Olie en bloed in Kazachstan

Het olierijke westen van Kazachstan wordt verscheurd tussen protesten en repressie. Toen stakende arbeiders de kantoren van een oliebedrijf in brand staken en ook de kerstboom op het stadsplein eraan moest geloven, opende de politie het vuur op de demonstranten.

  • www.aqtau.kz De oliestad Aqtau aan de Kaspische zee in westelijk Kazachstan. Op de achtergrond zijn de olietankers te zien die er dagelijks af en aan varen. Het was in Aqtau dat de protesten en stakingen begonnen in mei. www.aqtau.kz

Na China en Rusland is Kazachstan het grootste land van Azië, en met zijn zestien miljoen inwoners één van de dunstbevolkte ter wereld. Dankzij de rijkdom aan grondstoffen kon het land sinds zijn onafhankelijkheid twintig jaar geleden stevige groeicijfers voorleggen. Met de crisis en de dalende olieprijzen veranderde dat. Toen het protest uitbrak, was dat in eerste instantie als reactie op de verslechterende werkomstandigheden.

‘De aristocratie onder de arbeiders’

Bruno De Cordier, medewerker van de Conflict Research Group van de Universiteit Gent, woonde een aantal jaar in Kazachstan en schreef een boek over het land. ‘Onder de Kazachse arbeiders zijn de werkers in de oliesector zowat de aristocratie. Olie is de motor van Kazachstans economische succesverhaal sinds de jaren negentig. De oliewerkers hebben met sterk stijgende lonen in de sector mee geprofiteerd van die boom, maar toen de wereldwijde crisis uitbrak werden zij ook het zwaarst getroffen.’

‘De protesten in westelijk Kazachstan zijn niet nieuw, hoewel ze amper aandacht gekregen hebben in de internationale media. In mei begonnen de stakingen al in twee westelijke oliestadjes, Aqtau en Zjangi Özen.’

Toen gemeentewerkers in die stadjes begonnen met de voorbereidingen voor de viering van twintig jaar onafhankelijkheid, escaleerden de protesten en gingen verschillende gebouwen en de stedelijke kerstboom in vlammen op. De politie greep hardhandig in, waarbij minstens tien mensen om het leven kwamen. Volgens andere bronnen zouden er meer dan honderd slachtoffers gevallen zijn.

‘Illegale stakingen’

Tanja Niemeier trok deze zomer met een GUE/NGL-delegatie van het Europese parlement naar Kazachstan om zicht te krijgen op de situatie. ‘Op dat moment protesteerden de arbeiders tegen ontslagen die gevallen waren en eisten ze betere loonsvoorwaarden.’

‘Niet alleen de bedrijfsleiders weigeren te onderhandelen, ook vanuit het staatsapparaat werd de staking veroordeeld en kwam er geen enkele vorm van toenadering of overleg. Daardoor is het protest ook politiek geworden, en hebben velen zich erbij aangesloten. Op het hoogtepunt namen er zo’n zestienduizend mensen deel.’

‘De officiële vakbonden zijn een overblijfsel uit het communistische tijdperk en hebben nauwe banden met de machthebbers. Die steunen het protest niet, en de arbeiders mogen geen eigen verdediging oprichten. Officieel zijn de stakingen dus illegaal. De advocaat die de oliewerkers ingehuurd hadden, werd gearresteerd en veroordeeld tot zes jaar cel, ‘wegens het aanwakkeren van het sociale conflict’. Het internet en gsm-verkeer in de regio is platgelegd, de pers is in handen van de staat en journalisten die er wel over berichten, worden aangevallen.’

Tunesisch scenario?

Kazachstan wordt bestuurd door president Nazarbajev, die met de hulp van zijn dochters, schoonzoon en zijn entourage van oligarchen en industriëlen al twintig jaar een stevige greep op het land houdt. Van een algemeen protest is geen sprake, de betogers bevinden zich op niet minder dan drieduizend kilometer van hoofdstad Astana en economisch centrum Almaty. Toch moet het belang niet onderschat worden, zegt Bruno De Cordier.

‘Geografisch zijn de stakingen geïsoleerd, ze vinden plaats in een afgelegen gebied. Maar het psychologische effect ervan moet niet onderschat worden. Een dergelijke onrust is er niet meer geweest sinds het einde van de Sovjet-Unie, en is een klap in het gezicht van Kazachstans verhaal als economisch succes. Ze tonen dat er achter de hoge groeicijfers nog een ander Kazachstan zit.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur