Oezbeeks katoen ruikt naar kinderzweet

Kinderrechtenactivisten roepen op tot een boycot van katoen uit Oezbekisten. In het Centraal-Aziatische land worden schoolkinderen gedwongen op de katoenvelden te werken, op bevel van de overheid. Wie weigert, riskeert een pak slaag of van school te worden gegooid.
Kinderrechtenactivisten roepen op tot een boycot van katoen uit Oezbekisten. In het Centraal-Aziatische land worden schoolkinderen gedwongen op de katoenvelden te werken op bevel van de overheid. Wie weigert, riskeert een pak slaag of van school te worden gegooid.

In de meeste ontwikkelingslanden is kinderarbeid een gevolg van armoede, maar in Oezbekistan is het een bewuste politiek van de regering van president Islam Karimov. Elk jaar in september gaan de scholen twee maanden dicht en moeten de leerlingen en studenten helpen bij de katoenpluk. Ze werken minstens acht uur per dag en ademen daarbij stof in dat is vermengd met residu’s van chemicaliën die voor de oogst op de velden worden gespoten.

Wie dienst weigert, riskeert van school te worden gegooid. Er zijn ook gevallen bekend waarbij kinderen door het schoolpersoneel zijn geslagen omdat ze niet op de velden willen gaan werken. Het loon dat de kinderen krijgen is belachelijk laag.

“In de Sovjet-unie gingen de werkcampagnes gepaard met een goede gezondheidszorg. De kinderen kregen behoorlijk te eten en de overheid investeerde in de sociale infrastructuur op het platteland”, zegt Nadejda Atayeva, voorzitster van de in Parijs gebaseerde organisate Human Rights in Central Asia, “Nu wordt er geen behoorlijk loon meer uitbetaald en zijn er ook geen openbare investeringen meer.”

VN-Kinderrechtenverdrag

Statistieken over hoeveel kinderen precies in de Oezbeekse katoenvelden werken, zijn schaars. De Londense mensenrechtenorganisatie Environmental Justice Foundation (EJF) schat hun aantal op 200.000 in de grootste katoenproducerende regio van Ferghana. Ferghana is een stad met 185.000 inwoners, 420 kilometer ten oosten van de hoofdstad Tasjkent.

“Je kan er gerust van uitgaan dat er elk jaar tienduizenden kinderen en studenten onder dwang katoen plukken”, zegt Juliette Williams van EJF. “De regering gebruikt kinderen als goedkope arbeidskracht om net als in de sovjettijd vooraf opgelegde quota’s te halen. Op die manier maximaliseert de heersende elite haar winsten.” Oezbekistan verdient grof geld met de katoenexport naar rijke industrielanden. De enige drie erkende uitvoerders zijn in handen van familie van de president.

De praktijk druist regelrecht in tegen het VN-Kinderrechtenverdrag, dat Oezbekistan in 1994 heeft geratificeerd. De tekst geeft elke kind het recht op bescherming tegen “werk dat gevaarlijk kan zijn, de opleiding van het kind in het gedrag brengt of een bedreiging vormt voor zijn gezondheid of fysieke, mentale, spirituele, morele of sociale ontwikkeling.”

Om die reden roepen de organisaties op om katoen uit Oezbekistan te boycotten. Ze willen ook dat de Wereldbank en andere geldschieters geen projecten in de Oezbeekse katoensector meer financieren. “Het is gewoonweg zo dat de goedkope katoenen kleren in rijke landen worden gesubsidieerd door kinderarbeid in arme, katoenproducerende landen”, zegt Williams van EJF.

Om het systeem te veranderen moet er een einde komen aan de oneerlijke winsten voor de mensen die de katoenexport controleren, vindt Atayeva. “Alleen een internationale boycot kan de regering op andere gedachten brengen. De katoensector in Oezbekistan kan ook winstgevend zijn zonder dwangarbeid of de uitbuiting van kinderen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift