Nog nooit zoveel monniken in Birmese gevangenissen

In Birma zit een recordaantal monniken achter de tralies. Ze mogen er hun gewaden niet dragen en dagelijkse rituelen niet uitvoeren. Dat zet heel wat kwaad bloed zo kort voor de eerste verjaardag van het gewelddadige einde van de betogingen tegen de dictatuur in Birma.
De meeste van de 136 geestelijken achter de tralies zitten in de berichte Insein-gevangenis in de voormalige hoofdstad Rangoon. Ze horen bij de 1004 politieke gevangenen die werden gearresteerd in de nasleep van de protesten van september 2007. Volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International is het aantal politieke gevangenen daarmee in een jaar tijd verdubbeld.
De aanleiding voor de betogingen van vorig jaar was een plotse stijging van de brandstofprijzen. Tienduizenden mensen kwamen op de straat op onder leiding van de monniken die de ‘metta sutta’ zongen, een gebed voor liefde en vriendelijkheid. Die woorden waren aan de militaire machthebbers in Birma niet besteed: op 26 september sloegen soldaten de betogers hardhandig uit elkaar.

Geheime processen


De gevangen monniken worden nu berecht in geheime processen in de Insein-gevangenis. Eén van de 46 geestelijken die al voor de rechter verscheen is U. Indika, de abt van het Maggin-klooster in Rangoon, een bolwerk van de protestbeweging.
The Irrawaddy, een magazine van Birmese journalisten in ballingschap in Thailand, schreef dat U. Indika en nog een andere monnik op 19 september voor de rechter zijn verschenen. Ze worden ervan beschuldigd “religieuze gevoelens opzettelijk te hebben gekwetst” en “religieuze overtuigingen te hebben beledigd”, strafbare feiten volgens artikel 295 van de strafwet. Volgens de rechter hebben ze ook artikel 505 overtreden met “verklaringen die publieke onrust in de hand werken.”
De gevangen monniken hebben hun traditionele gewaad moeten inruilen voor een klassiek gevangenisplunje. “Dat is een grove schending van de rechten van monniken in gevangschap”, zegt Aung Htoo, secretaris-generaal van de Birmese Raad van Advocaten. “Monniken mogen normaal hun gewaad blijven dragen en hun rituelen uitvoeren. Maar dat geldt nu niet. Ze worden ook niet correct gevoed.”
Volgens Htoo is dat strijdig met het Birmese gevangeniswezen en het Birmese rechtssysteem. “We moeten het regime onder druk zetten zodat tenminste de nationale wetten worden gerespecteerd, zelfs al wordt het internationaal humanitair recht genegeerd.”
Aung Kyaw Oo van de Hulpvereniging voor Birmese Politieke Gevangenen heeft ook weet van foltering. “Sommige monniken zijn geslagen met stokken, kregen vuistslagen en werden geschopt omdat ze hadden geprotesteerd. Sommigen hebben zelfs voetboeien aan.”

Gespannen rust


In het boeddhistische Birma zet de mishandeling van de monniken veel kwaad bloed. De junta kijkt dan ook met ongerustheid uit naar de eerste verjaardag van de bloedige repressie. De 400.000 boeddhistische geestelijken in het land vormen de enige geloofwaardige tegenmacht voor het leger, dat ongeveer evenveel soldaten telt.
“De veiligheidstroepen rond pagodes en kloosters in Rangoon en Mandalay zijn versterkt”, weet Win Min, een Birmese veiligheidsexpert die lesgeeft aan een universiteit in het noorden van Thailand. “De situatie is erg gespannen, want de junta vreest dat er onder leiding van de monniken opnieuw iets kan gebeuren.”

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift