Dossier: 

Occupy-beweging krijgt weinig steun in China

In Shanghai, het Chinese financiële centrum en de belangrijkste motor van binnenlandse welvaart, krijgt de internationale Occupy-beweging tegen groeiende inkomensgelijkheid geen voet aan de grond. Op andere plaatsen is er wel wat weerklank.

Shanghai is een van de steden die het Chinese potentieel illustreren om een economische supermacht te worden. De werknemers in de stad worden in China vaak vergeleken met een “mierenvolk”. Ze maken lange dagen en creëren gedisciplineerd meerwaarde, zonder zich veel zorgen te maken over sociale rechtvaardigheid.

Op de vraag of in Shanghai een Occupy Wall Street-beweging kan ontstaan, reageert beurshandelaar Zhao Hui verbaasd. “Waarom? Bankiers zijn niet de meest gehate mensen in China. Corrupte ambtenaren en tycoons van staatsbedrijven hebben het meeste geld. Zij kunnen verwachten dat het volk kwaad op hen wordt.”

Yang Jianlong, hoogleraar aan de Normale Universiteit van Shanghai die de handelscultuur van de stad bestudeert, zegt dat Shanghai een lange ondernemerstraditie kent en weinig gevoelig is voor een beweging als Occupy Wall Street. Bij de inwoners is “vooral de drang tot ondernemen en winst maken sterk. Ze zullen wel protesteren tegen een commercieel project waarvan ze vinden dat het schadelijk is voor het milieu. Maar de stad zal niet snel een centrum van politiek activisme worden.”

Mao Zedong

De Occupy-beweging vindt in China meer weerklank in provincies als Henan, die vanouds gezien worden als broedplaatsen van boerenopstanden. In Henan hielden mensen kortdurende symbolische protestacties tegen het kapitalisme, als steun voor hun “ideologische broeders in het Westen.”

Chinese intellectuelen verschillen van mening over de protestbewegingen in de VS en Europa en de Arabische lente in het Midden-Oosten.

Nieuw links, dat vindt dat een egalitair China onder Mao Zedong (1949-1976) het socialistische idee beter vertolkte dan het huidige, door het kapitalisme geïnspireerde China, juicht de Occupy-bewegingen in de wereld toe.

Liberaal-links is voorzichtiger. Bij mensen die oud genoeg zijn om zich de Culturele Revolutie (1966-1976) te herinneren, doen de straatcampagnes in Amerika en Europa denken aan de toenmalige radicale protesten die kinderen tegen hun ouders en studenten tegen docenten opzetten.
 
Terwijl de radicaliserende jongeren, de Rode Garde, de straat opgingen, werd de echte politieke strijd gevoerd in Zhongnanhai, het hoofdkwartier van de communistische leiders. Voorzitter Mao gebruikte de campagnes om de oppositie tegen zijn bewind te smoren en de grip van de partij op de intelligentsia te consolideren.

Met de snelle ontwikkelingen in de wereld zijn Chinese analisten voorzichtig met hun oordeel over de nieuwe bewegingen. Sommigen waarschuwen wel dat de bewegingen “gekaapt” kunnen worden door krachtige belangengroepen.  

Angst voor zelfreflectie

In een lang artikel in de China Times over de Arabische lente, schreef Midden-Oostenexpert Ma Xiaolin over de “beperkingen en het oppervlakkige karakter” van de Arabische bewegingen. Die zijn volgens hem gemakkelijk te manipuleren door westerse machten. Het uiteindelijke resultaat - de triomf van islamistische partijen - was misschien niet voorzien maar wel logisch, zegt hij.  

“Zo is een onpartijdige beweging met als doel inspraak en rechtvaardigheid, een revolutie met kleur geworden”, concludeert hij. 

In China, dat tien jaar geleden toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie en in die periode pijnlijke hervormingen moest doorvoeren om zich aan te passen aan vrijhandel en globalisering, roepen bewegingen die een land dwingen tot zelfreflectie een zekere angst op.

China weet dat een grotere onderlinge afhankelijkheid een onvermijdelijk gevolg is van economische groei en bezint zich op de economische en politieke gevolgen van populistische bewegingen die deze trend kunnen keren.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift