Ontvoeringsbusiness draait op volle toeren

De Servische maffia heeft een nieuwe,
veelbelovende inkomstenbron aangeboord: de ontvoering van rijke landgenoten.
Sinds de val van Slobodan Milosevic in oktober 2000 heeft Servië af te
rekenen met een golf van kidnappings. De georganiseerde misdaad verdiende in
de jaren 90 goed zijn brood met de smokkelpraktijken waarmee de sancties
tegen Joegoslavië werden ontdoken, maar nu de internationale gemeenschap het
land weer in de armen heeft gesloten, is in die handel het vet van de soep.


Volgens het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken werden er in 2000 39
mensen ontvoerd in Servië, vorig jaar 36 en in de eerste drie maanden van
dit jaar acht. De losgeldeisen varieerden van enkele duizenden euro tot 2,8
miljoen. De kidnappers profiteren van de beenharde reputatie die de
Servische maffia geniet. Volgens de politie zijn veel ontvoerders gewapend
en kunnen ze goed met vuurwapens omgaan - een gevolg van de betrokkenheid
van Serviërs bij de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo. De meeste
families van ontvoerden betalen dan ook voordat ze de politie waarschuwen.
Maar de ontvoerders zijn duidelijk nog nieuw in het vak - nadat ze hun geld
hebben opgestreken, wordt 80 procent van hen vroeg of laat gearresteerd.

Er is geen andere activiteit waarmee criminelen momenteel meer kunnen
verdienen, meent Zivojin Aleksic, een professor Strafrecht aan de
universiteit van Belgrado. Volgens Srbislav Randjelovic, het hoofd van de
sectie Criminaliteit van het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken, is
het aantal ontvoeringen ook gestegen omdat er nu meer rijke Serviërs zijn
dan in de jaren 80. Het regime van Milosevic hield het voorbije decennium
ondernemende criminelen die de sancties tegen Joegoslavië hielpen ontduiken
de hand boven het hoofd. De maffia deelde de fabelachtige winsten die dat
opleverde met de hoogste politici en politiemensen en rechters die een oogje
dichtknepen.

Sommige ‘geslaagde’ misdadigers en hun handlangers zijn erin geslaagd zich
snel aan te passen aan de opheffing van de sancties en de ontmanteling van
de corrupte netwerken van Milosevic, en zijn op legale activiteiten
overgestapt. Maar hun collega’s die in het misdaadmilieu zijn blijven
hangen, weten waar het geld zit.

Volgens Randjelovic wijzen de ontvoeringen in de richting van de
georganiseerde misdaad. Maar hij geeft toe dat er geen bewijzen zijn dat
bepaalde groepen zich al echt hebben gespecialiseerd in kidnappings. Dat er
nog heel wat amateuristisch werk wordt geleverd, blijkt uit het feit dat
sommige slachtoffers erin slagen zichzelf te bevrijden, soms zelfs tijdens
de ontvoering zelf.

Op twee gevallen na zijn alle kidnappings van de voorbije drie jaar goed
afgelopen voor de ontvoerden. Tot de pechvogels lijkt Milija Babovic te gaan
behoren, een van de rijkste mannen in Servië. Hij verdween één maand geleden
in Belgrado en zijn familie heeft nog geen vraag gekregen losgeld te
betalen. Babovic, die in de jaren 80 in Italië in de cel zat maar het
voorbije decennium in Servië een handelsimperium uitbouwde, zou problemen
gehad hebben met voormalige vennoten die net als hij de wonderbaarlijke
mutatie van misdadiger tot zakenman hadden doorgemaakt. Het tweede
ontvoeringsslachtoffer waarvoor het ergste wordt gevreesd is Ivan Stambolic,
een politieke tegenstander van Slobodan Milosevic. Hij werd in augustus 2000
ontvoerd. Ook zijn familie hoorde niets van de daders, en zijn lichaam is
nog altijd niet gevonden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift