Normalisering VS/Iran paardenmiddel tegen internationale crisis

Als de VS normale handelsbetrekkingen aangaan met Iran en dat land zijn economie liberaliseert, kan aardolie 10 procent goedkoper worden. Beide landen zouden miljarden verdienen aan de toenemende handel. Dat staat in een rapport van de Amerikaanse Raad voor Buitenlandse Handel (NFTC) dat bestemd is voor de toekomstige regering-Obama.
Barack Obama, die in januari zijn intrek in het Witte Huis neemt, toonde zich bereid om de relaties met Iran uit het slop te halen. Tijdens de verkiezingscampagne hekelden zijn tegenstanders dat hij voorstander is van verzoening, op een ogenblik dat Washington de druk op Teheran wil opvoeren. De VS verdenken Iran ervan kernwapens te willen bouwen en het internationale terrorisme te steunen.
NFTC-voorzitter Bill Reinsch wil de nieuwe regering ervan overtuigen dat “eenzijdige sancties die het gedrag van problematische regimes moeten veranderen, dikwijls hun doel voorbijschieten”. Wel hebben sancties aanzienlijke economische gevolgen, aldus Reinsch.
Als de VS hun unilaterale sancties opschorten en Iran op zijn beurt het verbod op buitenlandse investeringen in de oliesector opheft, kan Iran zijn olieproductie met ongeveer de helft opdrijven, schat de NFTC. Daardoor zou de olieprijs wereldwijd met ongeveer tien procent zakken. Zo kunnen de VS jaarlijks 38 tot 76 miljard dollar besparen op de invoer van olie.
De Raad rekent voor dat de Iraanse buitenlandse handel door economische liberalisering met 61 miljard dollar kan toenemen. Dat zou het bruto binnenlands product van het land met bijna een derde doen aanzwellen. De VS zouden daar sterk van profiteren. De Amerikaanse handel met Iran zou met ongeveer 46 miljard dollar toenemen. Dat is 0,4 procent van het Amerikaanse bbp. In dat bedrag is de oliesector nog niet meegerekend.

Kernwapens


De regering-Bush, die recent de VN zover kreeg dat ze Iran dwongen om te stoppen met het verijken van uranium, legde vorige maand nieuwe en ingrijpende sancties op aan Iran. Die zijn ontworpen om belangrijke militaire en financiële instellingen in Iran af te snijden van het Amerikaanse financiële systeem.
Volgens Israël en de Verenigde Staten verrijkt Iran uranium om kernwapens te maken. Daarnaast heeft Washington Iran op de lijst gezet van staten die het terrorisme steunen, in hoofdzaak militante groeperingen in Irak, Afghanistan, Libanon en de Gazastrook.
De Amerikaanse wetgever heeft binnenlandse en buitenlandse bedrijven verboden om meer dan 20 miljoen dollar te investeren in Iran. Bondgenoten van de VS hebben hun bedrijven in Iran echter niet aan banden gelegd. Washington heeft nog geen vervolging ingesteld tegen niet-Amerikaanse bedrijven die de boycot breken, maar overweegt dit wel. 

Zinloze sancties


De NFTC verzet zich reeds lang tegen dergelijke eenzijdige sancties. De Raad bestempelt de huidige en geplande maatregelen tegen Iran als zinloos. “Economisch gesproken verliezen beide kampen erbij, terwijl het effect onzeker is”, schrijven de auteurs van het rapport, Dean DeRosa en Gary Hufbauer.
 
Hufbauer bestudeert al decennialang het gebruik van economische sancties. Eerder dit jaar kwam hij met collega’s van de denktank Peterson Institute for International Economics aanzetten met een studie van 200 gevallen  in de voorbije honderd jaar. Daaruit bleek dat economische sancties slechts in een derde van de gevallen hadden bijgedragen tot het bereiken van buitenlands beleidsdoelen. Dat waren dan meestal nog slechts gedeeltelijke successen. De voorbije jaren deden multilaterale sancties het ook beter dan Amerikaanse sancties.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift