Onderhandelaars over klimaatakkoord zijn “diep bezorgd”

De klimaatgesprekken naderen hun ontknoping maar de onderhandelaars van de ontwikkelingslanden, China voorop, zijn “ontgoocheld en diep bezorgd”. Op de pas afgelopen gespreksronde in Bangkok bleek dat een akkoord over financiële hulp van de geïndustrialiseerde landen ver weg is.
De ontwikkelingslanden zijn niet gelukkig met het resultaat van de twee weken durende gespreksronde die vrijdag in Bangkok afliep. Er kwam geen akkoord over een financieel mechanisme om de ontwikkelinglanden te helpen in hun strijd tegen de klimaatwijziging.
 
Het dreigt een belangrijk obstakel te worden in de aanloop naar de cruciale VN-klimaattop in december in Kopenhagen, waar een opvolger voor het Kyotoprotocol tot stand moet komen. De onderhandelaars hebben nog maar vijf onderhandelingsdagen, in Barcelona, waar ze van 2 tot 6 november samenkomen.
“De onderhandelaars van de geïndustrialiseerde wereld kwamen hier met mooie woorden maar we willen die woorden vertaald zien in echte financiële engagementen”, zei Su Wei, hoofdonderhandelaar van de Chinese delegatie, aan IPS. “We moeten een nieuwe financieel mechanisme opzetten dat aangedreven moet worden door publieke middelen van de geïndustrialiseerde wereld. Het creëren van dit nieuwe financiële mechanisme zal een cruciaal onderdeel zijn van het akkoord in Kopenhagen. Het is aan de geïndustrialiseerde wereld om de kloof met de ontwikkelingswereld te helpen overbruggen.”

Extreem bezorgd


“We kwamen hier met hoop en vertrouwen maar we vertrekken ontgoocheld en diep bezorgd”, zei Su tijdens de slotsessie in Bangkok. “In Barcelona moeten we het eens raken over de financiering.”
Een gelijkaardige reactie bij Bernarditas Muller van de Filipijnse delegatie. “We zijn extreem bezorgd over het gebrek aan cijfers en duidelijke financiële engagementen van de geïndustrialiseerde wereld”, zei ze aan IPS. “Men probeert de financiële verantwoordelijkheid door te schuiven naar de ontwikkelingslanden en marktmechanismes en de privésector in te schakelen.”

100 miljard dollar


Volgens recente schattingen van de Wereldbank hebben de ontwikkelingslanden tot 2050 jaarlijks 75 tot 100 miljard dollar nodig om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de stijgende temperaturen, onder meer intensere stormen, droogtes, hittegolven en andere extreme weerpatronen.
De ontwikkelingslanden en de geïndustrialiseerde wereld zijn het niet eens over hoe de fondsen beheerd moeten worden en waar al dat geld vandaan moet komen.
China en de G77, een samenwerkingsverband van 130 ontwikkelingslanden in de VN, willen dat het nieuwe financieringsmechanisme een plaats krijgt binnen de VN-Kaderconventie voor Klimaatverandering (UNFCCC), het samenwerkingsverdrag uit 1994 waarvan het strengere Kyotoprotocol van 2005 een toevoeging is. Daardoor zouden de landen die de UNFCCC onderschreven hebben, ook hun zeg krijgen in de besteding van de middelen. Dat verzekert “een evenwichtige vertegenwoordiging van alle partijen met een transparant beheerssysteem”, zo stond het vorige week in het voorstel van de G77 en China.
De geïndustrialiseerde landen hebben meer vertrouwen in internationale financiële instellingen als de Wereldbank en de Global Environmental Facility (GEF), een partnership tussen sommige VN-agentschappen en de Wereldbank. Dat verzekert de rijke landen van meer zeggenschap over de manier waarop het geld wordt besteed.

1 procent van het bbp


De ontwikkelingslanden willen dat de geïndustrialiseerde landen meer geven dan ze nu al doen als ontwikkelingshulp. Ze stellen 0,5 tot 1 procent van het bruto binnenlands product van de geïndustrialiseerde landen voor.
De Europese Unie pleit voor een combinatie van private en publieke financiering. Anders Turesson, hoofdonderhandelaar voor Zweden, kondigde aan dat de EU-ministers voor Financiën zich op 20 oktober over dit punt beraden en hopelijk tegen Barcelona met een concreter voorstel kunnen komen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift