was echter bijna symbolisch voorgesteld als een multiple-choice tussen vijf erg gelijkaardige scenario’s, allemaal opgebouwd rond de tests, catalogi, certificatie en controles. Op die manier kwamen fundamentele bedenkingen bij het hele proces automatisch in de marge terecht.

Een beetje alsof u perenhandelaar bent, en plots beslist de overheid dat u voortaan appelen zal verkopen. Gelukkig zeggen ze erbij dat u over inspraakmogelijkheden beschikt. De dag nadien geeft men u tien minuten de tijd om te beslissen welke appelsoort u zal kweken. Alleen is elk van de vijf mogelijkheden zuur en groen, en wilt u eigenlijk helemaal geen appelen kweken, maar peren. Daarbij komt nog dat u de appelbomen verplicht zult moeten aankopen van een buitenlands bedrijf en dat er eigenlijk niemand in uw dorp is die graag appelen eet, al zeker geen zure groene.

Een en ander wordt in het actieplan samengevat onder het heilige principe van een level playing field, een kapitalistische term die duidt op een mooi vlak voetbalveld, zodat iedereen legaal gezien dezelfde kansen krijgt. In de praktijk komt dat er natuurlijk op neer dat kleine mieren in de branche des te gemakkelijker zullen worden platgewalst door grote olifanten, en om Hannibal een handje te helpen worden de Alpen fijntjes genivelleerd. Zo krijgt Caesar wat Caesar toekomt.

Een goede keuze maken tussen de scenario’s was voor kleine zadentelers met andere woorden zeer moeilijk. Ofwel wordt het duurder, en krijgen grote spelers voordeel omdat ze financieel sterker staan. Ofwel wordt alles gecentraliseerd, en krijgen grote spelers voordeel omdat ze meer politieke invloed hebben, de juiste mannetjes op de juiste plaats. Ofwel worden tests en controles geprivatiseerd, en krijgen grote spelers dus voordeel omdat ze meer gewicht en middelen hebben, en de tests makkelijk naar hun hand kunnen zetten.

Voldongen feiten

Heel wat punten van het actieplan kwamen bovendien helemaal niet aan bod in de vijf scenario’s van deze consultatie. Die draaiden immers enkel om de procedures voor het registreren van rassen en het controleren van de productie. Een ééngemaakte wetgeving, die enkele goedgeplaatste mensen en geconcentreerde belangen een enorme invloed zal toekennen en in één klap de ganse EU en heel wat van haar handelspartners zal beslaan, lijkt bijna een voldongen feit.

En als ik als deelnemer aan de bevraging nu vind dat Bulgaren, Indiërs en Turken helemaal geen Europees industrieel model nodig hebben? Waar schreef ik dat op de evaluatie? Is het in dit stadium van het proces realistisch om de hele trein aan evaluaties en rapporten, die sinds 2007 op gang is getrokken, in zijn geheel in vraag te stellen?

De antwoorden op de Stakeholder Consultation zijn momenteel vrij consulteerbaar. Men kan er de antwoorden van multinationals als Monsanto, Limagrain of Syngenta vergelijken met die van de Britse regering, het ILVO, Kokopelli of Velt. Ik heb er alvast een vijftigtal -een vijfde ongeveer- doorsnuffeld.

De grote industriële spelers blijken wel licht te zien in de scenario’s, met name diegene die privatisering vooropstellen. Vaak komen ze met uitgebreide suggesties en voorstellen om de zaken nog meer naar hun hand te zetten, en beargumenteren ze die met hun economisch gewicht en rendabiliteit. Organisaties en individuen die geven om biodiversiteit verkiezen daarentegen vaak het vierde scenario, omdat dat het enige is dat eigen zaadteelt en oude boerenrassen niet helemaal naar de illegaliteit verwijst.

Opmerkelijk is dat de westerse EU-landen veel beter vertegenwoordigd zijn in de antwoorden, en er weinig tot geen antwoorden komen uit sommige Oost-Europese landen. Het feit dat sommige antwoorden bijna onbegrijpelijk zijn in het obligate Engels, zet onomstotelijk in de verf hoe ook taalkundige uniformisering vaak antidemocratisch werkt. Los van land of taal zijn er trouwens wel meer antwoorden die zodanig licht of kritisch uitvallen dat de vraag is of ze ook serieus genomen zullen worden.

Een aantal stakeholders laat zich gelukkig niet verleiden om mee te stappen in de categorisering en de gedachtengang zoals die door het vragenformulier wordt gesuggereerd. Dit wordt mooi verwoord in het antwoord van Velt: “Ooit zal de geschiedenis de Europese zaaigoedwetgeving als een grove fout bestempelen, omdat die veronderstelt dat zaden handelswaar zijn als een ander, enkel bedoeld om winst te maken.” 

Agro-ecologie 

Dit artikel gaat over een menselijke basisbehoefte: voedsel. Dat is ook waar het hele verhaal om draait: voedselvoorziening voor een wereld in crisis. We stellen vast dat die behoefte door deze wetgeving door een zeer eng kapitalistisch perspectief wordt benaderd. Heel anders wordt het plaatje wanneer we luisteren naar het discours van Speciaal VN-rapporteur voor het Recht op Voedsel, de Belg Olivier De Schutter.

De rapporten en lezingen van De Schutter vermelden steevast dat de echte oplossing om de wereld duurzaam te voeden te vinden zijn in kleinschalige, lokale, gemengde biologische landbouw. Die heeft niet alleen een hogere productiviteit per hectare, ze biedt ook een duurzaam antwoord op de toenemende werkloosheid. Zowel in het licht van de klimaatverandering, de bevolkingstoename, het verlies van biodiversiteit als de toenemende sociale ongelijkheid lijkt dit de enige echte oplossing.

Toch stelt men vast dat het de ggo-multinationals zijn die het luidst roepen dat hun productiemodel de grootste opbrengst per hectare levert. De enige manier om dit hard te maken is echter het buiten beschouwing laten van parameters als petroleumconsumptie, duurzaamheid, leefmilieu, samenlevingsmodel en voedingswaarde.

Het klimaat stelt ons voor de absolute noodzaak het wereldwijde energieverbruik drastisch te verminderen. Industriële landbouw is één van de grootste verslinders van fossiele brandstoffen, zowel voor pesticiden en kunstmest, transport, de ganse distributie-industrie, als het machinaal bewerken van het land.

Het gevolg van al die chemie is een enorme verarming van bodem en soortenrijkdom. Een veelheid aan soorten is de enige echte garantie om mislukte oogsten in te perken en lokale gemeenschappen te wapenen tegen een veranderend klimaat. Honderd miljard klonen van dezelfde plant reageren op exact dezelfde manier op droogte of overstroming. Een gezond veld met een natuurlijke genetische diversiteit past zich aan; sommige planten doen het slechter, andere doen het beter.

Het voedsel dat in onze geïndustrialiseerde maatschappij op de markt komt -ja ook de biogroenten in uw supermarkt- is echter bijna voor 100 procent geproduceerd met dezelfde industriële zaden. Die hybride zaden zorgen voor een uniform product, mooie ronde rode tomaten of rechte wortels bijvoorbeeld. Alleen kan men hybride zaden zelf niet voor zaadproductie gebruiken. Boeren worden zo consumenten van hun eigen zaden, die ze jaarlijks moeten aankopen bij gespecialiseerde bedrijven.

Concentratie van belangen

Ons petroleumintensieve industriële landbouwmodel is erg afhankelijk van grote economische tendensen. Speculatie op basisgrondstoffen als graan zorgt voor een enorme onzekerheid voor zeer grote delen van de wereldbevolking, zowel voor boeren als voor consumenten. Is het logisch dat de OPEC invloed heeft op de prijs van brood of pasta? Aangezien de vraag naar aardolie blijft stijgen en het aanbod blijft dalen, gaat de prijs van alles wat met de oliemarkt samenhangt, onvermijdelijk de hoogte in. En de macht valt meer en meer in dezelfde stoelen.

Door die steeds grotere concentratie van belangen wordt kleinschalige landbouw steeds minder haalbaar. Overal ter wereld hebben zovele kleine boeren de laatste jaren hun land verloren aan grote landeigenaars, met desastreuze sociale gevolgen als plattelandsvlucht of zelfmoordgolven. In India hebben in de laatste 15 jaar 250.000 boeren uit wanhoop een einde aan hun leven gemaakt, vaak door het drinken van dezelfde chemicaliën die hun gewassen onoverwinnelijk hadden moeten maken.

Een boer zonder land is veroordeeld tot onderwerping, niet alleen voor zijn basisbehoeften, maar ook voor de zin in zijn leven. Zelfs in België sluiten nog iedere week 40 boerderijen de boeken en wordt de landbouw met andere woorden steeds grootschaliger.

De haalbaarheid van het agro-ecologische model hangt volgens het rapport van De Schutter voor een groot stuk af van de politieke wil om ze te promoten. De VN-Rapporteur doet hierin dan ook een aantal zeer concrete voorstellen voor manieren waarop overheden hun voedselvoorziening kunnen helpen evolueren in de goede richting.

Concentratie van macht 

Voor een materie als deze is er helemaal geen goede reden om de macht en de procedures meer te centraliseren. De enigen die echt baat hebben bij een ééngemaakte Europese zadenwet zijn grote multinationale spelers. Wanneer we het verhaal van deze wetsontwikkeling van dichterbij bekijken, blijkt dan ook dat hun invloed op het beleid alomtegenwoordig is.

Alle bronnen en gegevens over deze wet zijn open en bloot op het internet te vinden, het volstaat ze te lezen en te interpreteren. Gelukkig voor de industrie hebben we het met zijn allen veel te druk om daar de tijd voor te nemen. Zeker in geïndustrialiseerde maatschappijen als de onze waar “peaches come from a can, they were put there by man, in a factory downtown”,  (songtekst “Peaches” - The Presidents of the USA) .  Is het dan vreemd dat macht op haast natuurlijke wijze lijkt te evolueren naar steeds verder geconcentreerde en gecentraliseerde structuren? Wie nog vragen had bij het toenemen van de kloof tussen arm en rijk, vindt in deze case study alvast een mooi voorbeeld.

Landbouw en zadenteelt zijn eeuwenoude praktijken die altijd heel dicht bij de gewone mens hebben gestaan. Al sinds het ontstaan van de landbouw is zadenteelt even lokaal als de geteelde gewassen. De afstand tussen mens, zaad en veld, die tijdens de vorige eeuw enorm is toegenomen, is misschien wel dé oorzaak van alle crisissen waar geen enkele regering vandaag de dag nog raad mee weet.

Meer info op www.seed-sovereignty.org

BioForum Vlaanderen buigt zich samen met Faro, steunpunt voor Vlaams cultureel erfgoed en de Werkgroep Eigen Zaadteelt over deze problematiek op het congres ‘Investeren in zaad voor een duurzame landbouw’ op 13 december

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift