Onderzoek naar ‘armemensenziekten’ blijft ondergefinancierd

Van de meer dan tachtig miljard euro die jaarlijks
in de wereld aan geneeskundig onderzoek besteed worden, gaat maar een
tiende naar de belangrijkste ziekten in de ontwikkelingslanden. Die
vertegenwoordigen wel negentig procent van de wereldwijde medische ellende.
Dat is de conclusie van een deze week verschenen rapport van het Global
Forum for Health Research.


De cijfers zijn onthutsend: in 2000 werd amper 400 miljoen euro
geïnvesteerd in onderzoek naar de vier dominante ziekten in het zuiden
(malaria, tuberculose, slaapziekte en leishmaniosis). Dat is bijzonder
weinig als men weet dat minstens vijf procent van alle zieken in de wereld
aan een van deze ziekten lijdt. Proportioneel zou er eigenlijk bijna tien
keer zoveel in geïnvesteerd moeten worden. Het 10/90 Report on Health
Research 2001-2002 van het Global Forum for Health Research wijst er ook
op dat slechts dertien van de 1.233 farmaceutische patenten die tussen 1975
en 1997 werden aangevraagd, betrekking hadden op besmettelijke tropische
ziekten. Vooral arme bevolkingsgroepen hebben te lijden onder dit soort
ziekten.

90 procent van het medisch onderzoek op aarde is erop gericht de medische
problemen van een rijke minderheid te verlichten. Het Forum veroordeelt die
scheeftrekking scherp. De menselijke en economische kosten van die
onevenwichtige verdeling zijn enorm, schrijven de auteurs van het rapport.
Het Forum, dat medische expertise bundelt uit de civiele maatschappij, de
privé-sector en de openbare sector, ijvert al jaren voor de vernauwing en
overbrugging van die kloof.

Concreet wil het Forum dat veel meer geld wordt besteed aan onderzoek naar
ziekten zoals acute infecties van de luchtwegen, diarree, cardiovasculaire
problemen en mentale stoornissen. Tuberculose, tropische en perinatale
ziekten, en HIV/AIDS staan ook hoog op de lijst.

Het Forum stelt dat een vernauwing van de kloof 10/90-kloof een erg
belangrijke bijdrage zou leveren tot groei, ontwikkeling en de strijd tegen
armoede. Alleen al een verschuiving van onderzoeksbudgetten van één
procent zou 770 miljoen euro vrijmaken voor prioritair onderzoek. Maar om
succes te boeken, moeten volgens het Forum-rapport duizenden individuen en
instellingen hun krachten bundelen. Nationale en internationale
prioriteitenlijsten voor onderzoek naar ziekten zouden alvast een klein
stapje in de goede richting betekenen.

Voor Walter Fust, directeur van het Zwitserse Agentschap voor
Ontwikkelingssamenwerking, gaat het daarbij niet enkel om een ethische
kwestie: de rijke geïndustrialiseerde landen hebben zelf ook belang bij een
vernauwing van de kloof. Volgens Fust kan er zonder vooruitgang in
gezondheid en ontwikkeling geen wereldwijde veiligheid heersen. Hij
voorspelt dat ook de rijke landen geconfronteerd zullen worden met echte
gezondheidsrampen als ze niets ondernemen.

Toch vindt de voorzitter van het Forum, de Amerikaanse wetenschapper
Richard Feachem, dat er ook redenen tot optimisme zijn. Tot vijf jaar
geleden was de 10/90-kloof zo goed als onbekend. Vandaag is alvast het
begrip volgens Feachem in politieke en academische milieus en bij de media
bijna gemeengoed. En dat is volgens hem de eerste stap om het probleem aan
te pakken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift