Nieuwe generatie vrouwelijke premiers scoort op thema ontwikkeling

De deelstaatverkiezingen van vorige week zijn een triomf gebleken voor de vrouwelijke kandidaten. Vijf Indiase deelstaten hebben nu een vrouwelijke premier. De nieuwe lichting vrouwelijke premiers heeft één ding gemeen: allen maakten ze van ontwikkeling hun belangrijkste verkiezingsthema.


Maandag werd Vasundhara Raje Scindia ingezworen als de premier van de deelstaat Rajasthan. En in de deelstaat Madhya Pradesh legde Uma Bharti de eed af. Bij de deelstaatverkiezingen werd ook Sheila Dikshit, één van de meest populaire vrouwelijke politici in India, herkozen als premier van de deelstaat Delhi. Samen met de twee andere vrouwelijke premiers - Jayarman Jayalalithaa in Tamil Nadu en Rabri Devi in de oostelijke deelstaat Bihar – worden nu 300 miljoen Indiërs in vijf Indiase deelstaten geregeerd door een vrouw.

De overwinning van de drie vrouwelijke kandidaten heeft aangetoond wat onderzoekers en vrouwenorganisaties al lang beweren. Namelijk dat vrouwelijke kandidaten ook zonder een gewaarborgde vertegenwoordiging belangrijke politieke posities kunnen veroveren. De politieke partijen in India staan al tien jaar onder druk om een derde van de zetels in het nationale parlement en de deelstaatassemblees voor vrouwen te reserveren. Maar de grondwetswijziging die daarvoor nodig is, vindt geen meerderheid.

Maar ook zonder vast aantal zetels in de parlement krijgen vrouwelijke kandidaten een groot deel van het electoraat zo ver om voor hen te stemmen. De uitslagen in de straatarme deelstaten Madhya Pradesh en Rajasthan bewijzen bovendien dat de vrouwen de overwinning niet cadeau kregen – van emancipatorisch bewustzijn bij het vrouwelijke deel van de kiezers is daar nauwelijks sprake.

De deelstaatverkiezingen leverden wel een klinkende nederlaag op voor India’s bekendste politica: Sonia Gandhi, de voorzitster van Congres, de grootste oppositiepartij. Gandhi wil het in de nationale verkiezingen van volgend jaar opnemen tegen de huidige Indiase premier Atal Bihari Vajpayee. Maar haar kandidatuur staat ter discussie door het zware verlies van Congres, dat drie deelstaten moest prijsgeven aan de BJP. Binnen Congres gaan er nu stemmen op om een andere kandidaat naar voor te schuiven. De grootste kritiek op Gandhi luidt dat ze te veel rekent op de weerklank van haar naam.

Het belang van een beroemde (groot)vader is natuurlijk niet te onderschatten voor vrouwelijke politici. Indira Gandhi, de dochter van Jawaharlal Nehru, regeerde India van 1966 tot 1977 en van 1980 tot ze vermoord werd door haar lijfwachten in 1984. De buurlanden van India hebben een gelijkaardige traditie: zowel Khaleda Zia van Bangladesh als Chandrika Kumaratunge van Sri Lanka hebben hun positie voor een groot deel te danken aan het feit dat ze een erfgenaam zijn van machtige leiders die hun land ooit bestuurden. De politieke arena in Bangladesh werd jarenlang gedomineerd door de ‘Oorlog van de Begums’ – de rivaliteit tussen Zia en Sheikh Hasina Wajed, de dochter en politieke erfgenaam van Sheikh Mujibur Rehman, die het land in 1971 stichtte. Hetzelfde kan gezegd worden van de Indonesische president Megawati Sukarnoputri en oppositieleiders als de Pakistaanse ballinge Benazir Bhutto en de Birmese dissidente Aung San Suu Kyi. Ze dragen alledrie de politieke erfenis van hun vader.

Het succes van de vrouwen in de deelstaatverkiezingen in India ligt elders, en mogelijk in het feit dat ze het thema ontwikkeling uitspeelden. Uma Bharti, afkomstig uit een arme boerenfamilie, maakte van de bouw van wegen, scholen en infrastructuur, haar thema. Haar overwinning is opmerkelijk: met haar bescheiden profiel past ze nauwelijks in het hindoenationalistische, mannelijke en rechtse BJP-profiel. In plaats van de nationalistische of religieuze registers open te trekken, had ze het vooral over ontwikkeling.

Ook Dikshit, de kandidaat van Congres in de deelstaat Delhi, speelde ontwikkeling uit als belangrijkste verkiezingsthema. Ze won omdat ze er tijdens haar ambtstermijn was in geslaagd om de stroomverdeling, de watervoorziening en andere openbare diensten zichtbaar te verbeteren.

Het geheim van het succes van de nieuwe lichting vrouwelijke premiers kan liggen in het feit dat vrouwen minder dan mannen worden aangesproken door nationalistische en ideologische thema’s. Jayanti Natarajan, één van de leiders van Congres verdedigt die hypothese. “Ontwikkeling is geen exclusief vrouwelijk thema, maar vrouwen voelen sterker de impact van alledaagse thema’s als watervoorziening.”

Madhu Kishwar, vrouwenrechtenactiviste en uitgeefster van het bekende blad ‘Manushi’ (vrouwelijk), waarschuwt voor al te veel emancipatorisch optimisme. Een vrouw aan het hoofd van de regering betekent niet noodzakelijk dat vrouwen meer rechten krijgen. “Indira Gandhi heeft de vrouwen rondom haar geen enkele kans gegeven van zodra ze aan de top stond,” zegt Kishwar. Voor Gandhi was democratie noch ontwikkeling een prioriteit, in tegenstelling tot voor haar vader Jawaharlal Nehru. Kishwar ziet net als vele Indiërs in de autoritaire Srilankaanse presidente Chandrika Kumaratunga een 21ste-eeuwse versie van Gandhi. “Het valt af te wachten of de nieuwe generatie van vrouwelijke leiders die nu opkomt in India veel presteert op het vlak van ontwikkeling en vrouwenrechten, dan wel of ze zich gaan gedragen als een koningin onder de bijen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift