Nucleair ramptoerisme in Bulgarije

Radioactieve picknicksites, nucleair vervuilde speelplaatsen, besmette rivieren. De ontginning en verwerking van uranium laten sporen na in Bulgarije. Toch plant Sofia nog een nieuwe kernreactor.

  • Nick Meynen Donkere wolken boven Sofia Nick Meynen
  • Nick Meynen Bewaker van de fabriek waar uranium wordt omgezet in yellowcake Nick Meynen
  • Nick Meynen Op weg naar Buhovo neemt de radioactiviteit toe Nick Meynen
  • Nick Meynen Todor Dimitrov, ex-burgemeester van Buhovo (rechts), toont de weg naar de oude mijn Nick Meynen
  • Nick Meynen Todor Dimitrov toont waar er gemeten moet woden Nick Meynen

Golvende gouden graanvelden contrasteren met de kilometerslange staalfabriek voor we Buhovo binnenrijden, een stad net buiten Sofia. Todor Dimitrov ontvangt een internationaal gezelschap van academici en activisten voor een dagje “nucleair ramptoerisme”. De ex-burgemeester van Buhovo wil ons niet lang in de waan houden van een idyllische uitstap in de ongerepte natuur. Dimitrov toont de weg naar de uraniummijn die twintig jaar geleden de deuren sloot, zijn Russische geigerteller in de hand.

Mijn aandacht glijdt af naar een ruïne waaruit elk recycleerbaar item is weggehaald, de oude opslagplaats van gereedschappen uit de mijn. ‘Vooral de Roma-zigeuners proberen in de informele economie rond recyclage van metalen een centje te verdienen’, zegt activist Todor Slavov van de Bulgaarse milieuorganisatie Za Zemiata. ‘Ze komen soms van honderd kilometer ver om de toegang tot de gesloten gebouwen en ook tot de mijn zelf te forceren.’

Het gebied rond de oude mijn krijgt ook welgestelde bezoekers, aan de recent aangelegde picknickplaats te zien. Op twee meter van de picknicktafels doet een steenhoop de geigerteller compleet uit zijn dak gaan. Steentjes die in een kinderhand passen, zijn duizend keer zo radioactief als normaal. Experts uit Frankrijk en Namibië kunnen het amper geloven en houden elk om beurt hun eigen toestel bij de stenen. Hun meters gaan in geen tijd naar 9,99 ms/h, de hoogst mogelijk meetwaarde. Hier eten mensen uit Sofia die op zondag gaan mountainbiken hun boterhammetjes en slaan kampeerders hun tentje op. Even verder staan koeien te kauwen op het gras dat tussen die stenen groeit. Erger is dat de stenen zelf ook gerecycleerd worden.

‘Aan de speelplaats van de lokale school hier heb ik radioactieve waardes gemeten die twintig keer te hoog zijn’, zegt de Franse ingenieur Bruno Chareyron. Hij werkt voor Criirad, een non-profit laboratorium dat onafhankelijk onderzoek doet naar radioactiviteit. ‘Ook in Frankrijk hebben we problemen met de erfenis van onze tweehonderd gesloten uraniummijnen. Stenen uit de mijnen zijn gebruikt voor de aanleg van parkings of voor de oprit van een restaurant. Dat is nog geen ramp, maar als mensen dan ook nog huizen op die vervuilde plaatsen bouwen, dan accumuleert de opname van radioactieve gassen tot een dosis boven de aanvaardbare jaarlijkse limiet.’

Het Franse bedrijf Areva werd na een lange campagne verplicht om tien sites op te ruimen, maar in Bulgarije moet men de schade nog in kaart brengen. Activisten van de milieuorganisatie Za Zemiata bezochten al twintig van de veertig oude uraniumsites, maar de schaal van de radioactieve vervuiling kennen ze nog niet. Wel staat vast dat er nog 12.000 ton uranium in gesloten mijnen ligt en dat Rusland die wil ontginnen.

Sluiten die handel

Over de opwekking van nucleaire energie wist Europa blijkbaar genoeg om aan Bulgarije een cruciale toetredingsvoorwaarde te stellen: sluiten die handel. In 2004 en 2006 werden vier reactors van een oud type stilgelegd. De eerste twee stonden in de top tien van de meest gevaarlijke reactoren in de wereld. Bijdrage van de EU in de kosten: 550 miljoen euro. Plus een lening van 212 miljoen euro om de twee reactoren die wél nog actief zijn op te knappen. Die draaien vandaag nog en Sofia plant zelfs de bouw van een nieuwe reactor. De vraag hoe Bulgarije met nucleair afval omspringt, is dus actueel.

‘In het begin had Bulgarije geen idee wat het met het zwaar radioactieve afval zou doen’, zegt Georgi Gyochev, de baas van het agentschap dat radioactief afval in Bulgarije beheert. ‘Het duurde tot 1999 voor we een eerste nationale strategie voor het beheer van nucleair afval hadden, maar we zijn onze achterstand aan het inhalen. Sinds 2011 passen we de indicatoren rond duurzame ontwikkeling van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie toe. Tegen 2015 zullen we een permanente opslagplaats hebben voor afval.’

Nucleair klokkenluider

Kernfysicus Georgi Kotev, voormalig werknemer van de kerncentrale Kozloduy, werd bekend als de klokkenluider van de Bulgaarse nucleaire industrie. Kotev: ‘Ik berekende de tijd tussen twee “tankbeurten” van de reactor. Toen die abnormaal afweek, werd mij gezegd om de software aan te passen opdat alles normaal zou lijken. In het veiligheidsrapport bleek dat we van brandstof veranderd waren, zonder dat de normale procedure van aanpassing gevolgd was.’

‘We betalen Rusland nog steeds voor verse brandstof, maar we gebruiken de goedkopere, riskantere en meer radioactieve gerecycleerde brandstof. Waarschijnlijk brandstof die jullie in het Westen al eens gebruikt hebben en naar Rusland exporteerden. Na mijn klacht bij het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie werd een “onafhankelijk” onderzoek ingesteld, onder toezicht van een Bulgaar die de te controleren brandstof “voorselecteerde”.’

Pas nadat Kotev Bulgarije ontvlucht, zijn verhaal op YouTube zet en de Bulgaarse media er op springen, komt de overheid in actie. In een officiële brief krijgt hij de schuld van alle dure onderzoeken die de Bulgaarse staat al zeker een miljoen euro gekost hebben. Kotev lacht en rekent me voor dat de winst van de illegale handel zeker veertig miljoen euro per jaar is. ‘Eigenlijk meer, als je er van uit gaat dat Bulgarije niet moet betalen voor een Russisch experiment op ons grondgebied. Als je dan de 135 miljoen euro per jaar die we nu betalen optelt over de periode van de zeven jaar dat dit al bezig is, dan hebben we al bijna een miljard teveel betaald.’

Aan de speelplaats van de lokale school heb ik radioactieve waardes gemeten die twintig keer te hoog zijn.

Is het gevaarlijk om zo met mij te praten in Sofia? ‘Ik ben hier op uitnodiging van de huidige minister van Energie, dus maak ik me nu geen zorgen. Niet dat ik denk dat hij in staat zal zijn om de fraude ook echt te stoppen. Ik heb alle Europese ambassadeurs in Sofia een brief gestuurd met mijn verhaal, maar als ook dat niet helpt, bol ik het hier af. Je moet wel gek zijn om hier met je belastingen de mensen te betalen die je het zwijgen willen opleggen. Ik overweeg nog een actie in Brussel, maar als dat niet werkt dan vraag ik politiek asiel en ga ik werken in Iran.’

Een Commissie van het Europees Parlement die zich over een aanvraag tot bescherming van Georgi boog, nadat die bedreigingen ontvangen had, blijft bij de officiële versie van het verhaal dat het aan de software lag.

De (ecologische) schuldenberg

Onze groep nucleaire ramptoeristen volgt in Buhovo de oude route van het uranium, van de mijn naar de verwerkingsfabriek net buiten het centrum. Daar werden uraniumhoudende rotsblokken omgezet tot yellowcake (uraniumconcentraat in poedervorm), die naar Rusland vertrok om er nucleaire brandstof van te maken. De vloeibare producten nodig om het uranium van de rots te scheiden, liggen nu achter een dam. Vroeger werden ze gewoon in de Yaneshnitsa-rivier gedumpt. Die is tot op vandaag voor zeker 120 hectare volledig besmet.

In totaal woonden er in 2002 zeker 10.200 mensen in de impactzone van de mijn, de fabriek en de vervuilde rivier. Dat aantal zou echter snel kunnen oplopen. Bij een dambreuk zou het slib een radioactief spoor trekken van Buhovo over de vlakte rond Sofia tot in Roemenië. De dambreuk met het rode slib in Hongarije herinnerde ons in 2010 hoe desastreus dat kan zijn, en met radioactief afval is het risico uiteraard nog veel groter. Om die reden betaalde de EU het Belgische bedrijf Bitumar Soils Joint Venture drie miljoen euro om de dam te verstevigen. Dat was blijkbaar onvoldoende. ‘Na regenval in 2009 was volgens lokale inwoners een stuk van de dam losgekomen, maar we kregen geen toestemming om dat te controleren’, zegt Todor Slavov. De nucleaire erfenis in Buhovo vereist een aanhoudende geldstroom om een ramp te voorkomen, maar van waar moet dat geld blijven komen?

Op het bord dat de Europese steun uit 2000 aankondigt, zijn alle gele EU-sterren gebarsten. De fabriek ziet er al even verweerd uit. Ze is al zetien jaar dicht, maar van de beloofde ontmanteling kwam nog niet veel in huis. Bewakers blokkeren de toegang tot het complex, dat volgens Todor Dimitrov in handen van een nieuwe privé-investeerder is. Niemand weet wat die wil met een gesloten uraniumfabriek in een land dat sinds 1992 geen uraniummijnen meer heeft. De jongens van de bewaking gebaren dat we moeten omkeren en lijken niet zo happig op onze vragen.

Namibiës radioactief nationaal park

Een jeep met veiligheidsmensen houdt ons vanaf de dam in de gaten. Het stort van autobanden tussen ons en het radioactieve meer nodigt niet uit om dichterbij te komen, maar het weerhoudt een Roma er niet van in de grond te graven. Als we hem benaderen om wat vragen te stellen, loopt hij weg. Todor Slavov van Za Zemiata legt uit dat de Roma waarschijnlijk op zoek is naar door de fabriek gedumpte metalen voorwerpen die nog iets waard zijn, radioactief of niet. ‘Deze mensen hebben geen flauw benul van de gevaren van dit soort opgravingen en zelfs als we hen daar op wijzen doen ze gewoon voort. Veel andere opties hebben ze niet.’

Volgens professor Joan Martinez Alier, ecologische econoom aan de universiteit van Barcelona, is het een herkenbaar verschijnsel: milieuproblemen gerelateerd aan de ontginning van grondstoffen vinden vaak plaats in “randgebieden” en treffen vooral mensen die weinig middelen hebben om te protesteren. Alier: ‘Uranium uit Buhovo werd in 1939 aan het Duitse leger verkocht en later aan de Sovjets. De lokale bevolking wist niets over de gevaren. Eenmaal ze die wel ondervond, kon ze niet protesteren. Van zodra Bulgarije geen randgebied van een imperium meer was, stopte men met de extractie.’ Alier doet mee aan deze veldtrip als coördinator van het door Europa betaalde project EJOLT (Environmental Justice Organisations, Liabilities and Trade), dat ecologische conflicten zoals deze onderzoekt.

De parallellen met Namibië zijn opmerkelijk, zegt Bertchen Kohrs van de ngo Earthlife Namibia, één van de 23 deelnemende partners in het project. Kohrs: ‘Hoewel de eerste uraniummijn daar al in 1976 open ging, is er nog steeds geen adequate wetgeving rond uraniummijnbouw in Namibië. Het bedrijf Areva bouwt nu onze derde uraniummijn en tegen 2020 zouden we zelfs twaalf mijnen kunnen hebben. Maar onze open putten verspreiden radioactieve stof in het beschermde nationale park en de gebieden die zijn aangewezen voor toerisme. De nucleaire lobby is daar eerlijk over. De ceo van de Australische uraniumproducent Paladin, actief in Namibië, zei dat de Australische en Canadese milieu- en sociale normen “overgesofisticeerd” zijn.’

Als consumenten in landen zoals België wél kernenergie willen en daarvoor uranium importeren, maar niet willen betalen voor de échte kost, dan wordt dat in plaatsen zoals Namibië en Bulgarije als onrechtvaardig ervaren.

Wie betaalt de rekening?

In welke mate moeten wij opdraaien voor de ecologische schulden van de nucleaire industrie waar Bulgarije mee opgezadeld zit? Alier lichtte lokale actievoerders in over een EU-richtlijn rond milieupassiva, waar ze misschien een beroep op kunnen doen. Hoe zou België, dat voor al zijn uranium afhankelijk is van het buitenland, reageren op de vraag van een ver land om de boel helpen op te kuisen? Als het heffen van een invoertaks op uranium in België al taboe is, lijkt de kans wel erg klein dat men een deel van de opbrengsten daarvan zou reserveren om uraniumexporterende landen te saneren. Maar naar wie moeten de actievoerders in Buhovo hun klachtenbrief dan sturen? Het Bulgaarse, Russische of het Europese parlement? Toen een Sloveense activiste suggereerde om bij de brief van actievoerders aan het Bulgaarse parlement ook een klein kiezelsteentje uit Buhovo te steken, zei ex-burgemeester Dimitrov: ‘In Bulgarije is dat een daad van terrorisme.’

Nick Meynen is freelancejournalist en woordvoerder van de internationale vzw Anped, Northern Alliance for Sustainability.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Nick Meynen (°1980) schreef het boek ‘Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie’ en eerder ook Nepal.