Ontbossing brengt Rwanda in de problemen

Het noordwesten van Rwanda kampt met grote ontbossingproblemen. Rwandese vluchtelingen die terugkeerden na de genocide in 1994, probeerden in de regio en nieuw bestaan op te bouwen. Hun zoektocht naar landbouwgrond leidde ertoe dat van de 28.000 hectare bos in de noordwestelijke regio Gishwati, nog maar 4.500 hectare over is.
De terugkeer van meer dan een miljoen Rwandezen die vluchtten voor de dreigende genocide twee jaar eerder, werd in veel opzichten verwelkomd. Kampen in de Democratische Republiek Congo – het toenmalige Zaïre – waar de meeste vluchtelingen werden opgevangen, werden in 1994 geteisterd door cholera. De kampen kwamen ook onder controle te staan van Hutu-militanten die verantwoordelijk waren voor de genocide, wat een aanzienlijk obstakel vormde voor stabilisatie in het Grote Merengebied.

Meer dan 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s werden vermoord tijdens een drie maanden durende moordpartij door Hutu-extremisten. De vlam sloeg in de pan nadat een vliegtuig met de Rwandese president Juvenal Habyarimana en zijn Burundese collega Cyprien Ntaryamira werd neergeschoten boven de Rwandese hoofdstad Kigali, op 6 april 1994. In totaal vluchtten ongeveer twee miljoen mensen het land.

De terugkeer van de vluchtelingen bracht echter ook nieuwe huisvestingspatronen met zich mee. In de noordwestelijke regio Gishwati leidt dit tot problemen. Eens was Gishwati een indrukwekkend bosgebied. Inmiddels is veel van dat bos gekapt door teruggekeerde vluchtelingen op zoek naar landbouwgrond.

Veeboeren die in dit deel van het land actief zijn leggen ook extra druk op het gebied, evenals de vraag naar (brand)hout. Volgens het ministerie van Land, Milieu en Bos zijn de Rwandezen voor 95 procent van hun energiebehoefte afhankelijk van hout.

Veel mensen in Gishwati houden de overheid echter verantwoordelijk voor de degradatie van het milieu in de regio. De lokale autoriteiten zouden volgens hen onverantwoord handelen bij het toekennen van stukken land in de bossen.

Madeleine Mbabazi, inwoonster van de stad Bigogwe in het noordwesten, gaat nog verder. “Het ongecontroleerde kappen wordt aangemoedigd door corruptie en diefstal op het hoogste niveau.”

Bonaventure Bizumuremyi, directeur van de onafhankelijke tweemaandelijkse krant Umuco, is ook kritisch over de overheidsfunctionarissen. “Het is triest te zien dat sommige ambtenaren alleen maar geïnteresseerd zijn in geld verdienen, terwijl de slechte situatie van de plattelandsbewoners niets verbetert,” zegt hij.

Uit een studie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) uit 2006 blijkt dat van de 28.000 hectare bos in Gishwati, nog maar 4.500 hectare over is.

Donath Gapira, een kleine veeboer uit Nkamira, zegt dat het kappen nog onverminderd doorgaat. Het land is volgens hem een gemakkelijke prooi voor bodemerosie. “Er moeten strenge maatregelen komen om deze vernieling tegen te gaan”, zegt hij.

Ironisch genoeg verdwijnt het bos in Gishwati terwijl de overheid juist plannen maakt om de ontbossing tegen te gaan en op grote schaal nieuw bos aan te planten. Momenteel bestaat ongeveer 29 procent van Rwanda uit bos.

“Als we geen maatregelen nemen, dan dreigt een ecologische ramp”, zegt Christophe Bazivamo, minister van Land, Milieu en Bos. De regering denkt onder meer aan boetes voor illegaal kappen. Dat zou beter werken dan de korte gevangenisstraffen van en week of een maand, die nu op illegaal kappen staan.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift