Ondanks WHO-verbod doen VS nog steeds volop aan dumping

Dumping is volgens het landbouwakkoord van de Wereldhandelsorganisatie al tien jaar verboden. Maar de Verenigde Staten exporteerden in 2003 tarwe, soja, maïs, katoen en rijst aan prijzen ver onder de productieprijs en bedreigen daarmee het overleven van miljoenen boeren, zegt een rapport van het Institute for Agriculture and Trade Policy, een Amerikaanse niet-gourvernementele organisatie.

Het woensdag vrijgegeven rapport bekijkt de prijzen voor de vijf grootste exportgoederen van de Verenigde Staten tussen 1990 en 2003. Het stelt dat in Amerika gevestigde voedingsbedrijven in 2003 tarwe exporteerden aan een prijs die gemiddeld 28 procent onder de productieprijs lag. Sojabonen en maïs werden 10 procent onder de productieprijs verkocht, katoen 47 procent eronder en rijst 26 procent eronder.

De verkoop van producten onder hun productieprijs heet dumping. Tien jaar geleden werd het landbouwakkoord van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) toegejuicht als een overwinning voor boeren over de hele wereld omdat het de praktijk verbood. Maar in de praktijk hebben de WHO-regels het kleine en arme landen moeilijker gemaakt om taksen tegen dumping te heffen. De voorwaarden om geleden schade aan te tonen, spelen hen parten, zegt het Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP).

De niet-gouvernementele organisatie waarschuwt dat miljoenen boeren in ontwikkelingslanden bedreigd zijn omdat ze uit de lokale markt worden weggeconcurreerd. Maar ook Amerikaanse boeren kunnen erdoor over kop gaan. Het is tijd dat dit op de agenda komt, vindt IATP-voorzitter Mark Ritchie. (ADR)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift