Onderhandelingen met Naga-rebellen vorderen langzaam

De Indiase regering is een stapje dichter bij een oplossing gekomen voor de opstand in Nagaland, een kleine deelstaat in het uiterste oosten van het land waar rebellen al 55 jaar lang weigeren zich te buigen voor het centrale gezag. Tijdens de donderdag beëindigde onderhandelingsronde - de eerste gesprekken sinds 35 jaar die op Indiaas grondgebied plaatsvonden - heeft de belangrijkste rebellengroep afgezien van verdere aanvallen op de Indiase ordediensten. Anders dan vroeger zal de Nationaal-Socialistische Raad van Nagaland (NSCN-IM) ook niet oproepen tot een boycot van de deelstaatverkiezingen die volgende maand plaatsvinden. Maar de rebellen houden wel vast aan hun eis een Groot-Nagaland te creëren, wat de gemoederen in alle omringende deelstaten verhit. De onderhandelaars vertegenwoordigen bovendien niet alle Naga-rebellen.



Over de kern van het Naga-conflict is nog geen overeenstemming bereikt, maar de gespreksparnters zijn overeengekomen een vredige en geweldvrije omgeving te bewaren tot een duurzame regeling wordt gevonden. Dat kan nog wel even duren, want de hoofdeis van de rebellen lijkt onhaalbaar. De twee leiders van de NSCN-IM, Issac Chisi Swu en Thuingleng Muviah, blijven vasthouden aan een hertekening van de deelstaatgrenzen. Gebieden in de aan Nagaland grenzende deelstaten Manipur, Assam en Arunachal Pradesh en zelfs een stuk van het westen van Birma waar ook veel Naga’s leven, moeten volgens hen bij Nagaland gevoegd worden om zo een Nagalim - een soort Groot-Nagaland dat een verregaande mate van autonomie zou genieten - te vormen.

Tijdens de gesprekken laaide er geweld op in Manipur en steeg de spanning in Assam omdat niet-Naga’s vrezen dat de centrale regering het mes zal zetten in hun deelstaat om de Nagarebellen tevreden te stellen.

De Naga’s behoren tot de Indo-Mongoolse volken en bekeerden zich tot het christendom na de bezetting van hun gebieden door de Britse koloniaalmacht. Toen India in 1947 onafhankelijk werd, riepen de Naga’s een eigen staat uit. Bij de schermutselingen tussen Naga-rebellen en het Indiase leger van de afgelopen decennia zijn duizenden mensen omgekomen. Door de permanente onveiligheid investeerde de Indiase regering ook nooit in de ontwikkeling van de streek, waardoor de lokale wrok nog toenam. Nagaland is nochtans rijk aan hout, olie en aardgas en biedt ideale omstandigheden om thee en fruit te telen. Die kansen blijven grotendeels onbenut door de rivaliteit tussen verschillende rebellengroepen en lokale bestuurders die de kant van de federale overheid hebben gekozen. Ontvoeringen, hinderlagen, aanslagen en afpersingen verlammen de plaatselijke overheid en de zakenwereld.

De NSCN-IM begon in 1997 met de Indiase regering te onderhandelen. Eerst gebeurde dat in Thailand, Maileisië, Zwitserland en Nederland omdat de rebellengroep in India buiten de wet was gesteld. In november vorig jaar bracht New Delhi daar verandering; samen met de verlenging van een staakt-het-vuren tussen het leger en de rebellen maakte dat de weg vrij voor gesprekken in India zelf.

Problematisch blijft het verzet van een andere grote rebellengroep geleid door de Birmese Naga S.S. Khaplang tegen de huidige vredesgesprekken. De Khaplang-factie heeft ermee gedreigd een revolutie te beginnen als de regering een eenzijdig akkoord sluit met de NSCN-IM.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift