Onduidelijkheid over goededoelensuiker van Colruyt

De Belgische supermarktketen Colruyt verkoopt suiker uit Malawi en ondersteunt met een deel van de opbrengst onderwijsprojecten in dat straatarme land. Brian Bowler, de ambassadeur van Malawi bij de Europese Unie, zegt dat hij bij het bedrijf maar moeizaam aan informatie over dat initiatief kwam en daarom vraagtekens plaatst bij de aanvankelijke motivatie van het bedrijf. “Colruyt bedot de consument”, zegt Bowler. Colruyt spreekt Bowler tegen.
De Colruyt-groep wil zijn publiek duidelijk maken dat ze het goed voor heeft met arme landen. De keten verkoopt sinds september 2005 zogenaamde ‘Collibri-producten’ die uit landen als Colombia, Zuid-Afrika en Tanzania komen en waarvan volgens de onderneming drie tot vijf procent van de opbrengst naar scholings- en vormingsprojecten in die landen gaat.
Eén van die producten is Chikwawa, rietsuiker uit Malawi. Ambassadeur Bowler stelt dat Colruyt de klanten van bij de lancering van het product probeerde te doen geloven dat een deel van de winst die Colruyt met die suiker maakt, naar vorming en opleidingen in Malawi gaat. Dat staat niet in zoveel woorden op de verpakking, maar je kan het wel zo begrijpen. Toch heeft Colruyt volgens hem pas veel later een project in Malawi geïdentificeerd waar dat geld heen kan, na aandringen van zijn kant.
Volgens de website waarop Colruyt het Collibri-initiatief uit de doeken doet (http://www.collibri.be), ging er tussen oktober 2005 en oktober 2006 meer dan 152.000 euro naar onderwijsprojecten in Tanzania, Indonesië, Benin, Zuid-Afrika en Colombia. Malawi komt niet in de lijst voor. De website is nog niet aangepast, zegt Koen De Maesschalk, adviseur Public Affairs van Colruyt. Colruyt legde IPS een bankdocument voor waaruit blijkt dat Colruyt op 11 oktober 2006 via de Ierse hulporganisatie Trocaire 7.500 euro overmaakte maken aan Likulezi, een aidsproject in Malawi. De onderneming zegt ook dat de Chikwawasuiker goed is voor een bruto omzet van ongeveer 75.000 euro per jaar. Colruyt stelt dat “ook voor alle andere Collibriprojecten alle gelden correct worden overgemaakt. Quality control controleert jaarlijks de juistheid hiervan.”

Bowler klaagt tegenover IPS dat hij bij Colruyt maar moeizaam informatie loskreeg over het project. Colruyt zegt dat de ambassadeur een bezoek heeft gebracht aan het bedrijf en dat er ook een bezoek is geweest aan de ambassade om over de projecten te spreken.

“Kijk naar de timing van die bezoeken”, reageert Bowler. “Met mijn eerste bezoek aan Colruyt probeerde ik opheldering te verschaffen en mijn bezorgdheid te uiten”. Colruyt kon hem geen informatie geven over een project in Malawi, maar verwees hem door naar de Belgische hulporganisatie Broederlijk Delen. “Maar bij een bezoek aan die organisatie bleek dat Broederlijk Delen niet met Colruyt samenwerkt in Malawi.” Dat leidde tot een bezoek van vertegenwoordigers van Colruyt bij de ambassade.

Pas daarna vond Colruyt volgens Bowler met Trocaire een geschikt kanaal om geld naar Malawi over te maken. “Dat kan toch niet - als je een product begint te verkopen waarmee je ook mensen in ontwikkelingslanden wil steunen, dan moeten die projecten toch meteen bij het begin vastliggen?”   

Bowler zegt dat hij blij is dat de zaak nu is rechtgezet en hoopt dat Colruyt zijn engagement verder blijft hard maken.  
Maar de ambassadeur blijft enigszins in zijn maag zitten met het geval. De Collibri-producten dragen geen fair trade-logo, maar Bowler oordeelt dat Colruyt probeert te profiteren van de toenemende interesse in Europa voor sociaal verantwoorde producten. “Zoiets kan eerlijke handel in diskrediet brengen”, zegt Bowler.

Er zijn wel meer ondernemingen die inzetten op ethische handelsinitiatieven. Vaak ontbreekt onafhankelijke verificatie, terwijl er ook makkelijk verwarring optreedt met de gevestigde fair trade- beweging. In Nederland heeft Utz Kapeh ruim een kwart van de koffiemarkt ingepalmd. De onderneming zegt dat ze het lot van koffieboeren probeert te verbeteren, maar betaalt haar leveranciers anders dan fair tradeorganisaties geen gegarandeerde minimumprijs.
Ook Anja Osterhaus van de koepelorganisatie Fair Trade Advocacy vreest dat sommige bedrijven puur inspelen op “de interesse bij de consumenten voor ethische producten” om hun winst te maximaliseren. “Fair trade gaat over eerlijke productie- en handelsvoorwaarden, en niet om ontwikkelingshulp”, zegt ze. “Maar voor de consument is het vaak moeilijk de verschillen te zien.”


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift