Ondernemer uit Ghana gaat strijd aan met namaakmedicijnen

Namaakmedicijnen maken elk jaar zevenhonderdduizend slachtoffers. Vooral in ontwikkelingslanden – waar één op vier medicijnen namaak is – slagen overheden er niet in om het probleem aan te pakken. Bright Simons, een ondernemer uit Ghana, besloot daarom om zelf tot actie over te gaan. Zijn werk werd vorige week beloond met een African Business Award.

  • MO*/Dorien De Wit Bright Simons, winnaar van de African Business Award 2011 MO*/Dorien De Wit

Simons ligt aan de basis van mPedigree, een bedrijf in Ghana dat er door middel van mobiele telefonie voor zorgt dat burgers snel en gratis de echtheid van een medicijn kunnen controleren. Het systeem is simpel: wanneer een klant een medicijn koopt dan haalt hij een kraslaag weg waaronder zich een tiencijferige code bevindt. Die code stuurt hij vervolgens in een sms naar een gratis nummer en na enkele seconden krijgt hij een bericht terug. Wanneer het om een echt medicijn gaat krijgt de klant een sms met daarin ‘OK’ en wat extra uitleg over het product, zoals de houdbaarheidsdatum. Wanneer het gaat om een vals product dan krijgt hij een waarschuwingsbericht, met een telefoonnummer waarnaar hij kan bellen om het incident te melden.

Simons overtuigde — zonder geld of ervaring – farmaceutische bedrijven, telecom en technologiebedrijven om zijn project te steunen. De uiteindelijke kosten bleven laag en belangrijker: de mensen die de functie gebruiken, betalen helemaal niets.

Vorige week ontving Simons de African Business Award. Een prestigieuze prijs die het belang van dit project onderstreept. Dit is ondernemerschap met positieve maatschappelijke gevolgen, een belangrijk voorbeeld voor toekomstige ondernemers. Simons was dinsdag een van de gastsprekers op de Africa Summit, georganiseerd door Friends of Europe. MO* sprak toen met hem over zijn project en het belang van sociaal ondernemerschap voor de ontwikkeling van Afrika.

Waarom start een ondernemer een sociaal project?

Bright Simons: Ik ben in de eerste plaats een activist, dus in mijn geval is het eigenlijk: hoe wordt een activist een ondernemer? Als student voerde ik campagne tegen de invoering van schoolgeld in Ghana. Rond 1999 trok ik naar Europa om te gaan studeren. Ik reisde er rond, ontmoette andere activisten en begon na te denken over mijzelf en de manier waarop ik echt een verschil zou kunnen maken. Ik voelde aan dat activisme een levensstijl was geworden. Op dat moment las ik een artikel over sociaal ondernemerschap, ik was verrast en wilde er meer over weten.

Sociaal ondernemerschap betekent voor mij dat we ons specifiek richten op maatschappelijke problemen die maar niet worden opgelost omdat ze worden overgelaten aan de overheid of de markt. Een sociaal ondernemer hanteert daarbij dezelfde principes als andere ondernemers zoals duurzaamheid en klantgerichtheid. We gebruiken de goede ideeën van mensen die anders nooit worden gehoord, dat is de manier waarop ondernemerschap ook op sociaal vlak iets kan betekenen.

Toen ik zelf sociaal ondernemer werd, wist ik nog niet wat ik juist zou gaan doen. Ik was mij ervan bewust dat ik geen geld of andere middelen had en bovendien miste ik zakelijke kennis. Maar wat mij overtuigde waren de vooruitzichten in Afrika. De meeste mensen begrijpen dit Afrika niet en zien daardoor belangrijke opkomende trends over het hoofd. Weinig mensen hebben bijvoorbeeld weet van het massale gebruik van mobiele telefoons in Afrika. Ik zag die trend wel en toen ik terzelfdertijd de problematiek van namaakproducten leerde kennen, bedacht ik een telefoonfunctie waarmee medicijnen op een gemakkelijke en snelle manier op hun echtheid konden worden gecontroleerd.

Maar dat idee kan enkel werken met steun van andere bedrijven.

Ja, maar dat is waar ik als activist goed in ben, ik kan mensen overtuigen. Wanneer ik in 2007 in Ghana met mijn plan naar buiten kwam, riep iedereen dat ik gek was. Ik wilde immers dat de dienstverlening ook nog eens helemaal gratis zou zijn.

Allereerst trok ik naar de telecombedrijven. Voor mij was het echt noodzakelijk om met telecom te werken want mobiele telefonie vormt de beste infrastructuur die je als ondernemer kan wensen. Het is universeel en overal toegankelijk, ook voor mensen uit dorpen waar zelfs een wegennet ontbreekt. Mijn overtuigingskracht sloeg aan en zo kon ik vijf grote telecombedrijven uit Ghana overtuigen om de sms-dienst voor de bevolking gratis te houden.

Vervolgens klopte ik aan bij de farmaceutische bedrijven. Zij moeten immers zorgen voor de codes op de verpakking van de medicijnen die de echtheid ervan garanderen. Ik vertelde hen dat het zodanig goedkoop zou zijn dat ze absoluut geen reden hadden om hier niet in mee te gaan. Maar deze bedrijven reageerden anders. Mijn plan op een overtuigende manier voorstellen was niet voldoende. Ik besefte dat ik mijn betrouwbaarheid en interne capaciteit moest zien te verhogen en liefst zonder daaraan al te veel geld te spenderen.

Daarom stapten we naar het grote technologiebedrijf Hewlett Packard (HP). Voor hen gold eigenlijk hetzelfde als voor de farmaceutische bedrijven: waarom zou een sterk bedrijf interesse vertonen in een project van iemand zonder enige technologische achtergrond? Ik overtuigde hen echter van de voordelen en het maatschappelijk belang van mijn project. Ook HP zou winst kunnen maken want door hun technologie te koppelen aan de mobiele telefonie in Afrika zouden ze daar als bedrijf een grotere rol kunnen spelen. Een win-winsituatie. HP besloot mee te werken en staat nu in voor de infrastructuur en uitwerking van het project door middel van hun datacentra in Duitsland. HP zorgt in essentie voor de lijm tussen de farmaceutische bedrijven, de telefoonbedrijven en mPedigree.

 

Door HP — een grote, belangrijke speler — in ons project te betrekken konden we de farmaceutische bedrijven overtuigen om mee te financieren. Voor hen is dit project eigenlijk ook van groot belang: zij investeren jarenlang veel geld in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen maar door de massale productie van namaak wordt die moeite tenietgedaan.

Hoe wordt zo’n complexe materie uitgelegd aan de bevolking?

Reclame is onze grootste uitdaging. We willen uiteraard zoveel mogelijk mensen laten kennismaken met het project maar ons kleine budget beperkt de mogelijkheden daartoe. We kozen ervoor om een documentaire te lanceren waarin de problematiek zou worden aangekaart. We besloten om er een politieke invalshoek aan te geven want uit ervaring weten we dat zoiets altijd meer aandacht trekt. In de documentaire schetsen we het probleem, beklemtonen het gebrek aan overheidsacties en leggen we de nadruk op onze oplossing: sms-codes.

Die documentaire wilden we lanceren onder de vorm van een grote filmpremière, maar omdat we daar geen geld voor hadden klopten we aan bij het Goethe-instituut. Daar overtuigden we de voorzitter van het belang van ons project en zo konden we een geweldige groep mensen bij elkaar krijgen: de Anglicaanse aartsbisschop van West-Afrika, de minister van gezondheid van Ghana, de voorzitter van de West-Afrikaanse Associatie van Farmaceutische Fabrikanten en nog vele anderen.

Ons project was rond en werd gesteund door belangrijke mensen. Journalisten – ook buitenlandse – toonden interesse in ons plan. Het verhaal werd groots en de media vlogen er op af als gekken. Op de grote première van de documentaire was dan ook iedere belangrijke persoon uit Ghana aanwezig. Daarnaast begonnen we toen de eerste contacten te leggen met geïnteresseerden uit Nigeria.

Dit alles hebben we gedaan gekregen zonder ook maar één formele investering. Geld is nooit de drijfveer geweest. Als activist ben ik gestart met een idee, voor het nodige geld werd gaandeweg gezorgd. Dat gebrek aan geld leidt tot een specifieke manier van zakendoen. Ik heb geen tijd om rond de pot te draaien of mensen mee te nemen op restaurant. Daarom werk ik graag met andere ondernemers, zij zijn ook recht voor de raap. In tegenstelling tot hulporganisaties. Hoewel zij ook werk willen maken van maatschappelijke problemen voel je toch aan dat zij niet dezelfde bereidheid hebben om stevig na te denken over oplossingen. Ze hebben een andere achtergrond waardoor hun motivatie anders is.

Uiteindelijk staan we waar we willen staan. Ons systeem wordt momenteel gebruikt in Ghana, Nigeria, Kenia en Tanzania en ondertussen zijn we aan het uitbreiden naar Oeganda en Zuid-Afrika. Het belangrijkste is dat we alles zelf hebben gedaan. Je kan sociaal toegewijd zijn en dingen willen veranderen, maar er zal niets veranderen door gewoon vriendelijk te blijven lachen. Je moet gefocust, creatief en soms brutaal zijn. Je moet eigenlijk alles gebruiken dat je ter beschikking hebt, en dat hebben we gedaan.

Wat zegt dit nu over Afrika? Is dit het bewijs van een veranderend Afrika?

Wat opvalt wanneer je naar mijn verhaal kijkt, is hoe waardeloos het internationaal hulpsysteem in elkaar zit. Innovatie wordt nooit gesteund. Kijk naar alle garages in Afrika waar jonge mensen auto’s oplappen. Zonder enige opleiding verrichten zij belangrijk werk en toch zien deze mensen niet één dollar van die internationale hulp. Nochtans vormen zij de bron van inspiratie en hoop op beterschap voor Afrika. Het falen van het internationaal hulpsysteem wordt ook duidelijk wanneer je naar ons project kijkt: op welke manier hebben overheden, hulporganisaties en anderen met macht ons gesteund? Op geen enkele manier. De private sector, de telecombedrijven, zij hebben ons plan mogelijk gemaakt.

Maar innovatie is ook de verantwoordelijkheid van Afrika zelf en Afrika staat daarmee voor een uitdaging. Veel mensen hebben lage verwachtingen voor dit continent maar ze vergeten dat onze problemen erg complex zijn. Inflatiecijfers worden bijvoorbeeld steeds onderschat, de echte economische groei in Afrika is eerder nul of negatief. Mensen denken dat ze Afrika kennen maar dat is niet zo. Ga er zelf naar toe en praat met degenen die daar belangrijk werk verrichten, met personen uit het middenveld die een juiste kijk hebben op de problemen die vooral ondergronds zitten.

Afrika krijgt het op verschillende vlakken hard te verduren maar tegelijkertijd is er ook een andere dynamiek aan de gang. Er gebeuren hier verschillende interessante dingen, spijtig genoeg ongecoördineerd en afzonderlijk van elkaar. Coördinatie is echter nodig om fundamentele veranderingen teweeg te brengen.

We moeten Afrika beter leren kennen want wat we denken te weten is fout. Zolang we de machtstructuren niet begrijpen, kunnen we niet veel veranderen. Sociaal ondernemers zoals ik proberen te navigeren door al die moeilijkheden want we spreken niet dezelfde taal als de winstgedreven organisaties, hulpagentschappen en overheden. Dat maakt dit project tot een enorme uitdaging.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2409  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift