Omstreden pijpleiding Peru stuit op bezwaren VS

De financiering van de omstreden Camisea-gaspijpleiding, die dwars door het Peruaanse Amazonegebied loopt, stuit opnieuw op weerstand van de Verenigde Staten. De VS dreigen toestemming te weigeren voor een lening door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB).
De eerste fase van het Camisea-project, een 720 kilometerlange leiding die van de gasvelden in het zuidelijke Cuzco tot aan de kust van de Stille Oceaan loopt, werd geplaagd door lekken en scheuren. In minder twee jaar tijd deden zich vijf incidenten voor.

Nu heeft het Camisea-consortium voor de tweede fase van het megaproject opnieuw een lening aangevraagd bij de IDB, ter waarde van 400 miljoen dollar (319 miljoen euro).

Een hoorzitting van de commissie Buitenlandse Relaties van de Amerikaanse Senaat belooft weinig positiefs. Vooral de adjunct-secretaris voor Internationale Zaken, Clay Lowery, liet weinig heel van het project. Hij wees op de milieuschade en de negatieve gevolgen voor de inheemse bevolking. In de hoorzitting werd gedebatteerd over verschillende problematische energieprojecten waarin de VS investeerden. Na zijn uiteenzetting zei Lowery dat Washington nog niet beslist had of het de lening van 400 miljoen dollar bij de IDB zou goedkeuren.

Het Camisea-consortium bestaat onder andere uit het Amerikaanse Hunt Oil, het Spaans-Argentijns Repsol YPF, het Algerijnse Sonatrach, Korea’s SK Corporation en Pluspetrol uit Argentinië. Samen hebben ze naar schatting 720 miljoen dollar (574 miljoen euro) geïnvesteerd in Camisea II.

Op de hoorzitting waren twee voormalige Peruaanse ministers van Energie en Mijnen uitgenodigd: Carlos Herrera Descalzi, een Camisea-expert en afgevaardigde voor Peru en vijf andere landen als uitvoerend directeur bij de Wereldbank, en Jaime Quijandría, die tevens minister van Economie was onder oud-president Alejandro Toledo.

Volgens Herrera Descalzi gaf Lowery “diplomatiek aan dat de VS de lening niet zullen goedkeuren. Als dat wel het geval was geweest, had Lowery het wel met zoveel woorden gezegd”.

In zijn uiteenzetting benadrukte Herrera Descalzi dat de Peruaanse regering heel weinig druk had uitgeoefend op het Camisea-consortium om de milieuschade en de gevolgen voor de inheemse gemeenschappen te beperken. Zelfs toen het consortium verantwoordelijk werd gehouden voor de scheuren in de pijpleiding, legde de regering geen boete op.

Ook stelde hij vast dat de elektriciteit tot op vandaag niet goedkoper is geworden, iets wat op voorhand was beloofd. “Een op vier mensen heeft nog steeds geen elektriciteit. De belofte om ook de armste inwoners van Peru van elektriciteit te voorzien, is nog niet nagekomen.”

Jaime Quijandría, ooit werkzaam voor oliebedrijf YPF, verwees eveneens naar de schadelijke effecten van de eerste fase van het 1,6 miljard dollar (1,3 miljard euro) kostende Camisea-project.

Hij haalde een rapport aan van de Ombudsman uit maart, dat Camisea-investeerders ervan beschuldigt zelfs de meest primaire mensenrechten niet te respecteren. Quijandría doelde onder meer op de verspreiding van ziektes onder gemeenschappen die voorheen nog nooit contact hadden gehad met de buitenwereld en het dumpen van giftig afval.

Volgens Quijandría heeft het consortium echter lessen getrokken uit de fouten van de eerste fase. Een argument dat voor de VS van doorslaggevend belang kan zijn om de lening voor de tweede fase toch goed te keuren. (JVP/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift