Ongenoegen over economisch beleid Ahmedinejad groeit

“De olierijkdom omleiden naar de eettafel van de armen”, met die slogan won Mahmoed Ahmedinejad de jongste verkiezingen in Iran. Ahmedinejad haalt sindsdien dagelijks de buitenlandse pers met uithalen naar de Verenigde Staten, maar steeds meer Iraniërs vragen zich af wanneer de president eindelijk iets gaat doen aan de inflatie en de corruptie.
“Mijn hele familie heeft op Ahmedinejad gestemd, omdat hij de corruptie ging bestrijden en voor werk zou zorgen. De olie behoort het volk toe, kregen we te horen. Mijn oliegeld is nog altijd niet aangekomen, maar de prijzen blijven stijgen”. Aan het woord is Ahmed, 67 jaar oud en met pensioen. “Ik moet drie mensen onderhouden met 170 euro per maand, en een kilo goedkoop vlees kost 5 euro”.

Het ongenoegen over het economische beleid van de Iraanse regering is nog niet heel wijdverspreid, maar neemt elke dag toe. De religieuze hardliners rond Ahmedinejad beloofden de kiezers in 2005 werk en koopkracht. De oliedollars zouden uit de zakken van corrupte en rijke medeburgers worden geklopt en herverdeeld onder de armen. Daar is sindsdien niet veel van in huis gekomen. Volgens economen is de toestand nog verslechterd. 50 procent van het inkomen en 80 procent van het vermogen is in handen van de 20 procent rijkste Iraniërs.

De meest acute problemen zijn werkloosheid en inflatie. In een onhandige poging om de economische groei aan te zwengelen, besliste de regering de rentevoeten te verlagen. Veel Iraniërs zagen hun spaargeld wegsmelten als sneeuw voor de zon. De private banksector klaagt over nakende faillissementen. Het verbale geweld van Ahmedinejad joeg buitenlandse investeerders op de vlucht en de beurs zakte in elkaar. Het resultaat is een stagnerende economie en een inflatie van 12 procent die volgens economen nog zal oplopen.

Gelukkig bieden de stijgende olie-inkomsten enig soelaas, maar de regering moet diep in de kas graaien om het leed te verzachten. De economie krijgt dit jaar 40 miljoen euro subsidies toegestopt, die vooral de rijke bevolkingslagen ten goede komen. Een voorbeeld zijn de brandstofsubsidies, een derde van de totale pot, waarvan de helft naar de tien procent Iraniërs gaat die het geluk hebben een auto te bezitten. Iran is intussen vijf keer afhankelijker van olie-inkomsten dan in 1998.

“De toestroom van deviezen volstaat maar net om het wanbeheer toe te dekken”, zegt econoom Saïd Leylaz in Teheran, “wanneer de regering iets wil doen aan de armoede moeten er jobs en economische groei komen”. De econoom stelt met onrust vast dat de privé-sector gestaag krimpt tegenover de publieke sector. Grote contracten worden zonder openbare aanbestedingen toegekend aan militaire organisaties. “Alleen al de Revolutionaire Wacht haalde in de voorbije maanden voor zes miljard euro aan contracten binnen”.

Het ongenoegen groeit ook bij voormalige medestanders van Ahmedinejad. De parlementsleden Ahmed Tavakkoli en Mahmoed Khoshchehreh verwijten de premier een te populistische koers. De econoom Leylaz verwacht dat de regering in 2008 politiek zal moeten boeten voor de niet ingeloste verwachtingen die ze zelf heeft gecreëerd.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift